
Foto: Wouter Hagens, Public domain · bron
Vaste plant · Primulaceae
Puntwederik
Lysimachia punctata
In andere talen: Lysimaque ponctuée (Français) · Dotted loosestrife (English)
De puntwederik komt uit Midden- en Zuidoost-Europa en Klein-Azië. Het is een stevige vaste plant met rechtopstaande, zacht behaarde stengels van zo’n 80 cm, waarlangs van juni tot augustus kransen van heldergele, stervormige bloemen in de bladoksels zitten. Tuiniers houden van hem omdat hij zo makkelijk is: hij groeit in zon en halfschaduw, op leem, klei en zelfs in natte grond, en hij is volledig winterhard. Wel breidt hij zich snel uit met ondergrondse wortelstokken. Bekende rassen zijn ‘Alexander’, met grijsgroen blad met een crèmewitte rand, en ‘Golden Alexander’, met een goudgele bladrand.
Let op: Breidt zich in vochtige grond snel uit en kan trage, kwetsbare vaste planten verdringen. Zet hem niet in een kleine border zonder wortelbegrenzing.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en oktober |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een puntwederik?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, dichte pol van 60–80 cm hoog en zo’n 60 cm breed, die zich met wortelstokken uitbreidt.
- Blad
- Lancetvormig tot eirond, 5–10 cm lang, zacht behaard, in kransen van drie of vier rond de stengel.
- Bloem
- Stervormige bloemen van 2–3 cm, in kransen in de bladoksels langs het bovenste deel van de stengel, van juni tot augustus.
- Kleur
- Heldergeel. Bij ‘Alexander’ en ‘Golden Alexander’ is ook het bonte blad een sieraad.
- Wortels
- Kruipende wortelstokken net onder de oppervlakte: hij verspreidt zich snel, vooral in vochtige grond.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Drie maanden lang een zee van geel, van juni tot in augustus.
- Groeit waar veel andere vaste planten het moeilijk hebben: in zware klei, natte grond en halfschaduw.
- Volledig winterhard en zelden ziek: een ideale plant voor beginners.
- De bloemen bieden geen nectar maar olie en stuifmeel, en lokken zo bijzondere wilde bijen, zoals de slobkousbij.
- Vormt snel een dichte pol die onkruid onderdrukt: handig om een vochtige hoek of een vijverrand te vullen.
Waar staat een puntwederik graag?
- Zon tot halfschaduw. In de volle zon moet de grond vochtig blijven; in diepe schaduw bloeit hij minder.
- Leem, klei of venige grond, zuur tot kalkrijk: hij is helemaal niet kieskeurig.
- Gewone tot natte grond: hij voelt zich thuis aan de rand van een vijver of in een vochtige border.
- Plant 40–50 cm uit elkaar, vier tot vijf planten per m², en hou rekening met zijn drang om uit te breiden.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Kattenstaart: Paarse aren naast de gele kransen, in dezelfde vochtige grond.
- Siberische lis: Smal, rechtopstaand blad en blauwe bloemen voor een vochtige border.
- Ooievaarsbek: Blauwe of paarse bloemen die mooi afsteken tegen het geel.
- Hosta: Grote bladeren als rustige tegenhanger in de halfschaduw.
- Vrouwenmantel: Zacht, rond blad als lage rand vooraan in de border.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een puntwederik?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en maak de grond eronder los.
- Wil je hem in toom houden, zet dan een wortelbegrenzing van zo’n 30 cm diep rond het plantgat, of plant hem in een grote pot zonder bodem.
- Zet de plant even diep als in de pot, vul aan met grond en druk goed aan.
- Geef meteen ruim water en hou de grond de eerste weken vochtig.
- Leg een laagje compost of bladaarde rond de plant om de grond koel en vochtig te houden.
Verzorgen
- Water
- Geef in droge zomers ruim water, zeker in de zon: bij droogte hangt het blad en worden de randen bruin.
- Bemesten
- Een schep compost in het voorjaar is genoeg. Extra mest maakt hem alleen nog groeizamer.
- Afsteken
- Steek elk voorjaar met een scherpe spade de uitlopers rond de pol af en haal ze weg.
- Steun
- In de zon staat hij meestal stevig. In rijke grond of in de schaduw kunnen de stengels hangen: een paar stokken of een plantenring helpt.
- Uitgebloeide bloemen
- Wegknippen hoeft niet: hij zaait zich weinig uit en de stengels mogen tot de herfst blijven staan.
- Verjongen
- Om de drie à vier jaar opnemen, scheuren en enkel de jonge, buitenste stukken terugplanten. Zo blijft hij rijk bloeien.
Tip: Plant hem met een wortelbegrenzing of in een grote pot en steek elk voorjaar de randen af: zo geniet je van de bloemenzee zonder dat hij de hele border overneemt.
Wanneer snoei je een puntwederik?
Snoeimaanden: maart en oktober.
Wanneer: Knip de afgestorven stengels af in oktober of in maart, voor de nieuwe scheuten opkomen.
Hoe:
- Knip alle stengels vlak boven de grond af.
- Wacht je tot maart, knip dan voorzichtig rond de jonge scheuten die al opkomen.
- Combineer het met het afsteken van de randen in maart: zo is alles in één beurt gebeurd.
Let op: Snoeien houdt hem niet klein: hij breidt zich ondergronds uit. Afsteken of een wortelbegrenzing werkt wel.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september–oktober een pol opgraven en met een spade in stukken met elk een paar knoppen verdelen. Meteen terugplanten en water geven.
- Wortelstokken
- Losse stukken wortelstok met een scheutje, die je bij het afsteken vindt, slaan makkelijk aan in een pot met compostrijke grond.
Hoe komt een puntwederik de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De stengels sterven in de herfst af; in het voorjaar loopt hij opnieuw uit vanuit de wortelstokken.
- In een pot: zet de pot in de luwte tegen een muur en laat de grond niet helemaal uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Hij duikt overal in de border op. Steek elk voorjaar de randen af of plaats een wortelbegrenzing.
- Slakken: Vreten in april–mei aan de jonge scheuten. ’s Avonds rapen of een rand van grof zand rond de pol leggen.
- Hangend of bruin blad: Teken van droogte, vooral in de volle zon. Ruim water geven en mulchen.
- Omvallende stengels: Te veel schaduw of te rijke grond. Verplaats hem naar een zonniger plek of geef wat steun.
- Bladluis: Soms op de toppen van jonge scheuten. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels wegknippen. Randen afsteken. Compost geven.
- April: Planten of scheuren. Letten op slakken.
- Mei: Planten. Zo nodig steun plaatsen.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- Augustus: De bloei loopt af. Water geven bij droogte.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Afgestorven stengels wegknippen. Planten.
- November: Rust. De plant is ondergronds.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Wederiken bieden geen nectar maar een olieachtige stof. De slobkousbij verzamelt die olie en mengt ze met stuifmeel als voedsel voor haar larven.
- De naam punctata betekent ‘gestippeld’ en verwijst naar de fijne klierstipjes op de plant.
- De geslachtsnaam Lysimachia verwijst naar Lysimachos, een generaal van Alexander de Grote. Ook het Engelse ‘loosestrife’, ‘einde van de twist’, gaat terug op die Griekse naam.