
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Lamiaceae
Kuiflavendel
Lavandula stoechas
In andere talen: Lavande papillon (Français) · French lavender (English)
Kuiflavendel (Lavandula stoechas) komt uit het westen en midden van het Middellandse Zeegebied: Spanje, Portugal, Zuid-Frankrijk, Italië en Noord-Afrika, waar hij op droge, schrale grond in de maquis groeit. Het is een compacte, groenblijvende struik van ongeveer 60 cm met smal, grijsgroen, sterk geurend blad. Van mei tot augustus verschijnen korte, dikke aren van donkerpaarse bloempjes, met bovenop opvallende ‘vlaggetjes’ of ‘oortjes’ van gekleurde schutbladen. Hij bloeit vroeger en langer dan echte lavendel, maar is minder winterhard. Er zijn vormen met paarse, roze of witte vlaggetjes.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot -10 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,6 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
mei–augustus
| Snoeimaanden | april en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een kuiflavendel?
- Groeivorm
- Compacte, ronde struik van 50–60 cm hoog en even breed.
- Blad
- Smal, 1–4 cm, grijsgroen en licht viltig, sterk aromatisch.
- Bloem
- Korte, dikke, vierkantige aren van 2–3 cm met kleine donkerpaarse bloempjes, van mei tot augustus.
- Vlaggetjes
- Gekleurde schutbladen van 1–5 cm boven op de aar, paars, roze of wit.
- Geur
- Kruidig en harsachtig, met een toets van kamfer; scherper dan die van echte lavendel.
Bloei: mei–augustus · Oogst en vruchten: mei–augustus · Planten: april–mei · Snoeien: april en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een lange bloei, van mei tot augustus, met speelse vlaggetjes boven op de bloemaren.
- Bijen, hommels en vlinders zijn er dol op.
- Groenblijvend, grijsgroen en aromatisch: ook buiten de bloei een mooie struik.
- Verdraagt hitte en droogte: ideaal voor een zonnig terras, een grindtuin of een pot.
- Een warme, kruidige geur als je langs het blad strijkt.
Waar staat een kuiflavendel graag?
- Volle zon en warmte; hoe zonniger, hoe rijker de bloei.
- Arme, zeer goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot neutraal: veel kalk vindt hij minder fijn dan echte lavendel.
- Droog, zeker in de winter: natte grond is de grootste doodsoorzaak.
- Beschut tegen koude wind, bijvoorbeeld voor een zuidmuur of in een grindtuin.
- Plant op 40–50 cm afstand; in een pot kies je liefst terracotta.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -10 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Rozemarijn: Nog een aromatische struik uit het Middellandse Zeegebied voor dezelfde zonnige, droge plek.
- Zonneroosje: Grote papierachtige bloemen in de vroege zomer, ook gek op droogte.
- Salie: Grijs blad en paarse bloemen, mooi in een kruiden- of grindtuin.
- Tijm: Een laag, geurend tapijtje aan de voet van de kuiflavendel.
- Vedergras: Luchtige, wuivende halmen die het mediterrane beeld afmaken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kuiflavendel?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, als de strenge nachtvorst voorbij is.
- Meng zware grond royaal met grind of grof zand; in een pot gebruik je potgrond met een derde grind.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 40–50 cm tussen de planten.
- Geef één keer flink water en daarna enkel als de grond droog is.
- Leg grind rond de voet in plaats van schors: grind houdt de stam droog, schors houdt vocht vast.
Verzorgen
- Water
- In de grond enkel de eerste weken en bij lange droogte. In een pot in de zomer zodra de bovenste centimeters droog zijn; nooit water in de schotel laten staan.
- Bemesten
- In de tuin niet nodig. In een pot in april een beetje organische mest; te veel mest maakt hem slap.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide aren regelmatig weg tot op het eerste paar bladeren: dan volgen er nieuwe bloemen.
- Mulchen
- Een laag grind rond de voet houdt de stam droog en weerkaatst warmte.
- Verpotten
- Om de twee jaar in april, in een iets grotere pot met een grindrijk mengsel.
Tip: Zet kuiflavendel in een terracotta pot met een grindrijk mengsel en overwinter hem licht, vorstvrij en droog: zo houd je hem jarenlang, ook na een strenge winter.
Wanneer snoei je een kuiflavendel?
Snoeimaanden: april en augustus.
Wanneer: Een lichte snoei in april, als de vorst voorbij is, en een vormsnoei na de hoofdbloei eind augustus.
Hoe:
- Knip tijdens de bloei de uitgebloeide aren weg, met een stukje stengel.
- Kort eind augustus de hele struik met ongeveer een derde in, altijd boven groen blad.
- Knip in april bevroren of dode toppen weg tot op gezond, groen hout.
- Zo blijft de struik compact en wordt hij niet snel kaal aan de voet.
Let op: Knip nooit in oud, kaal hout: daar loopt kuiflavendel niet meer uit. Snoei ook niet na begin september, anders zijn de nieuwe scheuten voor de winter niet afgehard.
Vermeerderen
- Halfrijpe stekken
- In augustus–september: stekjes van 5–8 cm van niet-bloeiende scheuten in een mengsel van zand en stekgrond. Vorstvrij overwinteren en in het voorjaar uitplanten.
- Zachte stekken
- In mei–juni: jonge, niet-bloeiende topjes van 5 cm, onder plastic in vochtige stekgrond. Na een paar weken wortels.
Hoe komt een kuiflavendel de winter door?
Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.
- Matig winterhard, tot ongeveer −10 °C, en dan alleen op droge grond. Een natte, koude winter overleeft hij in volle grond vaak niet.
- In de tuin: kies een droge, beschutte plek met veel grind; houd als reserve een paar stekjes binnen.
- In een pot: overwinter hem licht en vorstvrij, bijvoorbeeld in een koude serre, een koele veranda of een garage met raam, bij 2–10 °C.
- Geef in de winter weinig water en zet de pot in april–mei weer buiten, als de strenge vorst voorbij is.
Ziektes en plagen
- Wintersterfte: De plant wordt grijs en sterft af na een natte winter. Plant in zeer goed doorlatende grond of overwinter in een pot vorstvrij en droog.
- Houtig en kaal: Zonder snoei wordt hij snel open en kaal onderaan. Snoei elk jaar licht; oude, kale planten vervang je beter door jonge stekken.
- Rozemarijnhaantje: Kleine, metaalglanzende groen-paars gestreepte kevertjes en grijze larven die blad en bloemen eten. Schud ze af boven een krant of pluk ze weg.
- Schuimcicade: Schuimklontjes op de stengels in het voorjaar. Onschuldig; spuit ze af met water.
Het jaar rond
- Maart: Overwinterde planten controleren. Weinig water geven.
- April: Bevroren toppen wegknippen. Planten. Potten naar buiten bij zacht weer.
- Mei: Begin van de bloei. Planten. Zachte stekken nemen.
- Juni: Bloei. Uitgebloeide aren wegknippen.
- Juli: Bloei. Potten water geven bij droogte.
- Augustus: Na de hoofdbloei met een derde inkorten. Halfrijpe stekken nemen.
- September: Stekken nemen. Niet meer snoeien.
- Oktober: Potten voor de eerste vorst naar een lichte, vorstvrije plek.
- November: Licht, koel en droog overwinteren.
- December: Weinig water geven. Stekjes vorstvrij houden.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (mei–augustus)
- Knip de bloemaren van mei tot augustus op een droge ochtend, als de vlaggetjes goed gekleurd zijn en de eerste bloempjes eronder opengaan: dan is de geur het sterkst. Knip met een stukje stengel, altijd boven groen blad. Kuiflavendel ruikt kruidiger en scherper dan echte lavendel, met een toets van kamfer en hars. De korte, dikke aren met hun paarse, roze of witte vlaggetjes zijn mooi in een droogboeketje, een potpourri of een geurzakje. Het is geen keukenkruid: daarvoor kies je echte lavendel. Door de uitgebloeide aren weg te knippen, bloeit hij langer; laat er ook genoeg staan voor de bijen en vlinders.
- Bewaring
- Bind de aren in kleine bosjes en hang ze ondersteboven op een donkere, droge en luchtige plek, 1 à 2 weken, of leg ze los op een rooster. Uit de zon blijven de vlaggetjes het mooist van kleur. Bewaar de gedroogde aren in een gesloten doos of pot, droog en donker: ze blijven een jaar geurig.
Let op: Kuiflavendel is niet om te eten of te drinken: hij bevat veel meer kamfer dan echte lavendel en smaakt bitter en harsachtig. Voor de keuken gebruik je echte lavendel (Lavandula angustifolia), en ook die met mate. Neem etherische olie van lavendel nooit in en gebruik ze niet onverdund op de huid. Houd geurzakjes en potpourri buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren, en ververs ze zodra ze stoffig worden. Knip liefst als er weinig bijen op de bloemen zitten.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Geurzakjes met kuiflavendel (Andere · 4 zakjes · 15 min + 1 à 2 weken drogen)
- Potpourri met kuiflavendel en rozenblaadjes (Andere · 1 schaal · 20 min + 2 weken drogen en laten rijpen)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De ‘vlaggetjes’ zijn geen bloemen maar steriele, gekleurde schutbladen. Ze lokken bestuivers naar de kleine echte bloempjes eronder.
- De naam stoechas verwijst naar de Stoechaden, de oude naam van de Îles d’Hyères voor de Franse zuidkust, waar de plant van nature groeit.
- In delen van Australië is kuiflavendel verwilderd en geldt hij als een invasieve plant. In ons klimaat is die kans klein.