
Foto: Meneerke bloem, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Leptinella
Leptinella squalida
In andere talen: New Zealand brass buttons (English)
Leptinella squalida komt uit Nieuw-Zeeland en vormt een platte, groenblijvende mat van ongeveer 2–5 cm hoog. Het donkergroene blad is fijn ingesneden als een varen en verspreidt zich met kruipende stengels die onderweg wortelen. In het late voorjaar verschijnen kleine, knoopvormige, groengele bloemhoofdjes die weinig opvallen. De plant verdraagt licht betreden en past daarom goed tussen stapstenen, in een steentuin of als gazonvervanger op kleine oppervlakken. Het ras ‘Platt’s Black’ heeft opvallend donker, bijna zwartbruin blad. Hij is winterhard tot ongeveer −20 °C.
Let op: Hij woekert via uitlopers en kan in naburige planten, paden en het gazon kruipen. Steek de randen jaarlijks af en laat hem niet naast fijne, kleine plantjes groeien.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,05 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 0,05 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een leptinella?
- Groeivorm
- Laag, kruipend en matvormend, 2–5 cm hoog en tot 40 cm breed (en meer), met bovengrondse uitlopers.
- Blad
- Fijn ingesneden en varenachtig, 2–5 cm lang, donkergroen; bij ‘Platt’s Black’ bronzen tot zwartbruin.
- Bloem
- Kleine, knoopvormige, groengele hoofdjes van 5–8 mm, in mei en juni, weinig opvallend.
- Groenblijvend
- Het blad blijft het hele jaar aan de plant, al kan het in strenge vorst bruin worden.
- Wortels
- Ondiep, wortelend langs de stengels: elk stukje met wortels groeit door.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–mei en september · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een dichte, groenblijvende mat die onkruid onderdrukt en het hele jaar mooi blijft.
- Verdraagt licht betreden: ideaal tussen stapstenen en tegels.
- Het fijne, varenachtige blad geeft een zachte, rustige textuur.
- Past in een steentuin, in potten en als bodembedekker in zon of halfschaduw.
- Het donkerbladige ‘Platt’s Black’ geeft een mooi contrast met licht blad of grind.
Waar staat een leptinella graag?
- Zon tot halfschaduw; in de volle zon heeft hij bij droogte water nodig.
- Humusrijke, doorlatende grond: zand of leem, zuur tot neutraal.
- Normaal vochtig; hij droogt snel uit maar houdt niet van natte voeten.
- Reken op 25–30 cm per plant; de mat sluit zich na een jaar of twee.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,05 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Siergrassen: Fijn gras boven de platte mat geeft contrast in hoogte.
- Hosta: Breed blad naast het fijne varenblad.
- Steenbreek: Een lage, bloeiende rotsplant voor in de steentuin.
- Vetkruid: Droogtebestendig, past in dezelfde steentuin of tussen stenen.
- Lavendel: Een grijze, geurende buur naast de groene mat.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een leptinella?
Planten in maart–mei en september.
- Plant in maart–mei of in september, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak de grond los, haal onkruid weg en werk een beetje compost door.
- Zet de plantjes even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 25–30 cm afstand; tussen stapstenen zet je ze net naast de stenen.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Een dun laagje compost of fijn grind rond de plantjes houdt onkruid weg tot de mat dicht is.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig water geven. Daarna enkel bij langdurige droogte: de wortels zitten ondiep en de mat verdroogt snel.
- Bemesten
- In het voorjaar een dun laagje compost of een lichte gift organische mest. Te veel mest geeft slappe groei.
- Onkruid
- Wied tot de mat dichtgroeit; daarna onderdrukt hij onkruid zelf.
- Betreding
- Licht betreden gaat prima. Bij zwaar gebruik gaat de mat achteruit.
- Begrenzen
- Steek de randen af met een spade om te voorkomen dat hij in het gazon of de border groeit.
Tip: Plant hem tussen stapstenen en op plekken waar je niet wilt wieden. Steek de randen jaarlijks af, zo blijft hij waar je hem wilt.
Wanneer snoei je een leptinella?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april, als de groei op gang komt.
Hoe:
- Knip bruine, door de winter beschadigde plekken met een schaar of een trimmer weg.
- Een lichte snoeibeurt met een heggenschaar of grasschaar houdt de mat dicht en netjes.
- Verwijder uitgebloeide hoofdjes enkel als je ze storend vindt.
- Haal in de herfst gevallen bladeren van de mat, zodat het blad niet verrot.
Vermeerderen
- Delen
- Het hele groeiseizoen, het best in maart–mei: trek een stuk van de mat los met wortels en plant het elders. Water goed aan.
- Stekken
- Stengelstukjes met wortels afknippen en meteen planten; ze groeien snel door.
Hoe komt een leptinella de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in een gewone Belgische winter blijft hij groen of herstelt hij snel.
- In een strenge winter kan het blad bruin worden; knip dat in april weg, dan loopt de mat opnieuw uit.
- In een pot: zet de pot op een beschutte plek en bescherm hem tegen langdurige vorst met jute of noppenfolie.
Ziektes en plagen
- Bruine plekken: Door droogte of strenge vorst. Water geven, het bruine blad wegknippen en wachten: de mat herstelt.
- Woekeren: De plant kruipt in naburige planten, paden of het gazon. Steek de randen jaarlijks af.
- Slakken: Af en toe slakkenvraat in het voorjaar. Verzamel de slakken ’s avonds.
- Rot: In natte, zware grond rotten de stengels. Meng zand of grind door de grond en zorg voor afvoer.
Het jaar rond
- Maart: Planten of delen. Compost aanbrengen.
- April: Bruin blad wegknippen. Onkruid wieden.
- Mei: Planten. Bloei begint, kleine knopjes.
- Juni: Bloei. Water geven bij droogte.
- Juli: Groei. Water geven bij langdurige droogte.
- Augustus: Water geven bij droogte. Randen afsteken.
- September: Planten of delen. Gevallen bladeren van de mat halen.
- November: Rust. De mat blijft groen, tenzij het hard vriest.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De geslachtsnaam Leptinella komt van het Griekse woord ‘leptos’, dat ‘fijn’ of ‘dun’ betekent, naar het fijne blad.
- De bloemhoofdjes lijken op kleine knoopjes, daarom heet de plant in het Engels ‘brass buttons’.
- De plant behoort tot de composietenfamilie, net als het madeliefje en de margriet.