
Foto: Dominicus Johannes Bergsma, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Primulaceae
Wederik
Lysimachia clethroides
In andere talen: Lysimaque de Chine (Français) · Gooseneck loosestrife (English)
Deze wederik komt uit Oost-Azië: China, Korea en Japan. Het is een vaste plant met rechtopstaande stengels van zo’n 90 cm en spits, lancetvormig blad, die van juli tot september dichte, witte bloemaren draagt. Die aren zijn aan de top sierlijk omgebogen en wijzen allemaal dezelfde kant op, als een vlucht ganzenhalzen: vandaar de Engelse naam ‘gooseneck loosestrife’. Tuiniers waarderen hem als late bloeier voor vochtige grond en als snijbloem die lang meegaat, en in de herfst kleurt het blad vaak mooi rood. Hij breidt zich wel stevig uit met wortelstokken, zeker in natte grond.
Let op: Woekert in vochtige grond met wortelstokken en kan buurplanten verdringen. Plant hem niet in een kleine border zonder wortelbegrenzing.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,9 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart en november |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een wederik?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, brede pol van 80–90 cm hoog en tot 90 cm breed, die zich met wortelstokken uitbreidt.
- Blad
- Lancetvormig en spits, 7–15 cm lang, verspreid langs de stengel; in de herfst vaak rood tot oranje.
- Bloem
- Dichte aren van 10–20 cm met tientallen kleine, stervormige bloempjes; de top buigt sierlijk om.
- Kleur
- Zuiver wit, met frisgroen blad eronder.
- Wortels
- Vlezige wortelstokken die zich vooral in vochtige, losse grond snel verspreiden.
Bloei: juli–september · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit laat, van juli tot september, als veel vaste planten al uitgebloeid zijn.
- De omgebogen witte aren zijn origineel en brengen beweging in de border.
- Een uitstekende snijbloem die lang meegaat in de vaas.
- Bijen en andere insecten bezoeken de vele kleine bloempjes.
- Het blad kleurt in de herfst vaak rood tot oranje voor het afsterft.
- Gedijt in vochtige grond en halfschaduw, waar weinig laatbloeiers het goed doen.
Waar staat een wederik graag?
- Zon tot halfschaduw. In de volle zon moet de grond vochtig blijven.
- Leem, klei of venige grond, zuur tot neutraal en liefst humusrijk.
- Gewone tot natte grond: langdurige droogte verdraagt hij slecht.
- Plant zo’n 60 cm uit elkaar, drie planten per m², en geef hem ruimte of een wortelbegrenzing.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,9 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Japanse anemoon: Bloeit tegelijk, in roze of wit, en houdt van dezelfde halfschaduw.
- Kattenstaart: Paarse aren naast de witte, in dezelfde vochtige grond.
- Koninginnekruid: Hoge, roze schermen achter de wederik, ook geliefd bij insecten.
- Hosta: Grote bladeren vooraan in de halfschaduw.
- Prachtriet: Fijn, luchtig grasblad dat mooi contrasteert met de dichte aren.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wederik?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een ruim plantgat en meng er een paar scheppen compost door.
- In vochtige grond zet je best meteen een wortelbegrenzing van zo’n 30 cm diep rond het plantgat, of je plant hem in een grote kuip.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Geef ruim water en hou de grond het eerste seizoen vochtig.
- Mulch met compost of bladaarde om het vocht vast te houden.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond vochtig. In droge zomers wekelijks flink water geven, anders krult het blad en bloeit hij minder.
- Bemesten
- In april wat compost. Te veel mest geeft slappe stengels en nog meer uitlopers.
- Afsteken
- Steek elk voorjaar met een scherpe spade de uitlopers rond de pol af.
- Steun
- Staat meestal stevig. In de schaduw of in zeer rijke grond helpt een plantenring.
- Bloemen snijden
- Snijd de aren als de onderste bloempjes open zijn: dan gaan ze het langst mee in de vaas.
- Verjongen
- Om de drie à vier jaar scheuren, zeker als het midden van de pol kaal wordt.
Tip: Geef hem ruimte of een wortelbegrenzing en snijd regelmatig aren voor de vaas: de witte ganzenhalzen staan prachtig in een boeket.
Wanneer snoei je een wederik?
Snoeimaanden: maart en november.
Wanneer: Knip de stengels af in november, na de herfstkleur, of laat ze staan tot maart.
Hoe:
- Knip alle stengels vlak boven de grond af.
- Wacht je tot maart, knip dan voor de nieuwe scheuten opkomen.
- Combineer het snoeien in maart met het afsteken van de randen.
Let op: Snoeien remt de uitbreiding niet: die gebeurt ondergronds. Afsteken of een wortelbegrenzing werkt wel.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in september–oktober een pol opgraven en met een spade in stukken met elk een paar knoppen verdelen. Meteen terugplanten en water geven.
- Wortelstokken
- Stukken wortelstok met een knop, die je bij het afsteken vindt, slaan makkelijk aan in een pot met vochtige, compostrijke grond.
Hoe komt een wederik de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Na de herfstkleur sterft hij bovengronds af; in de lente loopt hij opnieuw uit vanuit de wortelstokken.
- In een kuip: zet die beschut tegen een muur en laat de grond niet uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Hij verovert de border met uitlopers. Steek elk voorjaar de randen af of plaats een wortelbegrenzing.
- Slakken: Vreten in april–mei aan de jonge scheuten. ’s Avonds rapen of een rand van grof zand rond de pol leggen.
- Bruine bladranden: Teken van droogte, vooral in de volle zon. Ruim water geven en mulchen.
- Weinig bloei: Te diepe schaduw of een te droge plek. Verplaats hem naar een lichtere, vochtige plek.
- Bladluis: Soms op jonge scheuten en bloemaren. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels wegknippen. Randen afsteken. Compost geven.
- April: Planten of scheuren. Letten op slakken.
- Mei: Planten. Water geven bij droogte.
- Juni: Knoppen vormen zich. Hou de grond vochtig.
- Juli: Begin van de bloei. Aren snijden voor de vaas.
- Augustus: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- September: Laatste bloei. Planten of scheuren.
- Oktober: Herfstkleur. Planten.
- November: Stengels afknippen. Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam clethroides betekent ‘lijkend op Clethra’: de witte bloemaren doen denken aan die van de schijnels, een Noord-Amerikaanse heester.
- De aren buigen allemaal dezelfde kant op, als een groep ganzen met gestrekte nek: vandaar de Engelse naam ‘gooseneck loosestrife’.
- Wederiken horen bij de sleutelbloemfamilie, net als de primula, al zie je dat aan de bloemen nauwelijks.