Kaukasische spar (Picea orientalis)

Foto: Karduelis, Public domain · bron

Boom · Pinaceae

Kaukasische spar

Picea orientalis

In andere talen: Épicéa d’Orient (Français) · Oriental spruce (English)

De Kaukasische spar komt uit het Kaukasusgebergte en het noordoosten van Turkije, waar hij in bergbossen groeit. Het is een statige, groenblijvende conifeer die 25 m hoog en 8 m breed kan worden, met een dichte, kegelvormige kroon van donkergroene, glanzende naalden. Met 6–12 mm zijn zijn naalden de kortste van alle sparren, waardoor de takken er dicht en fluweelachtig uitzien. In het voorjaar zijn de jonge vrouwelijke kegels paarsrood. Hij verdraagt meer droogte en kalk dan de gewone fijnspar en is een mooie solitair voor een grote tuin. Selecties zoals ‘Aurea’ hebben goudgele nieuwe scheuten in het voorjaar.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    25 m

    hoog, 8 m breed

Feiten op een rij
Hoogte25 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een Kaukasische spar?

Groeivorm
Statige, kegelvormige boom van ongeveer 25 m hoog en 8 m breed, met een dichte kroon en horizontale tot licht overhangende takken. Groeit in het begin langzaam.
Naalden
Zeer kort, 6–12 mm, vierkant in doorsnede, stomp, glanzend donkergroen en dicht rond de twijg.
Kegels
Cilindrisch, 6–9 cm lang, hangend; jong paarsrood, later bruin.
Schors
Grijsbruin en bij oudere bomen schilferend.
Wortels
Vrij ondiep en breed uitwaaierend: geef hem geen verdichte of natte grond.

Planten: april–mei en september–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Dichte, donkergroene, fluweelachtige takken door de kortste naalden van alle sparren.
  • Een elegante, regelmatige kegelvorm met zacht overhangende takken.
  • Verdraagt droogte en kalk beter dan de fijnspar.
  • Groenblijvend en volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: een mooi solitair of groepje voor een grote tuin.
  • Paarsrode jonge kegels in het voorjaar en bij selecties zoals ‘Aurea’ goudgele scheuten.

Waar staat een Kaukasische spar graag?

  • Zon tot halfschaduw; in de zon is de kroon het dichtst.
  • Gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, goed doorlatend.
  • Normaal vochtig; eenmaal gevestigd verdraagt hij meer droogte dan de fijnspar, maar geen natte voeten.
  • Kies een plek waar late voorjaarsvorst niet blijft hangen, want hij loopt vroeg uit.
  • Reken op 8 m breedte en 8–10 m afstand tot gebouwen en leidingen.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal
Grootte
25 m hoog, 8 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Elfenbloem: Houdt van de droge schaduw onder coniferen en vormt een dichte bodembedekker.
  • Varens: Zachte, groene onderbeplanting in de schaduw van de boom.
  • Ooievaarsbek: Een stevige bodembedekker die droge schaduw verdraagt.
  • Japanse esdoorn: Fel herfstblad als contrast tegen het donkergroene naaldenkleed.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Kaukasische spar?

Planten in april–mei en september–oktober.

  1. Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en even diep. Maak de wanden los zodat de wortels er makkelijk doorheen groeien.
  3. Zet de boom even diep als in de pot of kluit: de wortelhals blijft op grondniveau.
  4. Zet een paal bij en bind de stam los vast. Houd 8–10 m afstand tot andere bomen en gebouwen.
  5. Geef meteen een flinke hoeveelheid water, ook als het regent.
  6. Leg een laag mulch van schors of bladcompost rond de voet, zonder de stam te bedekken.

Verzorgen

Water
De eerste twee jaar bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna redt hij zich meestal zelf, al is hij in lange, droge zomers blij met water.
Bemesten
Meestal niet nodig. Op arme grond in het voorjaar wat compost.
Mulchen
Schors of bladcompost houdt de ondiepe wortels koel en vochtig.
Paal
Laat de paal 2–3 jaar staan en controleer of de binder niet in de stam snijdt.
Controle
Kijk in het voorjaar naar bevroren scheuten en in de zomer naar spint en kleine luizen.

Tip: Plant hem op een plek zonder vorstkuil: hij loopt vroeg uit en late nachtvorst kan de jonge scheuten bruin maken. Dek jonge bomen af met vlies als er vorst wordt voorspeld.

Wanneer snoei je een Kaukasische spar?

Wanneer: Hij hoeft niet gesnoeid: hij houdt zelf een nette kroon. Haal enkel dode of beschadigde takken weg als dat nodig is.

Hoe:

  • Knip dode of beschadigde takken terug tot aan de stam of een zijtak.
  • Neem een dubbele top weg en laat één sterke leider staan.
  • Laat de onderste takken zitten: ze horen bij de natuurlijke vorm.

Let op: Snoei nooit in kaal hout zonder naalden: daaruit loopt een spar niet meer uit.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
Oogst de kegels in de herfst, laat ze drogen en schud de zaden eruit. Zaai ze in het voorjaar in potten buiten, na een koude periode in de winter.
Enten
Selecties zoals ‘Aurea’ worden door kwekers geënt; zaailingen zijn niet gelijk aan de moederplant.

Hoe komt een Kaukasische spar de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
  • Jonge scheuten kunnen bij late nachtvorst in april–mei bevriezen. Dek kleine bomen op koude nachten af met vlies.
  • In een pot: zet de pot beschut en wikkel hem in jute, zodat de wortels niet bevriezen. Geef water bij droog, vorstvrij weer.

Ziektes en plagen

  • Late vorstschade: Jonge scheuten verschrompelen en worden bruin na late nachtvorst in april–mei. Plant niet in een vorstkuil en dek kleine bomen af met vlies als vorst wordt voorspeld.
  • Spint: Fijn spinsel en bleke, verdroogde naalden, vooral bij hitte en droogte. Houd een wit blad papier onder een tak en tik: kleine bewegende puntjes zijn spint. Spuit af met een krachtige waterstraal en geef ruim water.
  • Bruine naalden: Naalden worden bruin door droogte of door uitdroging bij vorst. Geef water in droog weer en mulch de wortelzone.
  • Luizen: Af en toe luizen op jonge scheuten, soms met kleverige honingdauw. Spuit ze af met water; lieveheersbeestjes helpen mee.

Het jaar rond

  • Maart: Controleren op winterschade. Mulch vernieuwen.
  • April: Planten. Nieuwe scheuten verschijnen (bij ‘Aurea’ goudgeel). Bij late nachtvorst jonge bomen afdekken.
  • Mei: Planten. Paarsrode jonge kegels. Water geven aan nieuwe aanplant.
  • Juni: Water geven bij droogte. Controleren op spint.
  • Juli: Bij droog, warm weer afspuiten. Water geven.
  • Augustus: Water geven bij droogte en hitte.
  • September: Planten. De kegels rijpen en worden bruin.
  • Oktober: Planten. Nieuwe aanplant water geven.
  • November: Mulch aanbrengen rond jonge bomen.
  • December: Rust. Potten beschermen tegen vorst.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In zijn thuisland kan hij 50 m of hoger worden, veel hoger dan in een tuin.
  • Hij is verwant aan de fijnspar (de gewone kerstboom), maar herkenbaar aan de veel kortere naalden.
  • De soortnaam orientalis betekent ‘oostelijk’ en verwijst naar zijn herkomst uit het Kaukasusgebied, ten oosten van Europa.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…