
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Varen · Onocleaceae
Struisvaren
Matteuccia struthiopteris
In andere talen: Fougère-à-l’autruche (Français) · Ostrich fern (English)
De struisvaren groeit van nature in vochtige bossen en langs beken in Midden- en Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika. Hij vormt sierlijke, regelmatige trechters van lichtgroene, veervormige bladeren tot 1,2 m hoog, die aan struisvogelveren doen denken. In de nazomer verschijnen in het hart korte, stijve, donkerbruine bladeren die de sporen dragen en de hele winter blijven staan. Met ondergrondse uitlopers vormt hij nieuwe trechters, zodat er na een paar jaar een mooie groep ontstaat. Tuiniers houden van het frisse, architecturale effect in een vochtige schaduwhoek of aan de rand van een vijver.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Elke tuingrond
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 1 m breed
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een struisvaren?
- Groeivorm
- Regelmatige trechter van bladeren, tot 1,2 m hoog en ongeveer 1 m breed. Vormt met uitlopers nieuwe trechters.
- Blad
- Lichtgroen, veervormig en fijn ingesneden, smal toelopend naar de voet. Sterft in de herfst af.
- Sporenbladeren
- Korte, stijve, donkerbruine bladeren van 30–60 cm in het hart van de trechter, vanaf de nazomer; ze blijven de hele winter staan.
- Jonge krullen
- In april verschijnen dichte, groene krullen die snel ontrollen.
- Uitlopers
- Lange ondergrondse uitlopers, waaraan op enige afstand nieuwe planten verschijnen.
Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de elegantste varens: perfecte, lichtgroene trechters.
- Het ontrollen van de krullen in april is een spectaculair voorjaarsmoment.
- De bruine sporenbladeren blijven de hele winter staan en zijn mooi in een droogboeket.
- Vormt met uitlopers vanzelf een groep: ideaal om een vochtige schaduwhoek te vullen.
- Zeer winterhard en zelden ziek.
Waar staat een struisvaren graag?
- Halfschaduw of schaduw; in de zon verbrandt het blad snel.
- Zand, leem, klei of veen, zuur tot neutraal en humusrijk.
- Vochtige tot natte grond: hij mag nooit uitdrogen. Ideaal aan een vijverrand of langs een beek.
- Beschut tegen harde wind, die de grote bladeren knakt.
- Reken op 80 cm–1 m tussen de planten en geef hem ruimte om uit te breiden.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 1,2 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Dotterbloem: Gele bloemen in het voorjaar aan de vijverrand, voor de varen uitloopt.
- Astilbe: Pluimen in roze, rood en wit op dezelfde vochtige grond.
- Hosta: Grote bladeren naast de luchtige trechters.
- Kaukasisch vergeet-mij-nietje: Hemelsblauwe bloempjes in april tussen de jonge krullen.
- Bosanemoon: Witte voorjaarsbloei onder de varen, voor die zijn blad ontrolt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een struisvaren?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant van maart tot mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er ruim bladcompost door.
- Zet de plant even diep als in de pot: het hart moet net boven de grond blijven.
- Hou 80 cm–1 m afstand tot andere planten en reken erop dat hij zich uitbreidt.
- Geef meteen ruim water en hou de grond het hele eerste jaar vochtig.
- Mulch met bladcompost om de grond koel en vochtig te houden.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond altijd vochtig; geef in droge zomers geregeld water, anders verbruint het blad.
- Bemesten
- Een laag bladcompost of goed verteerde compost in het voorjaar volstaat.
- Mulchen
- Elk voorjaar een laag bladcompost houdt de grond koel en vochtig.
- Uitlopers
- Steek ongewenste uitlopers met een spade af en plant ze elders of geef ze weg.
- Oud blad
- Het groene blad sterft in de herfst af; ruim het in maart op.
Tip: Geef hem een plek waar de grond nooit uitdroogt, zoals aan een vijverrand: dan blijft het blad tot in de herfst fris. Laat de bruine sporenbladeren in de winter staan; ze zijn een mooi sieraad.
Wanneer snoei je een struisvaren?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe krullen uitlopen. De bruine sporenbladeren mag je de hele winter laten staan als sieraad.
Hoe:
- Knip het afgestorven groene blad en de oude sporenbladeren aan de voet af.
- Pas op voor de krullen die al in het hart klaarzitten: knip er niet in.
- Snijd in de herfst gerust een paar sporenbladeren voor een droogboeket.
- Steek uitlopers die te ver gaan meteen af.
Vermeerderen
- Uitlopers
- In maart–april of in september: steek een jonge plant met wortels los van de uitloper en plant hem meteen elders. De makkelijkste manier.
- Sporen
- Verzamel in de late winter sporen van de bruine sporenbladeren en zaai ze meteen op vochtige, kiemvrije zaaigrond onder glas of plastic. Hou alles vochtig; het duurt maanden voor er varentjes verschijnen.
Hoe komt een struisvaren de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het groene blad sterft in de herfst af; de bruine sporenbladeren blijven staan en zijn een mooi wintersieraad.
- In een pot: zet de pot beschut en hou de potgrond licht vochtig.
Ziektes en plagen
- Bruin blad in de zomer: Teken van droogte of te veel zon. Geef ruim water, mulch en kies zo nodig een schaduwrijkere plek.
- Uitlopers op de verkeerde plek: Nieuwe planten verschijnen soms een eind van de moederplant. Steek ze af of zet in een kleine tuin een wortelscherm.
- Nachtvorstschade: Bevroren krullen worden bruin. De plant loopt opnieuw uit; knip de beschadigde bladeren weg.
- Weinig groei: Op droge of arme grond blijft hij klein. Meng compost door de grond en hou hem vochtig.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Sporenbladeren laten staan.
- Februari: Rust. De sporenbladeren sieren de tuin.
- Maart: Oud blad en sporenbladeren wegknippen. Planten of uitlopers verplanten.
- April: De krullen ontrollen. Mulchen met bladcompost.
- Mei: Planten. Water geven bij droogte.
- Juni: Grond vochtig houden.
- Juli: Water geven bij droogte. Uitlopers afsteken.
- Augustus: De sporenbladeren verschijnen in het hart.
- September: Planten of uitlopers verplanten.
- Oktober: Het groene blad sterft af. Sporenbladeren snijden voor een droogboeket.
- November: Sporenbladeren laten staan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Struthiopteris komt van het Griekse strouthion, struisvogel, en pteris, varen: de bladeren lijken op struisvogelveren.
- De geslachtsnaam eert de Italiaanse natuurkundige Carlo Matteucci, die in de 19e eeuw leefde.
- De struisvaren heeft twee soorten bladeren: grote groene bladeren die voedsel maken en aparte bruine bladeren die alleen sporen dragen.