Japanse witte den (Pinus parviflora)

Foto: Michel Pansiot, CC BY-SA 2.0 fr · bron

Boom · Pinaceae

Japanse witte den

Pinus parviflora

In andere talen: Pin blanc du Japon (Français) · Japanese white pine (English)

De Japanse witte den komt uit de bergbossen van Japan en is een van de mooiste coniferen voor de tuin. Hij groeit traag en vormt met de jaren een brede, onregelmatige kroon met bijna horizontale takken. De korte, blauwgroene naalden staan met vijf in een bundel en hebben aan de binnenkant twee witte lijnen, waardoor de boom een zilverblauwe glans krijgt. Door zijn trage groei blijft hij lang klein genoeg voor een gewone tuin, al kan hij op termijn 10 m hoog worden. Hij is geliefd in Japanse tuinen en als bonsai; bij de bekende tuinvormen valt ‘Glauca’ op door extra blauwe naalden.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    10 m

    hoog, 6 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei
Hoogte10 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een Japanse witte den?

Groeivorm
Trage, breed uitgroeiende conifeer tot ongeveer 10 m hoog en 6 m breed, met horizontale tot opgaande takken en een onregelmatige, open kroon.
Naalden
Vijf per bundel, 3–6 cm lang, dun en licht gedraaid; blauwgroen met witte lijnen aan de binnenkant.
Kegels
Eivormige kegels van ongeveer 5–7 cm, vaak in groepjes langs de takken.
Schors
Bij jonge bomen glad en grijs, later schilferig en donkerder.
Wortels
Diep wortelend en niet blij met verplanten: zet hem meteen op zijn definitieve plek.

Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een sierlijke, trage den die ook in een kleinere tuin past en lang compact blijft.
  • Blauwgroene naalden en een mooie, horizontale takbouw geven het hele jaar structuur.
  • Groenblijvend: een vaste waarde in de wintertuin.
  • Typisch voor Japanse en Aziatische tuinen, grind- en rotstuinen, en ook een klassieker als bonsai.
  • Weinig werk: hij heeft nauwelijks snoei nodig, alleen het inknijpen van de kaarsen houdt hem compact.

Waar staat een Japanse witte den graag?

  • Zon tot halfschaduw; voor een mooie, compacte groei heeft hij minstens een halve dag zon nodig.
  • Goed doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot neutraal; vermijd kalkrijke, zware of drassige grond.
  • Normale vochtigheid; hij verdraagt geen natte voeten. Meng zware grond met grof zand of plant op een lichte verhoging.
  • Beschut tegen koude, uitdrogende wind. Reken op 4–6 m breedte voor een volwassen boom; in een Japanse tuin kan hij dichter staan als je hem klein houdt.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal
Grootte
10 m hoog, 6 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Japanse esdoorn: Fijn gesneden blad en prachtige herfstkleur, een klassieker in de Japanse tuin.
  • Japanse azalea: Bloeit in mei naast de den en houdt van dezelfde zure grond.
  • Japans bosgras: Golvende, boogvormige bladeren voor de halfschaduw onder of naast de den.
  • Heide: Een lage, bloeiende bodembedekker voor zure, zonnige grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Japanse witte den?

Planten in april–mei en september–oktober.

  1. Plant in april–mei of in september–oktober, bij voorkeur een pot- of kluitplant. Laat de kluit nooit uitdrogen.
  2. Graaf een gat dat twee keer zo breed is als de kluit en even diep. Maak de wanden los, zodat de wortels er makkelijk doorheen kunnen.
  3. Zet de den even diep als in de pot, met de wortelhals gelijk met de grond.
  4. Vul het gat op, druk de grond lichtjes aan en geef een flinke gieter water.
  5. Leg een laag dennenschors of houtsnippers rond de voet, maar niet tegen de stam.

Verzorgen

Water
De eerste twee zomers bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna volstaat regen, behalve in lange droge periodes.
Bemesten
Nauwelijks nodig. Op arme grond volstaat wat compost in het voorjaar; geef geen mest met veel stikstof.
Mulchen
Een laag dennenschors of houtsnippers houdt de grond koel en vochtig. Houd ze weg van de stam.
Kaarsen inknijpen
Knijp of knip in mei de jonge scheuten (kaarsen) tot de helft in. Zo blijft de den compact en dicht.
Oude naalden
In de herfst worden de oudste, binnenste naalden bruin en vallen af: dat is normaal. Haal ze met de hand weg voor een nettere look.

Tip: Knijp elk voorjaar de nieuwe kaarsen tot de helft in: zo blijft hij jarenlang compact en vormt hij dichte naaldenbundels. Snijd nooit in kaal hout.

Wanneer snoei je een Japanse witte den?

Snoeimaanden: mei.

Wanneer: Alleen in mei, als de jonge scheuten (kaarsen) nog zacht zijn en de naalden nog niet openstaan.

Hoe:

  • Knijp of knip de nieuwe kaarsen met een scherpe schaar tot ongeveer de helft in, voor de naalden openklappen.
  • Doe dit elk jaar: zo blijft de kroon dicht en compact.
  • Knip dode, kruisende of beschadigde takken weg tot aan de stam.

Let op: Snoei nooit in kaal, bruin hout zonder naalden of knoppen: een den loopt daar niet meer uit. Laat altijd groen staan.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
Het zaad heeft koude nodig: zaai in de herfst in een bak buiten, of bewaar het enkele weken vochtig in de koelkast en zaai in maart. Tuinvormen komen niet zuiver uit zaad en de groei is traag.
Enten
Tuinvormen worden door kwekers geënt, vaak op een andere den. Voor de thuistuinier is dat lastig: koop liever een plant.

Hoe komt een Japanse witte den de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
  • Zware, natte sneeuw kan takken breken: schud ze voorzichtig van de takken.
  • In een pot: zet hem op een beschutte plek, wikkel de pot in jute of noppenfolie en geef af en toe water bij droog, vorstvrij weer.

Ziektes en plagen

  • Wolluis: Witte, wollige plekjes op takken en naalden. Spuit ze af met een stevige waterstraal of dep ze met zeepwater; vaak verdwijnen ze vanzelf.
  • Dennenblaasroest: Oranje blaasjes of zwellingen op takken van vijfnaaldige dennen, met afstervende toppen erboven. Knip aangetaste takken ruim terug tot in gezond hout en ruim ze op.
  • Natte voeten: Naalden worden geel of bruin en de groei stokt. Zorg voor doorlatende grond of plant op een verhoging.
  • Bruine naalden: Alleen de oudste naalden vallen in de herfst bruin af: dat is normaal. Verkleuren jonge naalden, dan is er droogte, winterwind of wortelschade in het spel.

Het jaar rond

  • April: Planten. Mulch aanbrengen.
  • Mei: Planten. De jonge kaarsen tot de helft inknijpen.
  • Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
  • Juli: Jonge exemplaren water geven. Letten op wolluis.
  • Augustus: Water geven bij langdurige droogte.
  • September: Planten. Regelmatig water geven na het planten.
  • Oktober: Planten. Oude, bruine naalden verwijderen.
  • November: Naalden opruimen. Potten beschermen tegen vorst.
  • December: Rust. Zware sneeuw van de takken schudden.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In Japan heet deze den goyomatsu, ‘vijfnaaldige den’. Hij is een van de klassieke bonsaisoorten.
  • Tuinvormen worden vaak geënt op de wortels van een andere den, meestal de Japanse zwarte den.
  • Het aantal naalden per bundel is een handig herkenningsteken: deze den heeft er vijf, de grove den en de zeeden twee.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…