
Foto: MPF at English Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Cupressaceae
Sierjeneverbes
Juniperus × pfitzeriana
In andere talen: Genévrier de Pfitzer (Français) · Pfitzer juniper (English)
De sierjeneverbes Juniperus × pfitzeriana is een kruising tussen de Chinese jeneverbes en de sevenboom, ontstaan in een Duitse kwekerij. Het is een breed uitgroeiende, groenblijvende conifeer met schuin opgaande takken die in lagen over elkaar liggen. De struik wordt ongeveer 1,5 m hoog, maar tot 3 m breed. Het blad is een mengeling van fijne schubjes en korte, scherpe naalden, in tinten van grijsgroen tot goudgeel. Hij is erg winterhard, houdt van zon en droge grond en verdraagt ook lichte schaduw. Bekende rassen zijn ‘Old Gold’ met goudgele toppen en ‘Mint Julep’ met frisgroen blad.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 3 m breed
| Snoeimaanden | april en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een sierjeneverbes?
- Groeivorm
- Brede, vlakke struik, ongeveer 1,5 m hoog en tot 3 m breed, met schuin opgaande, overhangende takken.
- Blad
- Groenblijvend; vooral fijne schubjes met tussendoor korte, scherpe naalden. Kleur grijsgroen, frisgroen of goudgeel, afhankelijk van het ras.
- Vrucht
- Kleine, blauwzwarte bessen die eigenlijk vlezige kegels zijn, op vrouwelijke planten.
- Takken
- Lange, schuin opgaande takken in lagen, met overhangende toppen.
- Wortels
- Vertakt en diep; de plant verdraagt droogte, maar niet drassige grond.
Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: april en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het hele jaar groen en dicht: een stevige structuurplant voor in de winter.
- Bedekt grote oppervlakken: één plant dekt al gauw enkele vierkante meters, ook als bodembedekker op een helling.
- Bijzonder winterhard en goed bestand tegen droogte en wind, dus ideaal voor moeilijke plekken.
- Er zijn rassen met grijsgroen, frisgroen of goudgeel blad om kleur in de tuin te brengen.
- Weinig onderhoud: nauwelijks snoeien en geen bemesting nodig.
Waar staat een sierjeneverbes graag?
- Volle zon of halfschaduw; in zon blijft de bladkleur het mooist en de groei het dichtst.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Droog tot normaal vochtig.
- Verdraagt wind en droogte, maar geen natte voeten of staand water in de winter.
- Geef hem veel ruimte: reken op 2,5–3 m per plant, want hij wordt veel breder dan hoog.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1,5 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Heide: Een lage, bloeiende kleurplek voor de grijsgroene takken.
- Lavendel: Houdt van dezelfde zon en droge grond; geurende bloei tegen een groene achtergrond.
- Hemelsleutel: Een vetplant voor droge plekken met late bloei.
- Siergrassen: Het fijne blad van blauwzwenkgras contrasteert mooi met de brede takken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een sierjeneverbes?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; bij zware klei meng je er zand of grind door voor betere afwatering.
- Zet de plant even diep als in de pot; de stamvoet mag niet dieper komen te staan.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste jaar vochtig, maar nooit nat.
- Dek de grond af met grind, schors of houtsnippers om onkruid te onderdrukken.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte een keer per week. Daarna zorgt hij zelf voor zijn water, hoogstens in lange droge zomers een extra gietbeurt.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op arme grond volstaat in het voorjaar een dun laagje compost.
- Mulchen
- Een laag schors of grind houdt onkruid weg; leg ze niet tegen de stam.
- Onkruid
- Houd jonge planten de eerste jaren onkruidvrij, tot de takken de grond bedekken.
- Takken ordenen
- Haal af en toe takken die over de rand of het pad hangen weg.
Tip: Geef hem veel ruimte: hij wordt veel breder dan hoog. Plant hem op zijn definitieve plek, want oude planten verplanten is lastig.
Wanneer snoei je een sierjeneverbes?
Snoeimaanden: april en augustus.
Wanneer: Eind april–mei of in augustus; een lichte snoeibeurt per jaar is genoeg.
Hoe:
- Knip te lange takken terug tot een zijtak die je wilt laten doorgroeien.
- Haal dode of beschadigde takken helemaal weg, tot in het levende hout.
- Houd de natuurlijke vorm: knip liever enkele takken weg dan een bolletje te scheren.
- Draag handschoenen en lange mouwen: de naalden prikken en kunnen bij een gevoelige huid irritatie geven.
Let op: Snoei nooit in kaal, oud hout: daaruit loopt hij niet meer uit en blijft er een kale plek achter.
Vermeerderen
- Halfhoutige stekken
- In september–oktober: stekken van 10–15 cm met een stukje bast (hakje), in zandige stekgrond in een koude bak. Wortelen duurt enkele maanden.
- Afleggen
- Takken die de grond raken wortelen soms vanzelf. Pin ze vast; na een jaar kan je ze loskoppelen en verplanten.
Hoe komt een sierjeneverbes de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Schud zware natte sneeuw van de takken, anders kunnen ze breken of uit elkaar buigen.
- In een pot: kies een grote pot met drainage en zet hem op een beschutte plek; laat de grond niet helemaal uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De plant kwijnt weg en het blad wordt bruin op een te natte plek. Plant in goed doorlatende grond en geef niet te veel water.
- Takkensterfte: Bruine, afstervende takpunten. Knip aangetaste delen terug tot in gezond hout en gooi ze weg.
- Spintmijt: In warme, droge zomers wordt het blad grijsgeel en zie je fijne webjes. Spuit de plant af met een straal water.
- Perenroest: Oranje, gelatineachtige zwellingen op de takken in het voorjaar. Dit komt vooral voor bij jeneverbessen in de buurt van perenbomen; verwijder aangetaste takken.
Het jaar rond
- Maart: Plantplaats voorbereiden. Dode takken verwijderen.
- April: Planten. Licht bijsnoeien na uitlopen.
- Mei: Planten. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juli: Letten op spintmijt bij droogte.
- Augustus: Licht bijsnoeien. Aangetaste takken verwijderen.
- September: Planten. Stekken nemen.
- Oktober: Planten. Stekken nemen.
- December: Zware sneeuw van de takken schudden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam verwijst naar de Duitse kweker Wilhelm Pfitzer, die deze kruising eind negentiende eeuw verspreidde.
- Het is een kruising tussen Juniperus chinensis en Juniperus sabina.
- De ‘bessen’ van de jeneverbes zijn eigenlijk kleine, vlezige kegels.