Indische sering (Lagerstroemia indica)

Foto: Gabriel Collares, CC BY 4.0 · bron

Boom · Lythraceae

Indische sering

Lagerstroemia indica

In andere talen: Lilas des Indes (Français) · Crape myrtle (English)

De Indische sering komt uit China en Zuidoost-Azië en is, ondanks zijn naam, geen familie van de sering. Het is een kleine boom of grote struik, vaak met meerdere stammen, met een gladde schors die in plakjes afschilfert en dan een gevlekt patroon in grijs, kaneelbruin en roze toont. Van augustus tot oktober draagt hij grote pluimen met gekroesde bloemen die op crêpepapier lijken, in roze, wit, rood of paars. In de herfst kleurt het blad geel, oranje of rood. In Zuid-Europa is hij een geliefde straatboom; bij ons bloeit hij alleen rijk op een warme, zonnige plek na een warme zomer.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    5 m

    hoog, 4 m breed

  • Bloei

    augustus–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiaugustus–oktober

Herkennen

Hoe herken je een Indische sering?

Groeivorm
Kleine boom of grote struik, vaak meerstammig, bij ons 3–5 m hoog en 3–4 m breed, met een open, vaasvormige kroon.
Schors
Glad en grijsbruin; bladdert in plakjes af en toont dan een gevlekt patroon in grijs, roze en kaneelbruin.
Blad
Ovaal, 3–7 cm, donkergroen, in de herfst geel, oranje tot rood. Loopt laat uit, vaak pas in mei.
Bloem
Pluimen van 10–20 cm aan de toppen van de nieuwe scheuten, met gekroesde bloemblaadjes, van augustus tot oktober.
Vrucht
Kleine, ronde doosvruchten die in de winter aan de takken blijven hangen.

Bloei: augustus–oktober · Planten: april–juni · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Late bloei, van augustus tot oktober, wanneer de meeste struiken en bomen al uitgebloeid zijn.
  • Sierwaarde in elk seizoen: bloemen in de late zomer, herfstkleur en een mooie, schilferende schors in de winter.
  • Bloeit op hout van dit jaar, dus een voorjaarssnoei kost geen bloemen.
  • Blijft klein genoeg voor een stadstuin, een binnenplaats of een grote pot.
  • De bloemen trekken bijen aan, laat in het seizoen wanneer er weinig andere bloemen zijn.

Waar staat een Indische sering graag?

  • Volle zon en de warmste plek van de tuin, liefst voor een zuidmuur: zonder warmte bloeit hij slecht of niet.
  • Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot neutraal. Op kalkrijke grond kan het blad geel worden.
  • Beschut tegen koude oostenwind.
  • Normaal vochtige grond; natte voeten in de winter verdraagt hij niet.
  • Reken op 3–4 m ruimte; in een grote pot blijft hij kleiner.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal
Grootte
5 m hoog, 4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Lavendel: Een zonnige, droogtebestendige onderbeplanting in paars.
  • Russische salie: Blauwe pluimen in de late zomer; houdt ook van zon en warmte.
  • Hemelsleutel: Bloeit tegelijk, van augustus tot oktober, en trekt ook bijen aan.
  • Lampenpoetsersgras: Zachte, pluimvormige aren die in de herfst mooi samengaan met de bloemen en de herfstkleur.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Indische sering?

Planten in april–juni.

  1. Plant in april–juni, zodat hij voor de eerste winter goed kan inwortelen. Plant niet in de herfst.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem los; meng zware grond met wat grof zand en compost.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  4. Geef meteen ruim water en het eerste jaar wekelijks bij droogte.
  5. Leg een laag mulch rond de voet, maar niet tegen de stam.
  6. In een pot: kies een ruime pot van minstens 40–50 liter met een goede afwatering.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar regelmatig bij droogte. Later verdraagt hij wat droogte, maar een heel droge zomer kost bloemen. In een pot geregeld water geven.
Bemesten
In april–mei wat compost of organische mest voor bloeiende heesters. Niet te veel stikstof: dat geeft blad in plaats van bloemen.
Mulchen
Een laag compost of houtsnippers in het voorjaar houdt de grond vochtig en beschermt de wortels in de winter.
Late uitloop
Hij loopt laat uit, vaak pas in mei: wees niet ongerust en knip niet te vroeg takken weg die dood lijken.
Pot
In een pot om de 2–3 jaar verpotten of de bovenste laag grond vervangen.

Tip: Plant hem voor een zonnige zuidmuur of op een warme binnenplaats: de extra warmte maakt het verschil tussen weinig en rijke bloei. Kies bij voorkeur een ras dat bekendstaat om zijn weerstand tegen meeldauw.

Wanneer snoei je een Indische sering?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, voor hij uitloopt. Hij bloeit op hout van dit jaar.

Hoe:

  • Knip de twijgen van vorig jaar terug tot enkele knoppen: zo krijg je stevige scheuten met grote pluimen.
  • Haal dunne, kruisende en naar binnen groeiende takken weg, zodat de kroon open blijft.
  • Knip vorstschade terug tot gezond hout zodra je ziet waar hij uitloopt.
  • Wil je een boomvorm, verwijder dan geleidelijk de onderste zijtakken en de scheuten aan de voet.
  • Uitgebloeide pluimen mag je tot maart laten staan: de vruchten zijn mooi in de winter.

Let op: Zaag de hoofdtakken niet elk jaar op dezelfde hoogte af: dat geeft lelijke knobbels en zwakke scheuten. Snoei alleen de jonge twijgen, en niet in de zomer of herfst: dat kost bloemen en maakt jong hout gevoeliger voor vorst.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zachte stekken
In juni–juli stekken van 10 cm van jonge, niet-bloeiende scheuten nemen. Onderste bladeren weg, in vochtige stekgrond onder plastic, op een warme plek. Na enkele weken wortels; de eerste winter vorstvrij houden.
Zaad
Mogelijk, maar zaailingen bloeien pas na enkele jaren en lijken niet altijd op de moederplant.

Hoe komt een Indische sering de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Winterhard tot ongeveer −15 °C als hij goed ingeworteld is; jonge planten en twijgtoppen zijn gevoeliger.
  • Bescherm jonge planten de eerste winters met een dikke laag mulch rond de voet en bij strenge vorst met een vlies over de kroon.
  • In een pot: zet hem tegen een beschutte muur en wikkel de pot in, of laat hem overwinteren in een koele, vorstvrije ruimte.
  • Bevroren twijgen knip je in maart–april terug; de plant loopt meestal weer uit vanuit het oudere hout.

Ziektes en plagen

  • Meeldauw: Wit poeder op blad en bloemknoppen, vooral bij droog weer met koele nachten. Kies een zonnige, luchtige plek, geef water bij droogte en knip zwaar aangetaste toppen weg.
  • Geen bloei: Na een koele zomer of op een te schaduwrijke plek bloeit hij weinig of niet. Geef hem de warmste plek, snoei in maart en geef niet te veel stikstof.
  • Bladluis: Op jonge scheuten in de zomer, soms met kleverige honingdauw. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
  • Vorstschade: Dode twijgtoppen na een strenge winter. Wacht tot hij uitloopt en knip dan terug tot gezond hout.
  • Geel blad: Op kalkrijke of natte grond. Geef zure compost en zorg voor een betere afwatering.

Het jaar rond

  • Februari: Jonge planten beschermen bij strenge vorst.
  • Maart: Snoeien: de twijgen van vorig jaar inkorten tot enkele knoppen. Mulch aanbrengen.
  • April: Planten. Compost of mest geven. Bevroren twijgen terugknippen.
  • Mei: Planten. Late uitloop: geduld. Planten in pot water geven.
  • Juni: Planten. Zachte stekken nemen. Water geven bij droogte.
  • Juli: Water geven bij droogte. Letten op meeldauw en bladluis.
  • Augustus: Eerste bloei. Water geven bij droogte.
  • September: Volle bloei. Bijen op de bloemen.
  • Oktober: Laatste bloemen. Herfstkleur.
  • November: Mulch rond de voet. Potten beschermen.
  • December: Rust. De schilferende schors en de vruchten sieren de tuin.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Het geslacht is genoemd naar Magnus von Lagerström, een Zweedse koopman van de Zweedse Oost-Indische Compagnie en vriend van Linnaeus, die hem planten uit Azië bezorgde.
  • De bloemen hebben twee soorten meeldraden: veel korte, gele meeldraden in het hart die bijen lokken, en zes lange aan de rand die het stuifmeel voor de bestuiving leveren.
  • De Engelse naam crape myrtle verwijst naar de gekroesde bloemblaadjes, die op crêpepapier lijken.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…