Slangenbaard (Ophiopogon japonicus)

Foto: Shabicht, CC0 · bron

Vaste plant · Asparagaceae

Slangenbaard

Ophiopogon japonicus

In andere talen: Herbe aux turquoises (Français) · Mondo grass (English)

De slangenbaard komt uit Japan, Korea en China en is een groenblijvende, grasachtige vaste plant van zo’n 20 cm hoog. Hij vormt dichte pollen van smalle, donkergroene, boogvormige bladeren die het hele jaar mooi blijven. In juli en augustus verschijnen tussen het blad kleine, bleek lila of witte bloempjes in korte trosjes, in de herfst gevolgd door glanzend blauwe besjes. Hij breidt zich langzaam uit met uitlopers en is een zeer geschikte bodembedekker voor halfschaduw en schaduw. Het compacte ras ‘Kyoto Dwarf’ blijft nog lager. Niet te verwarren met de zwarte slangenbaard (Ophiopogon planiscapus ‘Nigrescens’).

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    0,2 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    juli–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,2 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuli–augustus

Herkennen

Hoe herken je een slangenbaard?

Groeivorm
Dichte, grasachtige pollen van 15–25 cm hoog en 30 cm breed, die zich langzaam met uitlopers uitbreiden.
Blad
Smal, lintvormig, 2–3 mm breed, donkergroen en glanzend, boogvormig overhangend; het hele jaar groen.
Bloem
Kleine, klokvormige bloempjes in korte trosjes, deels verborgen tussen het blad, in juli en augustus.
Kleur
Bleek lila tot wit; later glanzend blauwe besjes.
Wortels
Dunne wortels met kleine knolletjes en uitlopers waarmee de plant zich langzaam verspreidt.

Bloei: juli–augustus · Planten: april–mei en september · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groenblijvend: het hele jaar een frisgroen gazon van blad, ook in de winter.
  • Werkt als bodembedekker in halfschaduw en schaduw, waar gras en andere planten het moeilijk hebben.
  • Glanzend blauwe besjes in de herfst, onder het blad.
  • Hoeft niet gemaaid te worden: weinig onderhoud en zeer taai.
  • Geeft randen van paden en borders een strakke, nette lijn zonder dat je een gazon hoeft te maaien.

Waar staat een slangenbaard graag?

  • Halfschaduw tot schaduw; in volle zon verbrandt het blad en wordt het geelachtig.
  • Humusrijke, goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot neutraal.
  • Gemiddeld vochtig: de grond mag niet uitdrogen, maar ook niet nat blijven.
  • Plant op 15–20 cm van elkaar voor een snel sluitend tapijt, of op 25–30 cm als je geduld hebt.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal
Grootte
0,2 m hoog, 0,3 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -15 °C)

Mooi samen met

  • Hosta: Brede bladeren boven de smalle, glanzende lintjes.
  • Varens: Fris groen blad in dezelfde halfschaduw.
  • Japanse esdoorn: Fijne bladstructuur boven het lage, groene tapijt.
  • Azalea: Groenblijvend tapijt onder de bloeiende heester, op dezelfde zure grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een slangenbaard?

Planten in april–mei en september.

  1. Plant in april–mei of in september, als de grond niet bevroren of te nat is.
  2. Maak de grond los en meng er bladcompost of potgrond door om hem humusrijk en doorlatend te maken.
  3. Zet de plant even diep als in de pot, met de kruin op grondniveau, en druk de grond aan.
  4. Houd 15–20 cm afstand tussen de planten voor een snelle dichting.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en leg een laagje bladcompost rond de planten, zonder de kruin toe te dekken.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar bij droogte regelmatig water geven; later enkel in droge zomers.
Bemesten
Een dun laagje compost of organische mest in het voorjaar is genoeg.
Mulchen
Een laagje bladcompost in het najaar houdt de grond vochtig en beschermt de wortels tegen vorst.
Onkruid
Het eerste jaar tot het tapijt dicht is regelmatig wieden.
Opruimen
Haal bladafval uit de pollen weg en knip in maart bruin geworden bladeren af.

Tip: Gebruik hem als groenblijvende bodembedekker in halfschaduw en schaduw en bescherm hem in strenge winters met een laag bladeren. Knip beschadigde bladeren in maart af.

Wanneer snoei je een slangenbaard?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen.

Hoe:

  • Knip door vorst of droogte bruin geworden bladeren tot 5 cm boven de grond af.
  • Een heel oud of slecht ogend tapijt kun je in maart hoog afmaaien of afknippen; het groeit weer aan.
  • Haal dode stukken uit de pollen weg.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In april–mei: pol uitgraven, in stukken met wortels delen en meteen opnieuw planten op 15–20 cm. Het gaat gemakkelijk.
Zaaien
Zaai verse zaden in de herfst of het voorjaar in een koud kasje; ze kiemen langzaam en het duurt jaren voor de plant dicht is.

Hoe komt een slangenbaard de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Winterhard tot ongeveer −15 °C; op een beschutte plek in Vlaanderen meestal zonder problemen.
  • Bescherm hem bij strenge vorst met een laag bladeren of wintervlies, vooral jonge planten.
  • In een pot: zet hem tegen de muur of wikkel de pot in jute, want de wortels bevriezen sneller dan in de volle grond.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Aangevreten blad of gaten in jonge scheuten. Verzamel ze ’s avonds of leg een rand van grof gruis rond de plant.
  • Vorstschade: Bruine bladpunten of bladeren na een strenge winter. Knip ze in maart af; de plant loopt vanzelf weer uit.
  • Wortelrot: Geel, slap blad op een plek waar water blijft staan. Verbeter de drainage met grof zand of verplant hem.
  • Onkruid: In de beginjaren groeit onkruid tussen de pollen. Wied regelmatig tot het tapijt gesloten is.

Het jaar rond

  • Maart: Bruine bladeren afknippen. Compost geven.
  • April: Planten of delen.
  • Mei: Planten. Mulchen. Wieden.
  • Juni: Water geven bij droogte. Wieden.
  • Juli: Bloei begint. Water geven bij droogte.
  • Augustus: Bloei. Water geven bij droogte.
  • September: Planten. Blauwe besjes verschijnen.
  • Oktober: Bladeren als mulch rond de planten leggen.
  • November: Jonge planten beschermen tegen strenge vorst.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Ophiopogon komt uit het Grieks: ophis betekent slang en pogon baard; vandaar slangenbaard.
  • Hij is geen echt gras: hij hoort bij de aspergefamilie, net als hyacint en aspergeplant.
  • In Japan wordt hij ‘ryūnohige’ genoemd, wat drakenbaard betekent.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…