
Foto: HorsePunchKid, CC BY-SA 4.0 · bron
Heester · Ericaceae
Azalea
Rhododendron viscosum
In andere talen: Azalée visqueuse (Français) · Swamp azalea (English)
Deze azalea (Rhododendron viscosum), in het Engels ‘swamp azalea’ genoemd, groeit in het wild in het oosten van de Verenigde Staten, vaak in moerassen en natte bossen. Het is een bladverliezende struik van ongeveer 2 m hoog die laat bloeit: in juni–juli verschijnen buisvormige, witte bloemen met een sterke, zoete kruidnagelachtige geur, nadat het blad al is uitgelopen. De buitenkant van de bloembuis is bedekt met kleverige klierharen, vandaar de naam. Hij is volledig winterhard en verdraagt als een van de weinige azalea’s natte grond, zolang die zuur is. Met de jaren vormt hij een breed groeiende struik met uitlopers.
Let op: Alle delen zijn giftig: blad, bloemen en nectar. Kinderen, katten, honden en grazende dieren zoals paarden, schapen en geiten kunnen ziek worden als ze ervan eten. Plant hem niet in of vlak bij een weide en laat kinderen geen bloemen of bladeren in de mond steken. Hij vormt met de jaren uitlopers; steek ze af waar je ze niet wilt.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of veen
zuur
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
2 m
hoog, 2 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een azalea?
- Groeivorm
- Bladverliezende struik van ongeveer 2 m hoog en breed; vormt met de jaren uitlopers en wordt breder.
- Blad
- Klein, 2–5 cm, omgekeerd eirond, bovenkant donkergroen, onderkant blauwgroen. Herfstkleur geel tot rood.
- Bloem
- Buisvormig met smalle slippen, wit (soms lichtroze), in trossen in juni–juli, na het uitlopen van het blad.
- Geur
- Sterk en zoet, kruidnagelachtig; de buitenkant van de bloembuis is kleverig behaard.
- Wortels
- Ondiep en fijn vertakt, met uitlopers. Ze drogen snel uit en mogen niet verstoord worden door spitten of hakken.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit laat, in juni–juli, en verlengt zo het azaleaseizoen tot in de zomer.
- Sterke, zoete geur die op een warme avond de hele tuin vult.
- Verdraagt natte grond, zolang die zuur is, en past dus op plekken waar andere azalea’s het moeilijk hebben.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C, en bladverliezend.
- De bloemen worden bezocht door bijen en hommels.
Waar staat een azalea graag?
- Halfschaduw is ideaal; hij verdraagt ook meer zon als de grond nat blijft.
- Zure grond (pH ongeveer 4,5–5,5): zand of leem met veel humus. Nooit kalk of kalkrijke compost gebruiken.
- Normaal tot nat: hij verdraagt natte grond beter dan de meeste azalea’s, maar niet langdurig stilstaand, zuurstofarm water.
- Beschut tegen koude wind. Reken op 1,5–2 m ruimte; ideaal in een vochtige hoek of aan de rand van een vijver.
- Licht
- Halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 2 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Koningsvaren: Een imposante varen voor dezelfde natte, zure grond.
- Japanse iris: Bloeit in juni–juli op vochtige, zure grond, tegelijk met de azalea.
- Hosta: Grote bladeren in dezelfde halfschaduw.
- Varens: Frisse groene bladeren in vochtige, humusrijke grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een azalea?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Graaf een plantgat dat 2–3 keer zo breed is als de kluit, maar niet dieper. Meng de uitgegraven grond met bladaarde of veenvrije zure potgrond.
- Week de kluit voor het planten in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen en maak de wortels voorzichtig los.
- Zet de kluit zo dat de bovenkant even hoog of iets hoger ligt dan de grond: plant nooit dieper dan in de pot.
- Druk de grond aan en geef meteen water, liefst regenwater.
- Leg een laag van 5–8 cm bladaarde of naaldmulch rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond gelijkmatig vochtig en geef bij droogte royaal water, liefst regenwater: kraanwater bevat vaak kalk en maakt de grond minder zuur.
- Bemesten
- In april–mei een meststof voor zuurminnende planten of organische mest. Niet meer na juli.
- Mulchen
- Vernieuw elk voorjaar de laag bladaarde of naaldmulch. Spit of hak niet rond de struik: de wortels liggen vlak onder het oppervlak.
- Uitlopers
- Steek ongewenste uitlopers in het voorjaar af met een spade, of plant ze elders.
- Uitgebloeide bloemen
- Je mag uitgebloeide trossen met de hand wegbreken, zonder de jonge knoppen eronder te beschadigen. Het is niet noodzakelijk.
Tip: Plant hem bij een zitplaats of terras waar je ’s avonds zit: zijn geur is op een warme juni- of juliavond op zijn sterkst.
Wanneer snoei je een azalea?
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: Hij heeft weinig snoei nodig. Doe het vlak na de bloei, in juli–augustus, want de bloemknoppen voor volgend jaar worden in de zomer gevormd.
Hoe:
- Breek of knip uitgebloeide trossen weg als je wilt.
- Haal dode, zwakke en gekruiste takken aan de voet weg.
- Knip te lange takken terug tot net boven een zijtak om de vorm bij te sturen.
- Een oude, kale struik kun je in maart tot 30–50 cm boven de grond terugzetten: hij loopt meestal weer uit, maar bloeit dat jaar niet.
Let op: Snoei niet laat in de herfst: dan knip je de bloemknoppen voor volgend jaar weg.
Vermeerderen
- Uitlopers afsteken
- In het voorjaar een uitloper met wortels afsteken en op een nieuwe plek planten. Dit is de makkelijkste methode.
- Afleggen
- In het voorjaar een lage, buigzame tak naar beneden buigen, vastpinnen in zure, losse grond en een steen erop leggen. Na een of twee jaar met wortels loskoppelen.
- Zaaien
- Strooi het fijne zaad in januari–maart op vochtige zure zaaigrond, zonder af te dekken, en hou het licht en bij 15–20 °C. Zaailingen groeien traag en lijken niet altijd op de moederplant.
Hoe komt een azalea de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
- Een laag bladeren of naaldmulch rond de voet beschermt de ondiepe wortels, vooral bij jonge planten.
- In een pot vriezen de wortels sneller door: zet de pot tegen een muur, wikkel hem in jute en geef water op vorstvrije dagen.
Ziektes en plagen
- Bladchlorose: Geel blad met groene nerven op te kalkrijke grond. Verzuur de grond met naaldmulch en bladaarde, geef regenwater en een meststof voor zuurminnende planten.
- Meeldauw: Wit poederachtig laagje op de bladeren, vooral in de late zomer bij droogte. Geef water aan de voet, hou ruimte tussen de planten en verwijder aangetaste bladeren.
- Taxuskever: Halfronde happen uit de bladranden in de zomer; de larven eten de wortels. Zet in augustus–september aaltjes in de vochtige, warme grond.
- Droogteschade: Bruine bladranden en hangend blad op te droge grond, ook al verdraagt hij natte voeten. Geef regenwater en leg een dikke laag mulch.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Meststof voor zuurminnende planten. Oude struiken eventueel verjongen (geen bloei dat jaar).
- April: Planten. Mulch van bladaarde of naaldmulch aanvullen. Uitlopers afsteken.
- Mei: Bij droogte water geven met regenwater. Knoppen verschijnen.
- Juni: Bloei begint en de geur komt op gang.
- Juli: Volle bloei. Na de bloei uitgebloeide trossen verwijderen en licht snoeien.
- Augustus: Licht snoeien na de bloei. Water geven bij droogte. Aaltjes tegen taxuskeverlarven inzetten.
- September: Planten. Zaad oogsten als de doosvruchten openspringen.
- Oktober: Planten. Herfstkleur. Mulchlaag aanvullen.
- November: Rust. Gevallen blad mag blijven liggen als mulch.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Rododendrons en azalea’s zijn in al hun delen giftig, ook de bloemen en de nectar: ze bevatten grayanotoxinen, die kwijlen, braken, zwakte, een trage hartslag en een lage bloeddruk geven. Vooral geiten, schapen en alpaca’s, maar ook paarden, runderen, konijnen en cavia’s worden er ernstig ziek van, soms al van een kleine hoeveelheid blad; ook honden en katten lopen risico. Gooi snoeiafval dus nooit over de afsluiting van een weide of in een hok, geef het niet aan dieren en pluk geen konijnenvoer tussen de struiken; bel bij twijfel meteen je dierenarts. Kinderen die een blad of bloem in de mond steken of nectar uit de bloemen zuigen, zoals bij dovenetel, krijgen meestal enkel een branderige mond en misselijkheid, maar leer hen het niet te doen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam viscosum betekent ‘kleverig’ en verwijst naar de klierharen op de buitenkant van de bloembuis.
- In de Verenigde Staten heet hij ook ‘swamp honeysuckle’ (moeraskamperfoelie), omdat de buisvormige bloemen op kamperfoelie lijken.
- Hij werd gebruikt bij de veredeling van de Gentse azalea’s en gaf die late bloei en geur door.