
Foto: Franz Xaver, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Plantaginaceae
Paarse leeuwenbek
Linaria purpurea
In andere talen: Linaire pourpre (Français) · Purple toadflax (English)
De paarse leeuwenbek komt oorspronkelijk uit Zuid-Italië en is in grote delen van Europa verwilderd op muren en rotsige plekken. Hij vormt een slanke, rechtopgaande pol van 60–80 cm met smal, blauwgroen blad en lange, dichte aren van kleine paarsblauwe bloempjes die op leeuwenbekjes lijken. Hij bloeit van juni tot in september en trekt hommels en andere insecten aan. Het is een kortlevende vaste plant die zich gretig uitzaait, ook in muurvoegen en grind, en dat is precies zijn charme. Bekend is het roze ras ‘Canon Went’. Hij is volledig winterhard en bestand tegen droogte.
Let op: Hij zaait zich zeer sterk uit en kan in voegen, gazons en borders blijven opkomen. Knip de uitgebloeide aren af voor het zaad rijp is als je dat niet wilt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een Paarse leeuwenbek?
- Groeivorm
- Slanke, rechtopgaande pol van 60–80 cm hoog en 25–30 cm breed, met veel dunne, losse stengels.
- Blad
- Smal, lijnvormig, blauwgroen, 2–5 cm lang, dicht langs de stengel geplaatst.
- Bloem
- Kleine, leeuwenbekachtige bloempjes van 1 cm met een spoor, in lange, dichte aren van juni tot september.
- Kleur
- Paarsblauw bij de soort; roze bij ‘Canon Went’ en wit bij sommige rassen.
- Wortels
- Dun en vezelig; de plant is kortlevend, maar zaait zich rijkelijk uit.
Bloei: juni–september · Zaaien: april–mei · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Lange, slanke aren met paarsblauwe bloempjes van juni tot september: een luchtige, natuurlijke sfeer.
- Zeer droogtebestendig en vrijwel onderhoudsvrij op arme, zonnige grond.
- Hommels en andere langtongige insecten halen nectar uit de bloempjes.
- Zaait zich uit in voegen en grind, waardoor je gratis nieuwe planten krijgt.
- Het smalle, blauwgroene blad en de losse vorm passen bij siergrassen en wilde borders.
Waar staat een Paarse leeuwenbek graag?
- Volle zon voor de beste bloei en de stevigste groei.
- Arme, doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk. Hij groeit ook in grind en muurvoegen.
- Droog tot normaal vochtig; hij verdraagt droogte goed maar niet langdurig natte grond.
- Plant op 25–30 cm van elkaar, in een groep voor het mooiste effect, of laat hem vrij uitzaaien in een grindtuin.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Siergrassen: Fijn gras geeft een natuurlijke, wilde sfeer.
- Salie: Paars en blauw bij elkaar, met dezelfde behoefte aan zon.
- Kattenkruid: Blauwe bloemen in dezelfde zonnige, doorlatende grond.
- Zonnehoed: Warme tinten naast de paarse aren.
- Vetkruid: Droogtebestendig en laag, met roze bloemschermen in de nazomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Paarse leeuwenbek?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een klein plantgat; extra compost is niet nodig, op zware grond meng je grof zand of grind door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond lichtjes aan.
- Houd 25–30 cm afstand tussen de planten.
- Geef na het planten een flinke gieter water en daarna enkel bij droogte in het eerste jaar.
- Zaaien kan ook: strooi in april–mei het zaad op losse grond, bedek het nauwelijks en dun de zaailingen uit op 25–30 cm.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte water geven. Daarna redt hij zich met regen, zelfs in droge zomers.
- Bemesten
- Niet of nauwelijks: op een arme grond staat hij stevig en bloeit hij rijker.
- Steun
- Op een arme grond staat hij zelf. Op rijke grond of in de wind kunnen de hoge stengels buigen; plaats een ring of takken.
- Uitgebloeide aren
- Knip ze tijdig af als je uitzaaien wilt beperken, of laat de zaden rijpen als je gratis nieuwe planten wilt.
- Zaailingen
- Wied of verplant overtollige zaailingen in het voorjaar, zolang ze klein zijn.
Tip: Een korte tijd levende plant die zich gretig uitzaait, ook in muurvoegen. Wied overtollige zaailingen in het voorjaar uit.
Wanneer snoei je een Paarse leeuwenbek?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In maart voor het opruimen van oude stengels; na de eerste bloei, in juli, voor een tweede bloei.
Hoe:
- Knip de oude, verdorde stengels in maart af tot 10 cm boven de grond, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
- Knip in juli de uitgebloeide aren tot de helft terug: dat geeft vaak een tweede bloei en voorkomt dat al het zaad rijpt.
- Wil je geen uitzaaiing, knip dan de aren af voor het zaad rijp is.
- Laat enkele aren in de herfst staan als je zaailingen voor volgend jaar wilt.
Vermeerderen
- Zaaien
- In april–mei buiten op losse, zonnige grond, nauwelijks bedekt; dun de zaailingen uit op 25–30 cm. Ook zaaien in september kan. Hij zaait zich ook vanzelf uit.
- Stekken
- In mei–juni: stekken van 8–10 cm van jonge, niet-bloeiende scheuten in zandige stekgrond. Dit gebruik je vooral voor rassen die niet zuiver uit zaad komen.
Hoe komt een Paarse leeuwenbek de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Het blad blijft deels groen in milde winters; laat de stengels staan tot maart, ze beschermen de pol.
- In een pot: gebruik grindrijke grond en zet de pot op een beschutte plek, zodat de wortels niet bevriezen.
Ziektes en plagen
- Overal zaailingen: Hij zaait zich rijkelijk uit, ook in tegels en voegen. Knip de aren af voor het zaad rijp is en wied de zaailingen in het voorjaar.
- Omvallen: Op te rijke grond of in de schaduw wordt hij lang en slap. Plant op arme, zonnige grond en knip in juli terug.
- Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
- Slakken: Jonge zaailingen worden in het voorjaar kaalgevreten. Verzamel de slakken ’s avonds.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels tot 10 cm terugsnoeien. Planten.
- April: Zaaien en planten. Zaailingen uitdunnen.
- Mei: Zaaien en planten. Letten op slakken.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Volle bloei. Na de eerste bloei de aren terugknippen.
- Augustus: Bloei. Uitgebloeide aren verwijderen als je uitzaaien wilt beperken.
- September: Laatste bloei. Planten of zaaien. Zaad laten rijpen als je het wilt.
- Oktober: Planten. Zaadpluimen opruimen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De geslachtsnaam Linaria komt van het Latijnse woord ‘linum’, vlas, omdat het smalle blad op dat van vlas lijkt.
- De bloemen hebben een spoor met nectar: vooral hommels met een lange tong kunnen die bereiken.
- Het roze ras ‘Canon Went’ is een bekende tuinvorm van deze soort.