
Foto: hardyplants, Public domain · bron
Varen · Onocleaceae
Onoclea
Onoclea sensibilis
In andere talen: Onoclée sensible (Français) · Sensitive fern (English)
De onoclea, in het Engels ‘sensitive fern’, komt uit het oosten van Noord-Amerika en uit Oost-Azië, waar hij groeit in moerassen, natte bossen en langs beken. Het is een stevige varen van zo’n 60 cm hoog met brede, lichtgroene bladeren die er met hun grove, golvende deelblaadjes nauwelijks als een typische varen uitzien. Naast dat groene blad maakt hij in de nazomer aparte sporenbladeren met bolletjes als kralen, die donkerbruin worden en de hele winter blijven staan. Met kruipende wortelstokken breidt hij zich in natte grond flink uit. Tuinliefhebbers gebruiken hem om een natte vijveroever of moerassige hoek snel groen te maken.
Let op: Breidt zich in natte grond snel uit met kruipende wortelstokken en kan kleinere planten verdringen. Geef hem ruimte of houd hem in toom met een wortelbegrenzer, en plant hem nooit uit in natuurlijke wateren, oevers of natuurgebieden.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 1 m breed
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een onoclea?
- Groeivorm
- Losse groepen van zo’n 60 cm hoog die met kruipende wortelstokken uitgroeien tot 1 m breed en meer.
- Blad
- Breed driehoekig, diep ingesneden in grove, golvend gerande deelblaadjes; in het voorjaar vaak roodachtig, daarna lichtgroen.
- Sporenbladeren
- Aparte, rechtopstaande stengels met kraalvormige, opgerolde deelblaadjes; eerst groen, later donkerbruin. Ze blijven tot in het voorjaar staan.
- Gevoeligheid
- Het groene blad sterft af bij de eerste nachtvorst; de wortelstokken zelf zijn zeer winterhard.
- Wortels
- Vertakte, kruipende wortelstokken vlak onder het oppervlak, waarmee hij zich snel uitbreidt.
Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de beste varens voor natte grond: ideaal langs een vijver, beek of in een moerastuin.
- Brede, lichtgroene bladeren die frisheid brengen in vochtige, schaduwrijke hoeken.
- De bruine, kraalachtige sporenaren blijven de hele winter staan en zijn mooi in droogboeketten.
- Vormt snel een dichte groep die de grond bedekt en natte oevers groen maakt.
- Het dichte blad langs de oever biedt beschutting aan kikkers, padden en salamanders.
- Zeer winterhard en weinig werk.
Waar staat een onoclea graag?
- Halfschaduw tot schaduw; in natte grond verdraagt hij ook meer zon, in droge grond verbrandt het blad snel.
- Humusrijke grond: zand, leem of veen, zuur tot neutraal.
- Nat tot zeer vochtig: op de natte vijveroever of in de moeraszone, waar de grond verzadigd is maar niet blijvend onder water staat. Tijdelijk overstromen verdraagt hij.
- Geef hem ruimte: hij breidt zich uit, dus niet naast kleine, tere planten.
- Plant 60–80 cm uit elkaar; de groep sluit al na een à twee jaar.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 0,6 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Dotterbloem: Goudgele bloemen in maart–april op de natte oever, voor het varenblad uitloopt.
- Kattenstaart: Paarse aren in de zomer op dezelfde natte grond, geliefd bij bijen en vlinders.
- Moerasspirea: Romige, geurende pluimen in de zomer, inheems en thuis op natte grond.
- Moerasvergeet-mij-niet: Hemelsblauwe bloempjes aan de waterkant, in dezelfde vochtige halfschaduw.
- Koningsvaren: Een grote, statige varen die eveneens van natte, zure grond houdt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een onoclea?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant van maart tot mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat iets breder dan de pot en meng er wat bladcompost door; in natte veengrond is dat niet nodig.
- Leg de wortelstok vlak onder het oppervlak, even diep als hij stond, met de knoppen naar boven.
- Houd 60–80 cm tussen de planten. Wil je de uitbreiding beperken, plant hem dan in een bodemloze emmer of graaf een wortelbegrenzer van 30 cm diep in.
- Geef meteen ruim water en houd de grond daarna steeds nat.
- Leg een laagje bladcompost rond de plant als mulch.
Verzorgen
- Water
- Op een natte plek niet nodig. Op een minder natte plek in droge periodes ruim water geven: in droge grond verdort het blad snel.
- Bemesten
- Niet nodig. Een laagje bladcompost in het voorjaar volstaat; geen mest in de buurt van de vijver.
- Uitbreiding
- Steek elk voorjaar of in de zomer de uitlopers af die te ver gaan, met een scherpe spade.
- Sporenaren
- Laat de bruine sporenaren de hele winter staan; ze zijn mooi en staan ook in droogboeketten.
- Mulchen
- Laat afgevallen boombladeren tussen de varen liggen; dat houdt de grond humusrijk.
Tip: Plant hem waar hij mag uitbreiden, zoals een natte vijveroever, of geef hem meteen een wortelbegrenzer mee. Laat de bruine sporenaren in de winter staan: ze zijn een sieraad met rijp erop.
Wanneer snoei je een onoclea?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor het nieuwe blad verschijnt. Verder hoeft hij niet gesnoeid te worden.
Hoe:
- Knip in maart het dode, bruine blad en de oude sporenaren vlak boven de grond weg.
- Wil je het na de eerste vorst netter, dan mag je het zwartgeworden groene blad al in de herfst weghalen, maar laat de sporenaren staan.
- Knip voor een droogboeket in de herfst of winter een paar bruine sporenaren af.
Let op: Snoeien houdt hem niet klein: de uitbreiding beperk je door de wortelstokken af te steken, niet door het blad te knippen.
Vermeerderen
- Delen
- Heel makkelijk: steek in maart–april een stuk wortelstok met een knop en wat wortels af en plant het meteen elders. Goed water geven.
- Sporen
- In het voorjaar komen de sporen vrij uit de bruine sporenaren. Zaai ze vers op steriele, vochtige zaaigrond onder glas; na enkele maanden verschijnen kleine varentjes.
Hoe komt een onoclea de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het groene blad sterft af bij de eerste nachtvorst; dat is normaal en de plant loopt in het voorjaar weer uit.
- De bruine sporenaren blijven de hele winter staan en geven structuur aan de winterse vijverrand.
- In een pot: houd de potgrond vochtig en zet de pot beschut; een pot in een schotel met water is ideaal.
Ziektes en plagen
- Te sterke uitbreiding: Hij duikt overal op in natte grond en verdringt kleinere planten. Steek de uitlopers af of plant met een wortelbegrenzer.
- Bruin, verdord blad: In de zomer door droge grond of felle zon. Ruim water geven of verplanten naar een nattere, schaduwrijkere plek.
- Zwart blad in de herfst: Normaal na de eerste nachtvorst: het blad is vorstgevoelig. Laat het liggen of knip het weg.
- Late nachtvorst: Het jonge blad kan in april–mei bevriezen. De plant loopt opnieuw uit; dek af met vlies als je de bladeren wilt sparen.
Het jaar rond
- Maart: Dood blad en oude sporenaren wegknippen. Planten of delen.
- April: Nieuw, vaak roodachtig blad. Planten of delen.
- Mei: Planten. Opletten voor late nachtvorst.
- Juni: Te ver gegroeide uitlopers afsteken. Water geven als de grond uitdroogt.
- Juli: Water geven bij droogte op minder natte plekken.
- Augustus: De sporenbladeren verschijnen.
- September: Planten. Uitbreiding controleren.
- Oktober: Planten. Het blad sterft af bij de eerste nachtvorst.
- December: De bruine sporenaren sieren de winterse vijverrand.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam ‘sensibilis’ en het Engelse ‘sensitive fern’ verwijzen naar de grote gevoeligheid van het blad voor vorst: het sterft af bij de eerste nachtvorst.
- Onoclea sensibilis is de enige soort in zijn geslacht.
- Door de kraalachtige sporenbladeren heet hij in Amerika ook ‘bead fern’, kralenvaren.