
Foto: Francine Riez, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae
Narcissus cyclamineus
In andere talen: Narcisse cyclamineus (Français) · Cyclamen-flowered daffodil (English)
Narcissus cyclamineus is een kleine, wilde narcis uit vochtige graslanden en beekoevers in het noordwesten van Spanje en Portugal. Hij wordt maar 15–20 cm hoog en bloeit al in februari–maart. De knikkende, gele bloemen hebben een lange, smalle trompet en sterk naar achteren geslagen bloemblaadjes, waardoor ze op een cyclaam lijken. Tuiniers houden van hem omdat hij zo vroeg bloeit, licht zure, vochtige grond verdraagt en op een goede plek langzaam verwildert. Hij is de ouder van veel vroege mininarcissen, zoals ‘February Gold’ en ‘Tête-à-tête’.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de bol: verwar bollen nooit met uien en houd ze weg van kinderen en huisdieren. Het sap kan de huid irriteren, dus draag handschoenen bij het plukken en planten. Zet afgesneden narcissen apart in een vaas: hun slijm verkort het leven van andere bloemen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
februari–maart
| Hoogte | 0,2 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | februari–maart |
Herkennen
Hoe herken je een Narcissus cyclamineus?
- Groeivorm
- Lage plantjes van 15–20 cm hoog en zo’n 10 cm breed.
- Blad
- Smal, grasachtig en heldergroen; het sterft in de late lente af.
- Bloem
- Knikkende bloem met een lange, smalle, aan de rand gekartelde trompet en sterk teruggeslagen bloemblaadjes, in februari–maart.
- Kleur
- Helemaal goudgeel; bij de hybriden ook wit, crème of met een oranje trompet.
- Bol
- Een kleine, ronde bol die broedbolletjes vormt en zich ook uitzaait.
Bloei: februari–maart · Planten: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de vroegste narcissen, al in februari–maart.
- Sierlijke, knikkende bloemen met naar achteren geslagen blaadjes, heel anders dan een gewone narcis.
- Groeit op plekken die in het voorjaar vochtig blijven, waar veel andere bollen rotten.
- Verwildert langzaam in gras, onder heesters en langs een vijver.
- Klein en fijn: ideaal vooraan in de border, in de rotstuin of in een pot.
Waar staat een Narcissus cyclamineus graag?
- Zon of halfschaduw, bijvoorbeeld onder bladverliezende struiken die in het voorjaar nog kaal zijn.
- Zand- of leemgrond, licht zuur tot neutraal, liefst humusrijk.
- Normaal tot vochtig: de grond moet in het voorjaar vochtig blijven. In de zomer mag hij drogerder zijn.
- Plant de bolletjes 5–10 cm uit elkaar, in groepjes van minstens tien.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Krokussen: Bloeien tegelijk en vullen de plek met paars, wit en geel.
- Sneeuwklokjes: Wit naast geel, in dezelfde vroege, vochtige grond.
- Longkruid: Blauwe en roze bloempjes en gevlekt blad in de halfschaduw.
- Varens: Hun blad vult de plek op als de narcissen afsterven.
- Kerstroos: Bloeit in februari–maart in dezelfde halfschaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Narcissus cyclamineus?
Planten in september–oktober.
- Plant in september–oktober, zodat de bolletjes voor de winter nog wortels maken.
- Graaf een plantgat van 5–8 cm diep; meng er in arme zandgrond wat bladcompost door.
- Zet de bolletjes met de punt naar boven, 5–10 cm uit elkaar.
- In gras: steek een graszode los, plant de bolletjes eronder en leg de zode terug.
- Dek af met grond, druk licht aan en geef water als de grond droog is.
Verzorgen
- Water
- Zorg dat de grond in het voorjaar niet uitdroogt; in potten geregeld water tijdens de groei.
- Bemesten
- Niet nodig. Een laagje bladcompost in de herfst houdt de grond humusrijk.
- Blad
- Laat het blad na de bloei minstens zes weken staan, tot het geel wordt.
- Maaien
- Maai gras met narcissen pas als het blad afgestorven is, meestal vanaf juni.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze af als je geen zaad wil, of laat ze staan als hij mag verwilderen.
Tip: Hij houdt van licht zure grond die in het voorjaar vochtig blijft. Plant hem in gras of bij een vijver en laat het blad staan tot het geel is: zo verwildert hij langzaam.
Wanneer snoei je een Narcissus cyclamineus?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Laat het blad na de bloei vanzelf afsterven.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemen af als je geen zaad wil; laat de steel en het blad staan.
- Laat de zaaddozen rijpen als je wil dat hij zich uitzaait en verwildert.
- Haal het blad pas weg als het helemaal geel is; maai gras pas daarna.
Let op: Knip of maai het blad niet te vroeg af: dan bloeit de bol volgend jaar niet.
Vermeerderen
- Broedbolletjes
- Graaf dichte groepjes op als het blad afgestorven is, in juni, of in september. Haal de bolletjes uit elkaar en plant ze meteen opnieuw.
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de zomer in een pot buiten. Zaailingen bloeien pas na enkele jaren. Op een plek die hem bevalt, zaait hij zich ook vanzelf uit.
Hoe komt een Narcissus cyclamineus de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België hoef je niets te doen.
- De vroege bloemen verdragen lichte vorst en een laagje sneeuw.
- In een pot: zet de pot tegen een muur of pak hem in bij strenge vorst.
Ziektes en plagen
- Narcisvlieg: De larve holt de bol uit; de plant maakt dan alleen wat dun blad. Gooi zachte bollen weg en druk de grond na het afsterven van het blad goed aan.
- Slakken: Knagen soms aan bloemen en jong blad. Raap ze ’s avonds weg.
- Bolrot: Zachte, bruine bollen in koude, natte, zware grond. Plant in humusrijke maar doorlatende grond.
- Geen bloei: Meestal blad dat te vroeg is weggeknipt, een te droog voorjaar of te dichte groepjes. Laat het blad staan, geef water in het voorjaar en deel dichte groepjes.
Het jaar rond
- Januari: Eerste scheuten komen op.
- Februari: Bloei.
- Maart: Bloei. Grond vochtig houden.
- April: Uitgebloeide bloemen afknippen of zaad laten rijpen. Blad laten staan.
- Mei: Het blad wordt geel.
- Juni: Gras maaien. Dichte groepjes delen.
- September: Bolletjes planten.
- Oktober: Bolletjes planten. Bladcompost geven.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van narcissen zijn giftig, vooral de bollen: die worden geregeld verward met uien of sjalotten, en de bladeren met prei of daslook. Bewaar de bollen dus nooit bij de groenten in de keuken of de kelder. Het sap van de stengels irriteert de huid en maakt andere bloemen in een vaas sneller slap. Ook giftig voor honden en katten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam cyclamineus betekent ‘als een cyclaam’: de naar achteren geslagen bloemblaadjes doen denken aan een cyclamenbloem.
- In de officiële indeling van narcissen vormen de hybriden met deze soort een eigen groep, de Cyclamineus-narcissen.
- Veel bekende mininarcissen, zoals ‘February Gold’, ‘Jetfire’ en ‘Tête-à-tête’, hebben deze soort als ouder.