
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Paeoniaceae
Boerenpioen
Paeonia officinalis
In andere talen: Pivoine officinale (Français) · Common peony (English)
De boerenpioen komt uit Zuid-Europa, waar hij in het wild groeit op kalkrijke hellingen en in lichte bossen. Het is een kruidachtige vaste plant met diep ingesneden, donkergroen blad dat elke herfst bovengronds afsterft. In mei en juni verschijnen grote, bolle bloemen tot 12 cm breed. In tuinen zie je vooral de gevulde, karmijnrode ‘Rubra Plena’, het klassieke beeld van de boerentuin, maar er zijn ook gevulde roze en witte vormen. Tuiniers houden van hem als snijbloem en omdat hij tientallen jaren op dezelfde plek kan blijven staan.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de wortels en de zaden. Houd jonge kinderen en huisdieren uit de buurt van de glanzende zaden.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | oktober |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een boerenpioen?
- Groeivorm
- Ronde, kruidachtige pol van ongeveer 60 cm hoog en breed, die elke winter bovengronds afsterft.
- Blad
- Donkergroen en diep ingesneden, op stevige stengels.
- Bloem
- Schaal- of bolvormig, 8–12 cm breed; bij de wilde soort enkel, in tuinen meestal gevuld.
- Kleur
- Karmijnrood, roze of wit, met gele meeldraden bij de enkelbloemige vormen.
- Wortels
- Dikke, knolvormige opslagwortels met knoppen (ogen) aan de bovenkant.
- Vrucht
- Bij enkelbloemige vormen behaarde zaaddozen die openbarsten en rode, onvruchtbare en glanzend zwarte, kiemkrachtige zaden tonen.
Bloei: mei–juni · Planten: september–oktober · Snoeien: oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Grote, weelderige bloemen in mei en juni, het hoogtepunt van de voorzomer.
- Een uitstekende snijbloem voor een royaal boeket.
- Zeer langlevend: een goed geplante pioen bloeit tientallen jaren.
- Na de bloei blijft het donkergroene blad een frisse pol tot in de herfst.
- Weinig werk: eenmaal goed geplant vraagt hij bijna niets.
Waar staat een boerenpioen graag?
- Volle zon geeft de meeste bloemen; lichte halfschaduw gaat ook.
- Diepe, voedzame leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk en goed doorlatend.
- Normaal vochtig: niet te droog in het voorjaar, niet nat in de winter.
- Geef hem 60–90 cm ruimte, niet te dicht bij struiken of bomen waarvan de wortels concurreren.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Vrouwenmantel: Een zachte, gele rand vooraan die de voet van de pioen bedekt.
- Kattenkruid: Blauwe wolken naast de rode bloemen, en bloeit door als de pioen uitgebloeid is.
- Ooievaarsbek: Vult de ruimte na de bloei en bloeit lang door.
- Baardiris: Bloeit rond dezelfde tijd en houdt ook van zon en kalkrijke grond.
- Sierui: Paarse bollen boven het pioenblad in mei en juni.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een boerenpioen?
Planten in september–oktober.
- Plant in september of oktober, als de plant in rust is.
- Graaf een ruim plantgat van 40–50 cm breed en diep en meng er compost door.
- Zet de wortel zo dat de ogen hooguit 3 cm onder de grond zitten; op zware klei nog wat ondieper.
- Houd 60–90 cm tussen de planten.
- Druk de grond voorzichtig aan zonder de ogen te beschadigen en geef ruim water.
- Leg een dunne laag compost rond de plant, maar niet op de ogen zelf.
Verzorgen
- Water
- Bij droogte in het voorjaar, als de knoppen zich vormen, flink water geven.
- Bemesten
- In het voorjaar wat compost of organische mest rond de plant, niet op de ogen. Te veel stikstof geeft blad in plaats van bloemen.
- Steun
- Zet in april een ring of plantensteun over de jonge scheuten: de zware bloemen buigen na regen door.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze na de bloei net onder de bloem af, maar laat het blad staan tot de herfst.
- Rust
- Verplant hem niet: na verplanten bloeit hij vaak een paar jaar niet.
Tip: Plant in september of oktober met de ogen hooguit 3 cm onder de grond, anders bloeit hij niet. Snijd bloemen voor de vaas in de knop, als die zacht aanvoelt en kleur toont.
Wanneer snoei je een boerenpioen?
Snoeimaanden: oktober.
Wanneer: In oktober, als het blad geel of bruin wordt, knip je de stengels tot net boven de grond af.
Hoe:
- Knip de stengels af tot 2–5 cm boven de grond; pas op voor de roze ogen aan de voet.
- Ruim het blad op en composteer het niet als er schimmel op zat.
- Knip uitgebloeide bloemen in juni af; laat het blad staan, want dat voedt de wortels voor volgend jaar.
Let op: Knip het blad niet in de zomer af: de plant heeft het nodig om de bloemknoppen voor volgend jaar te vormen.
Vermeerderen
- Delen
- In september: graaf de plant op, spoel de grond van de wortels en snijd ze met een scherp mes in stukken met elk 3–5 ogen en een flink stuk wortel. Plant meteen opnieuw, met de ogen hooguit 3 cm diep. Na 2–3 jaar bloeit hij weer.
- Zaaien
- Bij enkelbloemige vormen: zaai vers zaad in de herfst in een pot en zet die buiten. Het kiemen duurt soms twee jaar en de eerste bloemen komen pas na enkele jaren.
Hoe komt een boerenpioen de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: bescherming is niet nodig.
- Hij heeft winterkou nodig om goed te bloeien.
- De plant sterft bovengronds af; de ogen overwinteren net onder de grond. Leg er geen dikke mulchlaag op.
- In een pot lukt het alleen in een grote, diepe pot, beschut tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Grauwe schimmel: Jonge scheuten die aan de voet verwelken en bruine knoppen die niet opengaan, vooral bij nat weer. Knip aangetaste delen weg en ruim in de herfst al het blad op.
- Geen bloei: Te diep geplant, te veel schaduw, te veel mest of pas verplant. Til de plant in september op en zet hem minder diep.
- Mieren op de knoppen: Mieren komen af op het zoete sap van de knoppen. Ze doen geen kwaad; schud snijbloemen even uit.
- Omvallende bloemen: Na regen buigen de zware bloemen door. Zet op tijd een plantensteun.
Het jaar rond
- Maart: Rode scheuten komen boven. Compost rond de plant geven.
- April: Plantensteun plaatsen. Water geven bij droogte.
- Mei: Bloei. Bloemen snijden in de knop.
- Juni: Laatste bloei. Uitgebloeide bloemen afknippen.
- Juli: Blad laten staan. Water geven bij lange droogte.
- September: Planten en delen, met de ogen hooguit 3 cm diep.
- Oktober: Planten. Geel blad tot bij de grond afknippen en opruimen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Pioenen zijn licht giftig, vooral de wortels en de zaden: opeten geeft misselijkheid, braken, buikpijn en diarree, bij kinderen en ook bij honden, katten en grazende dieren. In de herfst springen de zaaddozen open en tonen ze glanzende rode en blauwzwarte zaden, die kinderen graag oprapen: knip ze weg of laat kinderen er niet mee spelen. De wortel van de boerenpioen werd vroeger als geneesmiddel en de zaden als ketting voor baby’s die tandjes kregen gebruikt: doe dat niet. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het scheuren en verplanten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Paeonia verwijst naar Paian, de geneesheer van de goden in de Griekse mythologie.
- Officinalis betekent ‘van de apotheek’: de plant werd vroeger in kloostertuinen gekweekt als geneeskrachtig kruid.
- De gevulde ‘Rubra Plena’ wordt al eeuwen in Europese tuinen gekweekt en is daardoor de echte boerenpioen geworden.