
Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron
Klimplant · Apocynaceae
Chileense jasmijn
Mandevilla laxa
In andere talen: Jasmin du Chili (Français) · Chilean jasmine (English)
De Chileense jasmijn (Mandevilla laxa) heet zo, maar komt eigenlijk uit het noorden van Argentinië en uit Bolivia, niet uit Chili. Het is een windende klimmer met donkergroene, eironde bladeren en van juni tot in september trossen witte, trechtervormige bloemen die sterk geuren. Hij wordt 4–5 m hoog en is hardier dan de rode en roze Mandevilla’s uit het tuincentrum, maar in Vlaanderen blijft hij een plant voor een beschutte, zonnige muur of voor in een kuip. Tegen een muur overleeft hij milde winters met bescherming; in een pot zet je hem vorstvrij binnen. De geslachtsnaam herinnert aan Henry Mandeville, een Britse diplomaat in Buenos Aires die de plant in de negentiende eeuw naar Europa bracht.
Let op: Niet volledig winterhard: zet kuipplanten voor de eerste nachtvorst binnen. Het melkachtige sap kan de huid irriteren, dus draag handschoenen bij het snoeien.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -8 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
5 m
hoog, 2 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een Chileense jasmijn?
- Groeivorm
- Windende klimmer met slanke stengels, tot 4–5 m hoog en ongeveer 2 m breed. Na een strenge winter vriest hij terug en loopt hij in het voorjaar vaak weer uit.
- Blad
- Eirond tot hartvormig, ongeveer 8–15 cm, met een spitse top en tegenoverstaand; donkergroen. In de winter valt het blad gedeeltelijk of helemaal af.
- Bloem
- Witte, trechtervormige bloemen van ongeveer 5–6 cm in losse trossen, van juni tot september. Sterk geurend.
- Vrucht
- Lange, smalle, gepaarde peulen met zaden die een pluk zijdeachtige haren dragen.
- Sap
- Alle delen bevatten wit melksap dat bij het snoeien uit de wond druipt en de huid kan irriteren.
Bloei: juni–september · Planten: mei–juni · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Sterk geurende witte bloemen van juni tot in september: ideaal vlak bij het terras of de zitplek.
- Windt zichzelf op een rek, gaas of gespannen draden, dus je hebt weinig bindwerk.
- Hardier dan de grootbloemige Mandevilla-hybriden: hij verdraagt kort enkele graden vorst.
- Elegante, luchtige klimmer voor een kleine tuin: hij blijft slank, tot ongeveer 2 m breed.
- Past in een pot of kuip, zodat je hem in de winter makkelijk naar een vorstvrije plek verhuist.
Waar staat een Chileense jasmijn graag?
- Volle zon op een warme, beschutte plek, bij voorkeur tegen een zuid- of westmuur.
- Losse, goed doorlatende, humusrijke grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk.
- In de zomer gelijkmatig vochtig, maar nooit nat. In een pot zijn gaten in de bodem en een laagje kleikorrels onderin nodig.
- Geef een rek, gaas of gespannen draden als steun; hij windt zelf. Houd 1–1,5 m ruimte tussen planten; kies voor een pot een doorsnede van minstens 30–40 cm.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 5 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -8 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Klimroos: Een klimroos op dezelfde zonnige muur bloeit in juni; daarna neemt de jasmijn het over.
- Lavendel: Vooraan in de border, op dezelfde zonnige, doorlatende plek: geur op geur.
- IJzerhard: Hoge, luchtige paarse bloemen in de zomer, ook een vlinderplant.
- Pelargonium: In potten ervoor: zonnig, bloeit de hele zomer en overwintert ook vorstvrij.
- Agapanthus: Blauwe bolbloemen in een kuip ernaast; ook die overwinter je koel en vorstvrij.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Chileense jasmijn?
Planten in mei–juni.
- Plant of zet buiten in mei–juni, pas na de ijsheiligen (half mei), als de nachten niet meer onder 5 °C zakken.
- Graaf een plantgat dubbel zo breed als de kluit en meng er compost en wat zand door. Voor een pot: kies potgrond met wat zand en leg kleikorrels onderin.
- Plant even diep als in de pot, ongeveer 30 cm van de muur, met de kluit een beetje schuin naar de steun toe.
- Zet het rek of gaas voor het planten klaar en bind de eerste scheuten losjes aan; daarna windt hij zelf.
- Geef meteen een flinke gieter water en leg een laag van 5–8 cm mulch (schors of compost) rond de voet, zonder de stengels te bedekken.
Verzorgen
- Water
- In de zomer regelmatig en gelijkmatig, in een pot bij hitte soms dagelijks. Laat de bovenste laag grond tussen twee beurten lichtjes opdrogen. In de winter nauwelijks water.
- Bemesten
- Van mei tot augustus om de 2 weken een kaliumrijke bloeiplantenmest in het gietwater. In de volle grond volstaat een laag compost in april.
- Mulchen
- Een dikke laag mulch in mei houdt de wortels koel en beschermt ze in de winter tegen vorst.
- Opbinden
- Bind de lange scheuten de eerste weken los aan; daarna windt hij zelf. Zwiepende uiteinden bind je zo nodig opnieuw aan.
- Verpotten
- Verpot een kuipplant om de 2 jaar in het voorjaar in verse grond en een pot die 5 cm groter is.
Tip: Zet de pot in de winter koel en licht, op 5–10 °C, en geef bijna geen water: zo overleeft hij het best. Tegen een muur leg je in november een dikke laag mulch over de voet.
Wanneer snoei je een Chileense jasmijn?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, als de ergste vorst voorbij is. Hij bloeit aan jonge scheuten, dus voorjaarssnoei kost geen bloemen.
Hoe:
- Knip bevroren of dode scheuten terug tot op gezond hout (groen onder de schors).
- Kort de zijscheuten van vorig jaar in tot 2–3 knoppen en dun overvolle takken uit.
- Laat een paar lange hoofdscheuten staan om de muur of het rek te bedekken.
- Knip te lange scheuten in de zomer bij en bind ze op.
Let op: Draag handschoenen: het melkachtige sap kan de huid irriteren en mag niet in de ogen komen.
Vermeerderen
- Stekken
- In juni–augustus: halfrijpe stekken van ongeveer 10 cm met 2–3 bladparen, onderste bladeren weg, in zandrijke stekgrond bij 20–25 °C onder plastic. Na 4–8 weken zitten er wortels aan.
- Zaaien
- In maart–april bij ongeveer 20 °C, de zaden licht afgedekt. De zaailingen groeien traag; stekken is de snellere weg.
Hoe komt een Chileense jasmijn de winter door?
Winterhard tot −8 °C: beschermen in strenge winters.
- Matig winterhard, kortstondig tot ongeveer −8 °C. Tegen een beschutte, zonnige muur overleeft hij milde winters, maar bij strenge vorst kan hij tot aan de grond doodvriezen.
- Tegen de muur: leg in november een laag van 10 cm bladeren of schors over de voet en wikkel de takken in een winterhoes of fleece.
- In een pot of kuip: zet hem voor de eerste nachtvorst (oktober) koel (5–10 °C), licht en vorstvrij en geef bijna geen water. Gedeeltelijke bladval is normaal.
- Laat hem in het voorjaar geleidelijk weer aan licht en water wennen en zet hem pas na half mei buiten.
Ziektes en plagen
- Spint en wolluis: Fijne webjes of witte, wollige plekjes op het blad, vooral bij overwintering in droge, warme lucht. Spoel de plant af met lauw water, zet hem koeler en veeg wolluis weg met een doekje.
- Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Afspuiten met een krachtige waterstraal of afstrijken; lieveheersbeestjes helpen mee.
- Wortelrot: Gele, slappe bladeren door natte voeten, vooral in de winter. Gebruik doorlatende grond, een pot met gaten en geef in de winter bijna geen water.
- Geen bloemen: Te weinig zon, te veel stikstof of te laat en te hard snoeien. Zet hem zonniger, geef kaliumrijke mest en snoei in maart.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Koel en licht, bijna geen water.
- Februari: Controleren op spint en wolluis.
- Maart: Snoeien. Verpotten of de bovenste laag grond vervangen.
- April: Meer water geven. Op zachte dagen even buiten laten wennen.
- Mei: Na half mei uitplanten of buiten zetten. Mulch aanbrengen.
- Juni: Eerste bloei. Om de 2 weken bemesten. Bijbinden.
- Juli: Volle bloei. Water geven. Halfrijpe stekken nemen.
- Augustus: Bloei. Water geven. Eind augustus stoppen met bemesten.
- September: Laatste bloei. Water minderen.
- Oktober: Voor de eerste nachtvorst binnenzetten of tegen de muur beschermen.
- November: Koel en licht, weinig water. Tegen de muur: winterhoes plaatsen.
- December: Rust. Af en toe controleren op luizen en schimmel.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam ‘Chileense jasmijn’ is misleidend: de plant komt uit Argentinië en Bolivia en is geen echte jasmijn (Jasminum). Hij hoort bij de Apocynaceae, de familie van de oleander en de maagdenpalm.
- Het geslacht Mandevilla is genoemd naar Henry Mandeville, een Britse diplomaat en tuinliefhebber in Buenos Aires, die rond 1830–1840 planten naar Engeland stuurde.
- De zaden hebben een pluk zijdeachtige haren, zodat de wind ze ver kan meevoeren.