
Foto: Mel Etitis, CC BY 2.5 · bron
Vaste plant · Paeoniaceae
Gele pioen
Paeonia mlokosewitschii
In andere talen: Pivoine du Caucase (Français) · Molly-the-witch (English)
De gele pioen komt uit de bergbossen en graslanden van de Kaukasus. Het is een bossige vaste plant van zo’n 70 cm met blauwgroen blad, dat in het voorjaar roodbruin uitloopt. In april en mei draagt hij grote, enkele, schaalvormige bloemen van 10–12 cm, zachtgeel met een kring gouden meeldraden. De bloei is kort maar schitterend, en na de bloei blijft het mooie blad. In de late zomer springen de zaaddozen open en tonen ze rode en glanzend blauwzwarte zaden. Het is een traag groeiende, trouwe plant die jarenlang op dezelfde plek mag blijven, maar slecht tegen verplanten kan.
Let op: Alle delen van de plant, vooral de wortels en zaden, zijn licht giftig. Kinderen, honden, katten en grazende dieren kunnen last krijgen van misselijkheid, braken en diarree als ze er iets van eten. Laat kinderen niet met de rode en blauwzwarte zaden spelen en draag handschoenen bij het delen. Bij twijfel: bel het Antigifcentrum (070 245 245) of de dierenarts.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,7 m
hoog, 0,7 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | oktober–november |
|---|---|
| Hoogte | 0,7 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een gele pioen?
- Groeivorm
- Bossige, ronde pol van 60–80 cm hoog en breed, die elk jaar uit de grond opnieuw uitloopt.
- Blad
- Diep ingesneden, blauwgroen en iets blauwig aan de onderkant; jong roodbruin tot paarsrood.
- Bloem
- Enkele, schaalvormige bloemen van 10–12 cm met een kring gouden meeldraden, in april en mei; elke bloem blijft maar kort open.
- Kleur
- Zachtgeel, vaak citroengeel getint.
- Vrucht
- Zaaddozen die in de late zomer openspringen met rode, onvruchtbare en glanzend blauwzwarte, vruchtbare zaden.
- Wortels
- Dikke, vlezige wortels die zich niet graag laten verstoren.
Bloei: april–mei · Planten: september–oktober · Snoeien: oktober–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zachtgele, enkele bloemen van 10–12 cm in april–mei, vroeger dan de meeste pioenen.
- Het blauwgroene blad loopt in het voorjaar roodbruin uit en blijft de hele zomer mooi.
- In de late zomer springen de zaaddozen open met rode en blauwzwarte zaden: nog een mooi moment in de tuin.
- Bijen en andere insecten vinden in de open bloemen stuifmeel.
- Een levenslange plant: eenmaal gevestigd bloeit hij tientallen jaren zonder veel zorg.
Waar staat een gele pioen graag?
- Zon of halfschaduw; hij houdt van lichte schaduw in de warmste uren.
- Humusrijke, goed doorlatende leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk.
- Gemiddeld vochtig: niet nat blijven staan, maar ook niet te droog.
- Reken op 70–80 cm ruimte per plant; beschut tegen harde wind en late voorjaarsvorst die de jonge scheuten beschadigt.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,7 m hoog, 0,7 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Vergeet-mij-nietje: Blauwe wolken onder de gele schalen, in dezelfde lente.
- Brunnera: Blauwe bloempjes en grote bladeren naast de gele pioen.
- Ooievaarsbek: Dekt de grond af na de bloei en vult het gat als de pioen rust.
- Tulp: Voorjaarsbollen in wit of paars geven een mooi contrast met het geel.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gele pioen?
Planten in september–oktober.
- Plant in september–oktober, als de grond nog warm en vochtig is.
- Graaf een plantgat van ongeveer 40 cm diep en breed en meng er rijpe compost door.
- Plant ondiep: de rode knoppen (ogen) komen maximaal 3–5 cm onder het grondoppervlak; te diep geplant geeft geen bloemen.
- Houd 70–80 cm afstand tot de buren en druk de grond zachtjes aan.
- Geef meteen water; mulch niet direct op de kruin om rot te voorkomen.
Verzorgen
- Water
- In het eerste jaar bij droogte regelmatig en doorlopend water geven; later in langdurige droogte.
- Bemesten
- Een schep compost of goed verteerde mest in het voorjaar; geen verse mest of overdreven stikstof.
- Mulchen
- Een dun laagje bladcompost in het najaar, op afstand van de kruin gehouden.
- Steun
- Meestal niet nodig: de enkele bloemen zijn licht en de pol staat stevig.
- Geduld
- Na het planten duurt het vaak drie jaar of langer voor hij echt bloeit; verplant hem niet.
Tip: Plant hem ondiep, met de ogen maximaal 3–5 cm onder de grond, en verplant hem niet meer. Heb geduld: na drie jaar of meer komt de bloei.
Wanneer snoei je een gele pioen?
Snoeimaanden: oktober–november.
Wanneer: In oktober–november, als het blad geel of bruin wordt en afsterft.
Hoe:
- Knip alle afgestorven stengels tot net boven de grond af.
- Gooi het blad bij het restafval als de plant ziek was; composteer het dan niet.
- Laat de zaaddozen staan tot ze opengesprongen zijn, als je ze mooi vindt.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai verse zaden in de herfst buiten in een pot of bak; ze hebben warmte en daarna kou nodig. Kieming duurt een tot twee jaar, en bloei pas na vijf tot zes jaar.
- Delen
- In september–oktober, met zorg en alleen bij een grote, oude pol; elk stuk heeft 3–5 ogen en wortels nodig. Hij herstelt traag.
Hoe komt een gele pioen de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in Belgische winters geen bescherming nodig.
- De bovengrondse delen sterven in de herfst af; de knoppen overwinteren net onder de grond.
- Late voorjaarsvorst kan de rode jonge scheuten in maart–april beschadigen: dek ze af met vlies als vorst wordt voorspeld.
Ziektes en plagen
- Grauwe schimmel (Botrytis): Jonge scheuten of knoppen worden bruin, slap of rotten, bij vochtig koel weer. Knip aangetaste delen tot in het gezonde deel weg en gooi ze weg; ruim in het najaar al het blad op.
- Geen bloei: Meestal te diep geplant, te veel schaduw of de plant is pas gevestigd of verplant. Plant ondiep, geef een zonniger plek en wees geduldig.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in de late zomer. Meestal onschuldig; knip aangetast blad in de herfst weg.
- Slakken: Aangevreten jonge scheuten in het voorjaar. Verzamel ze ’s avonds of leg een rand van grof gruis rond de plant.
Het jaar rond
- Maart: Rode scheuten verschijnen. Bij vorst afdekken. Compost geven.
- April: Eerste bloei. Letten op slakken.
- Mei: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- Juni: Zaaddozen vormen zich. Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij langdurige droogte.
- Augustus: Zaaddozen springen open en tonen rode en blauwzwarte zaden. Verse zaden oogsten.
- September: Planten of delen. Zaaien.
- Oktober: Planten. Afgestorven stengels afknippen.
- November: Afgestorven stengels afknippen en blad opruimen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Pioenen zijn licht giftig, vooral de wortels en de zaden: opeten geeft misselijkheid, braken, buikpijn en diarree, bij kinderen en ook bij honden, katten en grazende dieren. In de herfst springen de zaaddozen open en tonen ze glanzende rode en blauwzwarte zaden, die kinderen graag oprapen: knip ze weg of laat kinderen er niet mee spelen. De wortel van de boerenpioen werd vroeger als geneesmiddel en de zaden als ketting voor baby’s die tandjes kregen gebruikt: doe dat niet. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het scheuren en verplanten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In het Engels heet hij ‘Molly-the-witch’, een bijnaam die uit de moeilijk uit te spreken soortnaam mlokosewitschii is ontstaan.
- De soort is genoemd naar Ludwik Młokosiewicz, een Poolse natuuronderzoeker die hem in de Kaukasus ontdekte.
- In de openspringende zaaddozen zitten twee soorten zaden: de rode zijn onvruchtbaar en de glanzend blauwzwarte zijn vruchtbaar.