Jonquille (Narcissus jonquilla)

Foto: Frank Vassen from Brussels, Belgium, CC BY 2.0 · bron

Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae

Jonquille

Narcissus jonquilla

In andere talen: Narcisse jonquille (Français) · Jonquil (English)

De jonquille (Narcissus jonquilla) is een kleine, wilde narcis uit Spanje en Portugal. Hij heeft smalle, bijna ronde, donkergroene bladeren die op biezen lijken, en in april draagt elke stengel meestal twee tot vijf kleine, goudgele bloempjes met een kort kroontje. Wat hem bijzonder maakt, is zijn zoete, sterke geur: een handvol stelen vult een hele kamer. Hij houdt van een warme, zonnige plek, waar de bol in de zomer goed kan rijpen. Bekende tuinrassen uit deze groep zijn ‘Pipit’, ‘Quail’, ‘Suzy’ en ‘Baby Moon’, allemaal met meerdere geurende bloemen per stengel.

Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de bol. Gevaarlijk voor kinderen, katten, honden en paarden als ze ervan eten; verwar de bollen nooit met uien of sjalotten. Het sap uit de stelen kan de huid irriteren: draag handschoenen als je veel bloemen snijdt of bollen plant.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    0,3 m

    hoog, 0,1 m breed

  • Bloei

    april

Feiten op een rij
Hoogte0,3 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeiapril

Herkennen

Hoe herken je een jonquille?

Groeivorm
Bolgewas van 25–30 cm hoog, in losse pollen van zo’n 10 cm breed.
Blad
Smal, biesachtig en bijna rond in doorsnede, donkergroen; verschijnt eind winter en sterft in juni af.
Bloem
Meestal twee tot vijf bloemen van zo’n 3 cm per stengel, met een kort, schotelvormig kroontje; in april.
Kleur
Goudgeel; bij de rassen ook citroengeel, crème of met een oranje kroontje.
Geur
Zoet en sterk, vooral op warme dagen en in een warme kamer.
Bol
Klein en rond, met een bruine huid; vormt bijbolletjes en zo na enkele jaren een pol.

Bloei: april · Planten: september–november

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de best geurende narcissen: zoet en sterk, op een zonnige dag ook buiten te ruiken.
  • Meerdere bloempjes per stengel geven een rijk, fijn effect in een rotstuin of vooraan in de border.
  • Een prima snijbloem: enkele stelen in een vaasje geuren door het hele huis.
  • Komt jaar na jaar terug en vormt op een warme, droge plek langzaam een pol.
  • Muizen en woelmuizen laten narcisbollen meestal links liggen, anders dan tulpen.
  • Klein en sierlijk genoeg voor potten en bakken op het terras.

Waar staat een jonquille graag?

  • Volle zon: een warme zomer zorgt ervoor dat de bol bloemknoppen aanlegt voor het volgende jaar.
  • Goed doorlatende zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk.
  • Droog tot normaal vochtig; in de zomer mag de grond droog en warm zijn, dan rust de bol.
  • Vermijd zware, natte grond, want daar rot de bol. Verbeter klei met grof zand of plant op een verhoogd bed.
  • Plant in groepjes van minstens tien bollen: vooraan in de border, in een rotstuin, langs een pad of in een pot.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,3 m hoog, 0,1 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Blauwe druifjes: Bloeien in april tegelijk; het blauw maakt het goudgeel nog feller.
  • Sneeuwroem: Lage, blauwe sterretjes die de grond rond de stengels bedekken.
  • Kattenkruid: Groeit in mei op en verbergt het afstervende blad van de bollen.
  • Lavendel: Houdt van dezelfde zonnige, droge plek en neemt in de zomer de bloei over.
  • Botanische tulpen: Kleine tulpen die op dezelfde warme, droge plek jaren blijven staan.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een jonquille?

Planten in september–november.

  1. Plant de bollen van september tot november; hoe vroeger, hoe beter ze wortelen.
  2. Graaf per bol een plantgat of maak een ruime kuil voor een hele groep.
  3. Zet de bollen 10 cm diep, met de punt naar boven.
  4. Houd 5–10 cm tussen de bollen, in losse groepjes.
  5. Strooi op zwaardere grond een laagje grof zand onder de bollen voor een betere afwatering.
  6. Druk de grond aan en geef water als de grond erg droog is.

Verzorgen

Water
In de volle grond meestal niet nodig. In een pot in het voorjaar water geven als de aarde droog aanvoelt; in de zomer droog houden.
Bemesten
Op arme grond in maart wat compost of een kalirijke mest strooien. Te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen.
Blad
Laat het blad na de bloei zo’n zes weken staan tot het vergeelt: zo vult de bol zijn reserves aan. Niet afknippen en niet samenknopen.
Uitgebloeide bloemen
Knip ze af, zodat de plant geen energie in zaad steekt; laat de stengel en het blad staan.
Snijden
Snij de stelen als de knoppen kleur tonen. Zet ze eerst een paar uur apart in water: het slijm uit de stelen doet andere bloemen sneller verwelken.

Tip: Plant ze bij het terras of naast de voordeur, waar je de geur op een zonnige aprildag het best opmerkt. Snij je ze voor een gemengd boeket, zet de stelen dan eerst een paar uur apart in water.

Wanneer snoei je een jonquille?

Wanneer: De jonquille wordt niet gesnoeid. Je knipt alleen in mei de uitgebloeide bloemen af en ruimt in juni het afgestorven blad op.

Hoe:

  • Knip uitgebloeide bloemen net onder het bloemetje af; laat de groene stengel staan.
  • Laat het blad helemaal geel worden voor je het weghaalt, meestal zo’n zes weken na de bloei.
  • Trek het droge blad weg zodra het vanzelf loskomt.

Let op: Knip het blad nooit groen af en knoop het niet samen: dan bloeit de bol het jaar erna slecht of helemaal niet.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Bijbolletjes
Graaf te dichte pollen om de drie à vier jaar op in juni–juli, als het blad afgestorven is. Scheid de bijbolletjes en plant ze meteen opnieuw, of bewaar ze droog en luchtig tot september.
Zaad
Kan bij de wilde soort, maar het is traag: zaai rijp zaad in de zomer in een pot die buiten blijft staan. Zaailingen bloeien pas na enkele jaren. Rassen komen niet zuiver uit zaad.

Hoe komt een jonquille de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters is in de volle grond geen bescherming nodig.
  • Natte grond is een groter gevaar dan vorst: in een doorweekte grond rotten de bollen.
  • Leg in een strenge winter of op een koude plek een laagje bladcompost of wat dennentakken over de plantplaats.
  • In een pot: zet de pot tegen een beschutte muur, wikkel hem bij strenge vorst in jute en houd de aarde niet te nat.

Ziektes en plagen

  • Geen bloemen: ‘Blinde’ bollen geven alleen blad. Oorzaken: te weinig zon, te dicht opeen of blad dat te vroeg werd afgeknipt. Verplant naar een zonnige plek en scheid de pollen.
  • Narcisvlieg: De made vreet de bol van binnenuit leeg; er komt alleen wat dun, grasachtig blad boven. Gooi zachte bollen weg en druk na het afsterven van het blad de grond aan, zodat de vlieg moeilijk bij de bol komt.
  • Bolrot: De bol wordt zacht en bruin, vaak vanaf de onderkant, vooral in warme, natte grond. Plant alleen stevige bollen in goed doorlatende grond en gooi aangetaste bollen weg.
  • Virus: Gele of lichte strepen in het blad en misvormde bloemen. Niet te genezen: haal de plant met bol en al weg, zodat het virus zich niet verspreidt.

Het jaar rond

  • Februari: Het blad komt boven. In potten de aarde licht vochtig houden.
  • Maart: Op arme grond wat compost strooien. De knoppen verschijnen.
  • April: Bloei, met een sterke geur. Stelen snijden voor een vaasje.
  • Mei: Uitgebloeide bloemen afknippen. Blad laten staan.
  • Juni: Het blad vergeelt; opruimen als het droog is. Te dichte pollen opgraven.
  • Juli: Zomerrust: de bol rijpt in de warme grond. Bijbolletjes droog bewaren.
  • September: Bollen planten, 10 cm diep.
  • Oktober: Ideale planttijd. Bijbolletjes opnieuw planten.
  • November: Laatste planttijd. Potten op een beschutte plek zetten.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van narcissen zijn giftig, vooral de bollen: die worden geregeld verward met uien of sjalotten, en de bladeren met prei of daslook. Bewaar de bollen dus nooit bij de groenten in de keuken of de kelder. Het sap van de stengels irriteert de huid en maakt andere bloemen in een vaas sneller slap. Ook giftig voor honden en katten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam ‘jonquilla’ komt van het Spaanse ‘junquillo’, kleine bies, naar de ronde, biesachtige bladeren.
  • In Vlaanderen noemt men in de volksmond vaak alle gele narcissen ‘jonquilles’, maar botanisch is de jonquille deze kleine soort met meerdere geurende bloempjes per stengel.
  • De geur is zo gewaardeerd dat er uit de bloemen een extract voor parfums gemaakt wordt.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…