
Foto: The original uploader was MPF at English Wikipedia., CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Garryaceae
Garrya
Garrya elliptica
In andere talen: Silk tassel (English)
Garrya elliptica is een groenblijvende struik uit de kuststreek van Californië en Oregon. Midden in de winter, van januari tot maart, hangen er lange, zilvergrijze katjes aan, soms 20 cm lang en meer, die bewegen in de wind als zijden kwastjes. Er zijn mannelijke en vrouwelijke planten; de mannelijke hebben de langste en mooiste katjes, zeker de bekende ‘James Roof’. Het leerachtige, golvende blad is donkergroen boven en grijs viltig onder. Tegen een beschutte muur is hij een van de mooiste winterstruiken.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
3 m
hoog, 3 m breed
Bloei
januari–maart
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | januari–maart |
Herkennen
Hoe herken je een garrya?
- Groeivorm
- Dichte, groenblijvende struik van 2–4 m hoog en breed; tegen een muur ook hoger.
- Blad
- Ovaal, leerachtig, golvend aan de rand; donkergroen boven, grijs viltig onder.
- Bloem
- Lange, hangende katjes, grijsgroen tot zilverig; bij mannelijke planten 15–30 cm lang.
- Bloeitijd
- Van januari tot maart.
- Vrucht
- Vrouwelijke planten dragen trossen paarsbruine bessen, maar enkel met een mannelijke plant in de buurt.
Bloei: januari–maart · Planten: april–mei · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Spectaculaire, zilvergrijze katjes midden in de winter, als er weinig anders te zien is.
- Groenblijvend: het hele jaar een dichte, donkergroene struik.
- Geschikt om tegen een muur of schutting te leiden.
- Verdraagt wind aan zee en vrij arme, droge grond.
- Weinig werk: een lichte snoeibeurt na de bloei is genoeg.
Waar staat een garrya graag?
- Zon tot halfschaduw; tegen een zuid- of westmuur bloeit hij het rijkst.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, ook kalkrijk.
- Liever droog tot normaal; natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
- Beschut tegen koude oostenwind: die verbrandt het blad en de katjes.
- Reken op 3 m ruimte, of plant hem op 1,5 m van een muur om hem te leiden.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Toverhazelaar: Gele of oranje winterbloemen naast de grijze katjes.
- Kerstroos: Bloeit in dezelfde maanden aan de voet.
- Sneeuwklokje: Witte bloemetjes onder de struik in januari–februari.
- Mahonia: Een andere groenblijvende winterbloeier met gele, geurende trossen.
- Klimop: Een groene muurbedekker naast de struik.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een garrya?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, zodat hij goed wortelt voor de winter.
- Koop een plant in pot: hij verdraagt verplanten slecht.
- Kies bewust een mannelijke vorm, zoals ‘James Roof’, voor de langste katjes.
- Maak een ruim plantgat en meng wat compost door de grond.
- Geef het eerste jaar regelmatig water tot hij goed geworteld is.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig; daarna enkel bij langdurige droogte.
- Bemesten
- Weinig nodig; wat compost in het voorjaar is genoeg.
- Leiden
- Tegen een muur: bind de hoofdtakken aan draden en snoei uitstekende takken na de bloei.
- Wind
- Op een open plek kan winterwind het blad bruin kleuren; kies een beschutte plek.
- Verplanten
- Liever niet: de wortels houden niet van verstoring.
Tip: Plant hem waar je hem in de winter vanuit het raam ziet: de lange, zilvergrijze katjes zijn op een grijze januaridag een echt schouwspel.
Wanneer snoei je een garrya?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: Na de bloei, in maart–april.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide katjes weg als ze lelijk worden.
- Snoei te lange of storende takken terug tot net boven een blad of zijtak.
- Bij een muurstruik: knip takken die van de muur weg groeien in.
- Verjong een oude struik over twee of drie jaar door telkens een paar oude takken laag weg te nemen.
Let op: Snoei niet na juni: de katjes voor de volgende winter worden in de zomer gevormd.
Vermeerderen
- Stekken
- Halfrijpe stekken in juli–augustus, in zanderige stekgrond onder plastic; ze wortelen traag.
- Afleggen
- Een lage tak in het voorjaar in de grond leggen en na een jaar losknippen.
Hoe komt een garrya de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C; jonge planten zijn gevoeliger.
- Bloeit midden in de winter: de katjes kunnen bij strenge vorst beschadigd raken.
- Bescherm jonge planten de eerste winters met een vlies bij strenge vorst.
- Bruin blad na een koude winter knip je in het voorjaar weg.
Ziektes en plagen
- Bruine bladeren: Door koude wind of strenge vorst. Knip ze in het voorjaar weg; kies een beschuttere plek.
- Zwarte vlekken op het blad: Een bladvlekkenziekte bij nat weer. Ruim aangetast blad op en zorg voor luchtige groei.
- Weinig katjes: Een vrouwelijke plant of te veel schaduw. Kies een mannelijke vorm in de zon.
Het jaar rond
- Januari: Katjes. Bij strenge vorst jonge planten beschermen.
- Februari: Volle bloei van de katjes.
- Maart: Laatste katjes. Snoeien na de bloei.
- April: Snoeien afronden. Planten.
- Mei: Planten. Compost geven.
- Juli: Halfrijpe stekken nemen.
- Augustus: Water geven bij langdurige droogte.
- December: De eerste katjes worden zichtbaar.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Engelse naam silk tassel verwijst naar de katjes, die lijken op zijden kwastjes van een gordijn.
- De plant is genoemd naar Nicholas Garry van de Hudson’s Bay Company, die de plantenjager David Douglas in de jaren 1820 hielp.