Sierjeneverbes (Juniperus procumbens)

Foto: SEWilco, CC BY-SA 3.0 · bron

Heester · Cupressaceae

Sierjeneverbes

Juniperus procumbens

In andere talen: Genévrier (Français) · Japanese garden juniper (English)

Juniperus procumbens is een lage, kruipende jeneverbes uit Japan. De naam procumbens betekent ‘plat liggend’, en zo groeit hij ook: de takken kruipen over de grond en vormen een dicht tapijt van slechts 30 cm hoog en ongeveer 2 m breed. De korte, stekelige naalden zijn blauwgroen en blijven het hele jaar aan de plant. Het is een rustige groeier die weinig zorg vraagt en erg winterhard is. Hij is ideaal voor rotstuinen, hellingen en als bodembedekker in volle zon. Het compacte ras ‘Nana’ is erg populair, ook voor bonsai.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,3 m

    hoog, 2 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei
Hoogte0,3 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een sierjeneverbes?

Groeivorm
Laag, kruipend tapijt van ongeveer 30 cm hoog en 2 m breed, met vlak over de grond liggende takken.
Blad
Groenblijvend; korte, stekelige naalden, blauwgroen, met een lichte streep aan de bovenkant.
Vrucht
Kleine, donkere ‘bessen’ (vlezige kegels) op vrouwelijke planten, vaak pas na vele jaren.
Takken
Lange, stevige takken die langs de grond kruipen en soms zelf wortel schieten.
Wortels
Vertakt en diep; verdraagt droogte maar geen natte voeten.

Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Het hele jaar blauwgroen en dicht: een mooie bodembedekker die onkruid onderdrukt.
  • Perfect voor hellingen, muurtjes en rotstuinen, waar de takken zacht over stenen kruipen.
  • Bijzonder winterhard en droogtebestendig, ideaal voor arme, zonnige grond.
  • Blijft laag en past ook in kleine tuinen en in bakken.
  • Weinig werk: bijna geen snoeien en geen bemesting nodig.

Waar staat een sierjeneverbes graag?

  • Volle zon; in de schaduw wordt het tapijt open en verliest het zijn kleur.
  • Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Droog tot normaal vochtig.
  • Verdraagt wind, droogte en arme grond, maar geen drassige plek of staand water in de winter.
  • Reken op 1–2 m ruimte per plant; wil je sneller een dichte mat, plant dan op 1 m.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,3 m hoog, 2 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Vetkruid: Een vetplant voor droge plekken met late bloei.
  • Heide: Een lage, bloeiende kleurplek naast het blauwgroene tapijt.
  • Blauwzwenkgras: Fijn, blauwgrijs blad dat past bij de blauwgroene naalden.
  • Krokus: Kleine bolletjes die in het vroege voorjaar door het tapijt heen bloeien.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een sierjeneverbes?

Planten in april–mei en september–oktober.

  1. Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; bij zware klei meng je er zand of grind door voor betere afwatering.
  3. Zet de plant even diep als in de pot; de stamvoet mag niet dieper komen te staan.
  4. Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste jaar vochtig, maar nooit nat.
  5. Dek de grond tussen de planten af met grind of schors om onkruid te onderdrukken, zolang het tapijt nog niet dicht is.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar bij droogte wekelijks. Daarna zorgt hij zelf voor zijn water, behalve in een pot of tijdens lange droogte.
Bemesten
Meestal niet nodig. Op arme grond volstaat in het voorjaar een dun laagje compost.
Onkruid
Wied de eerste jaren regelmatig, tot de takken de grond bedekken.
Bladeren verwijderen
Haal in de herfst gevallen bladeren uit het tapijt, want ze houden vocht vast en kunnen rotting veroorzaken.
In een pot
Gebruik een brede pot met afvoergaten en grond met zand of grind; geef water zodra de bovenlaag droog is.

Tip: Zet hem in volle zon op een droge plek en laat hem over stenen of een muurtje hangen. Hij groeit langzaam, dus geef hem geduld.

Wanneer snoei je een sierjeneverbes?

Snoeimaanden: mei.

Wanneer: Hij heeft nauwelijks snoeien nodig; knip in mei bij waar nodig.

Hoe:

  • Knip takken die te ver uitgroeien of over het pad hangen tot een zijtak terug.
  • Haal dode of beschadigde takken helemaal weg, tot in het levende hout.
  • Als er bruine of dode naalden zijn: kam ze voorzichtig uit met je vingers of een hark.
  • Draag handschoenen: de naalden prikken en kunnen bij een gevoelige huid irritatie geven.

Let op: Snoei nooit in kaal, bruin hout: daaruit loopt hij niet meer uit en blijft er een kale plek achter.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Afleggen
Takken die de grond raken wortelen soms vanzelf. Pin ze vast; na een jaar kan je ze loskoppelen en verplanten.
Halfhoutige stekken
In september–oktober: stekken van 10–15 cm met een hakje, in zandige stekgrond in een koude bak. Wortelen duurt enkele maanden.

Hoe komt een sierjeneverbes de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
  • Op een helling of in een rotstuin moet het water goed wegtrekken; staand water in de winter is slecht voor de wortels.
  • In een pot: zet de pot op een beschutte plek en pak hem in jute of noppenfolie, zodat de wortels niet bevriezen.

Ziektes en plagen

  • Wortelrot: De plant kwijnt weg en het blad wordt bruin op een te natte plek. Plant in goed doorlatende grond en geef niet te veel water.
  • Takkensterfte: Bruine, afstervende takpunten. Knip aangetaste delen terug tot in gezond hout en gooi ze weg.
  • Spintmijt: In warme, droge zomers wordt het blad grijsgeel en zie je fijne webjes. Spuit de plant af met een straal water.
  • Onkruid in de mat: Onkruid dat tussen de takken groeit is moeilijk te verwijderen. Wied het vroeg, voordat het tapijt dicht is.

Het jaar rond

  • April: Planten. Dode takken verwijderen.
  • Mei: Planten. Te lange takken bijknippen.
  • Juni: Jonge planten water geven bij droogte. Wieden.
  • Juli: Letten op spintmijt bij droogte.
  • Augustus: Wieden. Aangetaste takken verwijderen.
  • September: Planten. Stekken nemen.
  • Oktober: Planten. Stekken nemen.
  • November: Gevallen bladeren uit het tapijt halen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam procumbens betekent ‘plat liggend’.
  • Het ras ‘Nana’ is erg populair, zowel als bodembedekker als voor bonsai.
  • De soort komt oorspronkelijk uit Japan.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…