Itea (Itea ilicifolia)

Foto: A. Barra, CC BY 3.0 · bron

Heester · Iteaceae

Itea

Itea ilicifolia

In andere talen: Itéa à feuilles de houx (Français) · Holly-leaved sweetspire (English)

Itea ilicifolia komt uit China en is een van de weinige groenblijvende struiken die in de zomer met lange, hangende bloemtrossen pronkt. Het blad lijkt op dat van hulst, met glanzende, donkergroene, getande bladeren, maar de plant is niet verwant aan de hulst. In juli en augustus hangen er groengele, honinggeurende bloemslingers tot 30 cm lang aan de takken. De struik groeit boogvormig tot ongeveer 3 m hoog en breed. Hij is wat gevoelig voor strenge vorst, dus een beschutte plek tegen een zonnige muur is ideaal. Daar wordt hij een elegante, weinig veeleisende wandstruik.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    3 m

    hoog, 3 m breed

  • Bloei

    juli–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril en september
Hoogte3 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuli–augustus

Herkennen

Hoe herken je een itea?

Groeivorm
Groenblijvende, boogvormige struik van 2–3 m hoog en breed; tegen een muur kan hij hoger worden.
Blad
Leerachtig, glanzend donkergroen en 5–10 cm lang, met een getande, licht stekelige rand zoals hulst.
Bloem
Hangende trossen van 15–30 cm met kleine groengele bloempjes, in juli en augustus.
Geur
De bloemen ruiken zacht naar honing, vooral op warme dagen.
Vrucht
Na de bloei volgen kleine, droge doosvruchten. Ze hebben weinig sierwaarde.

Bloei: juli–augustus · Planten: april–mei · Snoeien: april en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Het hele jaar groen: het glanzende, hulstachtige blad geeft ook in de winter structuur aan de tuin.
  • Lange, hangende bloemslingers in juli–augustus, op een moment dat veel struiken uitgebloeid zijn.
  • De bloemen geuren naar honing en trekken bijen en andere insecten aan.
  • Mooi als wandstruik tegen een warme muur of als losstaande struik in een beschutte hoek.
  • Weinig onderhoud: een beetje snoeien en een goede plek volstaan.

Waar staat een itea graag?

  • Zon tot halfschaduw; de beste bloei krijg je op een warme, zonnige plek, bij voorkeur tegen een zuid- of westmuur.
  • Humusrijke, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, vochtig maar niet drassig.
  • Beschut tegen koude oostenwind en winterwind, want het blad kan anders verbranden of bruin worden.
  • Reken op 2–3 m ruimte per plant; bij een wandstruik kan je ze op ongeveer 1,5–2 m van elkaar zetten.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal
Grootte
3 m hoog, 3 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Japanse anemoon: Bloeit vanaf augustus met roze of witte bloemen aan de voet van de struik.
  • Vrouwenmantel: Een zachte, geelgroene rand die goed past bij het donkere blad.
  • Klimroos: Samen tegen een warme muur geven ze een lange bloeitijd.
  • Hortensia: Bloeit in dezelfde zomermaanden en houdt van een vergelijkbare, beschutte plek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een itea?

Planten in april–mei.

  1. Plant in april–mei, na de laatste strenge vorst, zodat de struik voor de winter kan wortelen.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng de uitgegraven aarde met compost; bij zware klei ook wat zand.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en tegen een muur ongeveer 30–40 cm van de muur, met de kluit lichtjes naar de muur gekanteld.
  4. Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent, en bind takken tegen een muur vast aan draden.
  5. Leg een laag van 5 cm bladcompost of schorsmulch rond de plant en laat de stamvoet vrij.

Verzorgen

Water
Het eerste en tweede jaar bij droogte wekelijks een flinke gietbeurt. Later alleen in lange droge periodes.
Bemesten
In het voorjaar een scheutje compost of organische mest voor heesters.
Mulchen
Een laag mulch houdt de grond in de zomer vochtig en beschermt de wortels in de winter tegen vorst.
Leiden
Tegen een muur de nieuwe takken aan draden of een rek vastbinden, anders groeien ze van de muur af.
Winterbescherming
Leg de eerste winters bladeren of stro rond de voet; bij strenge vorst kan je de top met wintervlies inpakken.

Tip: Plant hem tegen een zonnige, beschutte muur en leg de eerste winters een dikke laag bladeren rond de voet: zo overleeft hij ook strenge vorst.

Wanneer snoei je een itea?

Snoeimaanden: april en september.

Wanneer: In april, als je ziet welke takken door vorst beschadigd zijn. Wandstruiken kan je na de bloei, in september, nog licht bijknippen.

Hoe:

  • Knip bevroren of dode takken terug tot in gezond, groen hout.
  • Haal kruisende of te dicht op elkaar staande takken weg, zodat er licht in de struik komt.
  • Bij een wandstruik: knip takken die van de muur af groeien weg en bind de rest vast.
  • Snoei niet te hard in één keer; verdeel een grote snoeibeurt liever over twee jaar.

Let op: Snoei niet in de late herfst of winter: jonge scheuten die door de snoei uitlopen, vriezen dan gemakkelijk dood.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Halfhoutige stekken
In juli–augustus: stekken van 8–10 cm van stevige scheuten, onderste bladeren weg, in zandige potgrond onder plastic of in een kweekkasje. Het wortelen duurt enkele weken.
Afleggen
In het voorjaar een lage, soepele tak in de grond leggen en vastpinnen. Na een jaar kan je hem loskoppelen.

Hoe komt een itea de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Winterhard tot ongeveer −15 °C. In strenge winters kan het blad bruin worden of kunnen takken terugvriezen.
  • Zet hem tegen een beschutte, zonnige muur en leg een dikke laag bladeren of mulch rond de voet.
  • Pak jonge planten bij strenge vorst in met wintervlies.
  • Knip bevroren takken pas in april weg: vaak loopt de struik vanaf de basis opnieuw uit.

Ziektes en plagen

  • Vorstschade: Bruin of afgevallen blad na een strenge winter of koude wind. Kies een beschutte plek, mulch de voet en knip bevroren takken in april weg.
  • Gele bladeren: Meestal door te natte of verdichte grond. Verbeter de drainage met compost en wat zand en geef niet te veel water.
  • Bladluis: Kleine groene luizen op jonge scheuten in het voorjaar. Spuit ze af met water of laat ze door lieveheersbeestjes opruimen.
  • Droogtestress: Hangend of krullend blad bij langdurige droogte, vooral bij jonge planten. Geef ruim water en mulch de grond.

Het jaar rond

  • Maart: Compost of organische mest geven. Winterbescherming laten liggen bij nachtvorst.
  • April: Planten. Bevroren takken wegknippen en mulch aanbrengen.
  • Mei: Planten. Jonge planten water geven bij droogte.
  • Juni: Takken van wandstruiken vastbinden. Water geven bij droogte.
  • Juli: Begin van de bloei: lange, honinggeurende slingers.
  • Augustus: Bloei. Halfhoutige stekken nemen.
  • September: Na de bloei wandstruiken licht bijknippen.
  • Oktober: Mulch aanbrengen als bescherming voor de wortels.
  • November: Bladeren of stro rond de voet leggen; jonge planten beschermen.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam ilicifolia betekent ‘met hulstbladeren’, maar de plant is niet verwant aan de hulst.
  • De geslachtsnaam Itea is het Griekse woord voor wilg.
  • De bloemtrossen kunnen tot 30 cm lang worden en geuren naar honing.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…