
Foto: Karelj, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Primulaceae
Gewimperde wederik
Lysimachia ciliata
In andere talen: Lysimaque ciliée (Français) · Fringed loosestrife (English)
De gewimperde wederik komt uit Noord-Amerika, waar hij groeit in vochtige weiden, langs oevers en in open bossen, van Canada tot diep in de Verenigde Staten. Het is een vaste plant met rechtopgaande stengels tot zo’n 90 cm en tegenoverstaande, eironde bladeren; de bladstelen zijn bezet met fijne haartjes, de ‘wimpers’ uit de naam. Van juni tot augustus hangen in de bladoksels knikkende, stervormige, botergele bloemen. Tuiniers kiezen hem vooral voor het ras ‘Firecracker’, met purperbruin blad dat een sterk contrast geeft met de gele bloempjes. Hij breidt zich uit met ondergrondse uitlopers en vormt zo snel een brede groep.
Let op: Hij breidt zich sterk uit met ondergrondse uitlopers en kan kleinere buren verdringen. Plant hem niet in een kleine border zonder wortelbegrenzing en gooi uitgestoken stukken niet in de natuur, zeker niet langs een oever.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een gewimperde wederik?
- Groeivorm
- Rechtopgaande stengels tot 90 cm hoog, in een groep die zich uitbreidt tot 60 cm en meer.
- Blad
- Eirond tot lancetvormig en tegenoverstaand; groen, bij ‘Firecracker’ purperbruin. De bladstelen hebben fijne haartjes.
- Bloem
- Stervormig, botergeel, ongeveer 2 cm breed, knikkend aan lange steeltjes in de bladoksels, van juni tot augustus.
- Wortels
- Ondergrondse uitlopers waarmee hij zich snel uitbreidt.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Purperbruin blad bij ‘Firecracker’: van het voorjaar tot de herfst een sterke kleurtoets.
- Zachtgele, knikkende bloemen van juni tot augustus.
- Groeit graag in vochtige tot natte grond, ook aan een vijverrand.
- De bloemen worden bezocht door bijen.
- Sterk en makkelijk: vult snel een lege plek in een vochtige border.
Waar staat een gewimperde wederik graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon kleurt het blad van ‘Firecracker’ het donkerst.
- Vochthoudende, humusrijke leem-, klei- of veengrond, zuur tot kalkrijk.
- Normaal tot nat: hij verdraagt natte voeten en houdt niet van uitdrogen.
- Geef hem ruimte of plant hem in een wortelbegrenzing, want hij breidt zich uit met uitlopers.
- Reken op 45–60 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Kattenstaart: Paarsroze aren in dezelfde vochtige grond, tegelijk in bloei.
- Daglelie: Oranje of gele bloemen en fris groen blad naast het donkere blad.
- Siberische iris: Smal blad en blauwe bloemen in juni.
- Moerasspirea: Romige pluimen voor een natte border.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gewimperde wederik?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant van maart tot mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er compost door.
- Wil je hem in toom houden, graaf dan een bodemloze emmer of een wortelbegrenzing van 30 cm diep in en plant daarin.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 45–60 cm tussen de planten.
- Geef meteen ruim water en houd de grond daarna vochtig.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond vochtig; geef in droge zomers ruim water, anders verwelkt het blad.
- Bemesten
- In het voorjaar wat compost; meer is niet nodig.
- Uitlopers
- Steek elk voorjaar de uitlopers af die buiten hun plek komen.
- Steun
- Op rijke grond of in schaduw kunnen de stengels omvallen; een paar takken als steun helpen.
- Opruimen
- Knip de afgestorven stengels in maart af.
Tip: Plant ‘Firecracker’ in een bodemloze emmer of achter een wortelbegrenzing van 30 cm diep: zo geniet je van het donkere blad zonder dat de uitlopers de border overnemen.
Wanneer snoei je een gewimperde wederik?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Hij wordt nauwelijks gesnoeid. In maart knip je de afgestorven stengels van vorig jaar af.
Hoe:
- Knip de oude stengels in maart vlak boven de grond af, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
- Laat ze tot dan staan: ze bieden schuilplaats aan insecten.
- Steek tegelijk de uitlopers af die buiten hun plek groeien.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september–oktober: steek een stuk met uitlopers en scheuten van de rand af en plant het meteen.
- Uitlopers
- Een losgestoken, bewortelde uitloper groeit makkelijk uit tot een nieuwe plant.
Hoe komt een gewimperde wederik de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De stengels sterven in de herfst af; in april verschijnen de nieuwe scheuten, bij ‘Firecracker’ donkerpurper.
- Laat de oude stengels tot maart staan voor overwinterende insecten.
Ziektes en plagen
- Woekeren: De uitlopers groeien tussen de buurplanten. Steek de rand elk voorjaar af of plant in een wortelbegrenzing.
- Slakken: Vreten aan de jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds.
- Verwelken: Bij droogte hangt het blad slap. Geef ruim water en mulch de grond.
- Groener blad: ‘Firecracker’ kleurt in diepe schaduw minder donker. Geef hem een zonniger plek.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Planten of scheuren.
- April: Uitlopers afsteken. Slakken weren bij de jonge scheuten.
- Mei: Planten. Water geven bij droogte.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Volle bloei. Ruim water geven bij droogte.
- Augustus: Laatste bloemen. Water geven bij droogte.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Planten.
- December: De oude stengels laten staan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam ciliata betekent ‘gewimperd’, naar de fijne haartjes op de bladstelen.
- Net als onze inheemse grote wederik maken de bloemen geen nectar maar olie, die in Noord-Amerika door gespecialiseerde bijen wordt verzameld.
- Wederikken worden tegenwoordig bij de sleutelbloemfamilie ingedeeld.