Kaneelvaren (Osmundastrum cinnamomeum)

Foto: Riverbanks Outdoor Store from New Port Richey, FL, United States, CC BY 2.0 · bron

Varen · Osmundaceae

Kaneelvaren

Osmundastrum cinnamomeum

In andere talen: Osmonde cannelle (Français) · Cinnamon fern (English)

De kaneelvaren komt uit Noord- en Zuid-Amerika en Oost-Azië, waar hij groeit in moerassen, natte bossen en langs beken. Hij werd vroeger Osmunda cinnamomea genoemd en is familie van onze inheemse koningsvaren. Het is een grote, sierlijke varen van zo’n 1 m hoog die een brede vaas vormt van frisgroene, geveerde bladeren. In het voorjaar verschijnen in het hart aparte, rechtopstaande sporenbladeren die snel kaneelbruin kleuren en in de vroege zomer verdorren. In de herfst kleurt het groene blad geel tot oranjebruin, wat hem tot een van de mooiste varens voor een natte, zure plek maakt.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Zand, leem of veen

    zuur

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -35 °C

  • Grootte

    1 m

    hoog, 0,8 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en juni
Hoogte1 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een kaneelvaren?

Groeivorm
Brede, vaasvormige pol van zo’n 1 m hoog en 80 cm breed, uit een dikke, opgaande wortelstok.
Blad
Enkel geveerd met diep ingesneden deelblaadjes, frisgroen; aan de voet van elk deelblaadje zit een plukje roestbruine haartjes.
Sporenbladeren
Aparte, rechtopstaande bladeren in het hart, in april–mei eerst groen en dan kaneelbruin; ze verdorren in de vroege zomer.
Herfstkleur
Geel tot oranjebruin in oktober; daarna sterft het blad af.
Wortels
Een dikke, vezelige wortelstok met een dichte massa zwarte wortels.

Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Opvallend in het voorjaar: wollige bladkrullen en daarna kaneelbruine sporenbladeren tussen het groene blad.
  • Een statige, regelmatige vaas van blad voor de vijverrand of een natte schaduwhoek.
  • Mooie herfstkleur: het blad wordt geel tot oranjebruin voor het afsterft.
  • Een van de weinige grote varens die echt natte grond verdragen.
  • Breidt zich nauwelijks uit: de pol wordt langzaam breder, maar woekert niet.
  • De dichte pol langs de oever biedt beschutting aan kikkers en andere vijverdieren.

Waar staat een kaneelvaren graag?

  • Halfschaduw tot schaduw; in natte grond verdraagt hij ook meer zon.
  • Zure, humusrijke grond: zand, leem of veen. Geen kalk.
  • Vochtig tot nat: ideaal op de natte vijveroever of in een moerasborder, waar de grond verzadigd is maar het hart niet blijvend onder water staat.
  • Een beschutte plek zonder harde wind houdt het grote blad mooi.
  • Plant 80–100 cm uit elkaar: de pol heeft ruimte nodig om zijn vaasvorm te tonen.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Zand, leem of veen
Zuurtegraad
Zuur
Vocht
Nat
Grootte
1 m hoog, 0,8 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -35 °C)

Mooi samen met

  • Rododendron: Een groenblijvende heester die ook van zure, humusrijke grond houdt.
  • Koningsvaren: Zijn inheemse verwant, voor dezelfde natte, zure grond.
  • Dotterbloem: Goudgele bloemen in maart–april op de natte oever, naast de wollige bladkrullen.
  • Japanse iris: Grote, platte bloemen in de zomer, op vochtige, zure grond.
  • Moerasvergeet-mij-niet: Hemelsblauwe bloempjes aan de waterkant, in dezelfde vochtige halfschaduw.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een kaneelvaren?

Planten in maart–mei en september–oktober.

  1. Plant van maart tot mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er royaal bladcompost of zuur, verteerd naaldstrooisel door.
  3. Zet de plant even diep als hij stond: het hart met de bladkrullen hoort aan het oppervlak, niet eronder.
  4. Houd 80–100 cm tussen de planten en druk de grond goed aan.
  5. Geef meteen ruim water, liefst regenwater, en houd de grond daarna steeds vochtig tot nat.
  6. Leg een laag bladcompost rond de plant als mulch, maar niet over het hart.

Verzorgen

Water
De grond mag nooit uitdrogen. Op een natte plek is gieten niet nodig; elders in droge periodes ruim regenwater geven.
Bemesten
Niet nodig: een laag bladcompost in het voorjaar volstaat. Geen kunstmest en geen kalk, zeker niet bij de vijver.
Mulchen
Een laag bladcompost of afgevallen eikenblad houdt de grond zuur, koel en vochtig.
Sporenbladeren
Haal de verdorde, bruine sporenbladeren in juni weg als je ze niet mooi vindt; nodig is het niet.
Oud blad
Laat het afgestorven blad in de winter staan en knip het in maart weg.

Tip: Geef hem zure, natte grond en giet alleen met regenwater: dan wordt hij elk jaar groter en mooier. Plant hem zo dat je in april–mei de kaneelbruine sporenbladeren goed ziet.

Wanneer snoei je een kaneelvaren?

Snoeimaanden: maart en juni.

Wanneer: In maart het oude blad weghalen, voor de nieuwe bladkrullen zich ontrollen. In juni eventueel de verdorde sporenbladeren.

Hoe:

  • Knip in maart het dode, bruine blad vlak boven het hart weg.
  • Knip in juni de verdorde sporenbladeren aan de voet weg als je de pol netter wilt.
  • Werk voorzichtig rond de wollige bladkrullen in het hart: dat is het nieuwe blad.

Let op: Knip in het voorjaar de jonge, kaneelbruine sporenbladeren niet weg: zij zijn juist de grootste sierwaarde.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
Alleen bij oude, grote pollen met meerdere harten: in maart–april met een scherpe spade of zaag een stuk met een hart en wortels afsteken. De wortels zijn taai; plant meteen en houd nat.
Sporen
De groene sporen zijn maar kort kiemkrachtig. Zaai ze in mei–juni meteen na het oogsten op steriele, vochtige, zure zaaigrond onder glas; na enkele maanden verschijnen kleine varentjes.

Hoe komt een kaneelvaren de winter door?

Winterhard tot −35 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • Het blad kleurt in de herfst geel tot oranjebruin en sterft dan af; in het voorjaar loopt de plant weer uit.
  • Laat het oude blad tot maart staan: het beschermt het hart en de bladkrullen.
  • In een pot: houd de potgrond vochtig, zet de pot beschut en wikkel hem bij strenge vorst in jute.

Ziektes en plagen

  • Bruin blad: Bruine, droge bladranden in de zomer door droge grond of felle zon. Ruim regenwater geven, mulchen of verplanten naar een nattere plek.
  • Geel blad: Bleek, geel blad in kalkrijke grond of door kalkrijk kraantjeswater. Gebruik regenwater en zure bladcompost.
  • Late nachtvorst: De jonge bladkrullen kunnen in april bevriezen. Dek af met vlies als er vorst voorspeld wordt; de plant loopt meestal opnieuw uit.
  • Slakken: Vreten soms aan de jonge bladkrullen. Raap ze ’s avonds weg, of leg een plankje als schuilplaats en ruim ze ’s morgens op.

Het jaar rond

  • Maart: Oud blad wegknippen. Zure bladcompost strooien.
  • April: Wollige bladkrullen verschijnen. Planten of delen.
  • Mei: Kaneelbruine sporenbladeren. Verse sporen zaaien.
  • Juni: Verdorde sporenbladeren weghalen. Water geven bij droogte.
  • Juli: Water geven bij droogte, liefst regenwater.
  • Augustus: Water geven bij droogte.
  • September: Planten.
  • Oktober: Herfstkleur geel tot oranjebruin. Planten.
  • November: Het blad sterft af. Laten staan als bescherming.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Hij heette lang Osmunda cinnamomea, maar onderzoek van zijn DNA toonde aan dat hij een eigen tak vormt; daarom heet hij nu Osmundastrum.
  • Zijn sporen zijn groen en blijven maar kort kiemkrachtig, anders dan de sporen van de meeste andere varens.
  • Hij behoort tot een zeer oude groep: fossielen van bijna identieke varens zijn tientallen miljoenen jaren oud.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…