
Foto: Ksenija Putilin, CC BY 2.0 · bron
Boom · Pinaceae
Macedonische den
Pinus peuce
In andere talen: Pin de Macédoine (Français) · Macedonian pine (English)
De Macedonische den komt uit de bergen van de Balkan, onder meer in Noord-Macedonië, Albanië, Bulgarije en Griekenland. Jong is het een smalle, regelmatige boom met een dichte, kegelvormige kroon die met de jaren wat breder wordt. De soepele, blauwgroene naalden staan met vijf in een bundel en zijn 7–12 cm lang. In de herfst hangen er lange, harsrijke kegels aan de takken. Hij is volledig winterhard en heeft, anders dan veel andere vijfnaaldige dennen, weinig last van dennenblaasroest. Daardoor is hij een betrouwbare keuze voor wie een sierlijke, hoge den zoekt die toch niet te breed wordt.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
20 m
hoog, 8 m breed
| Hoogte | 20 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een Macedonische den?
- Groeivorm
- Smalle, kegelvormige tot zuilvormige boom van 15–20 m hoog en ongeveer 8 m breed, met een dichte kroon vol korte zijtakken.
- Naalden
- Vijf per bundel, 7–12 cm lang, soepel en blauwgroen met witte lijnen aan de binnenkant.
- Kegels
- Slanke, cilindrische kegels van 8–15 cm, hangend en harsrijk; ze rijpen in de herfst van het tweede jaar.
- Schors
- Jong glad en grijsgroen, op oudere bomen in kleine blokjes gebarsten en donkerder.
- Wortels
- Een diep gaand wortelstelsel; hij verplant het best jong.
Planten: april–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Smalle, mooie vorm: hij neemt minder ruimte in dan de meeste andere hoge dennen.
- Blauwgroene, zachte naalden en lange hangende kegels zijn het hele jaar een blikvanger.
- Volledig winterhard en betrouwbaar, ook in strenge winters.
- Weinig last van dennenblaasroest, een ziekte die andere vijfnaaldige dennen kan aantasten.
- Groenblijvend scherm en structuur in grote tuinen en parken, en een schuilplaats voor vogels.
Waar staat een Macedonische den graag?
- Zon tot halfschaduw; in de volle zon groeit hij het mooist en blijft de kroon dicht.
- Doorlatende zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkhoudend; hij is niet kieskeurig zolang er geen water blijft staan.
- Normale vochtigheid; hij verdraagt droogte en vochtige grond redelijk, maar geen drassige grond.
- Reken op minstens 6–8 m vrije ruimte; hij wordt 20 m hoog, dus niet vlak bij huizen, leidingen of de erfgrens planten.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 20 m hoog, 8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Berk: Licht blad en witte stammen vormen een mooi contrast met de donkere den.
- Rododendron: Een groenblijvende onderbeplanting die in mei bloeit en van zure grond houdt.
- Hulst: Groenblijvende struik met rode bessen, een fraaie metgezel voor de wintertuin.
- Varens: Frisse, groene onderbeplanting in de halfschaduw aan de voet.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Macedonische den?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, bij voorkeur een jonge pot- of kluitplant. Laat de kluit niet uitdrogen.
- Graaf een gat dat twee keer zo breed is als de kluit en even diep. Maak de wanden los met de schop.
- Zet de den even diep als in de pot, met de wortelhals gelijk met de grond. Plant niet dieper.
- Vul het gat op, druk lichtjes aan en geef een flinke gieter water.
- Leg een laag houtsnippers of dennenschors rond de voet, maar niet tegen de stam, en houd de grond de eerste jaren vochtig.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee zomers bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna redt hij zich met regen.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Op zeer arme grond volstaat wat compost in het voorjaar.
- Mulchen
- Een laag houtsnippers of dennenschors houdt de grond vochtig en onderdrukt onkruid. Houd ze weg van de stam.
- Naalden en kegels
- Elk najaar vallen oude naalden en gaan de kegels open: veeg ze op of laat ze als natuurlijke mulch liggen.
- Stam beschermen
- Bescherm jonge bomen tegen schade van maaiers en trimmers: wonden aan de stam genezen traag.
Tip: Plant hem op een open plek met veel zon en ruim 6–8 m vrije ruimte; hij blijft dan van onder tot boven dicht. Een jonge boom van 1–1,5 m slaat het best aan.
Wanneer snoei je een Macedonische den?
Wanneer: Hij hoeft normaal niet gesnoeid. Dode of beschadigde takken kun je in de winter tot het vroege voorjaar weghalen.
Hoe:
- Knip dode, gebroken of kruisende takken weg tot aan de stam.
- Laat altijd één doorlopende topscheut staan: knip de leider nooit weg.
- Wil je de onderkant opkrikken voor een doorgang, haal dan lage takken weg als ze nog dun zijn.
Let op: Snoei nooit in kaal, bruin hout zonder naalden of knoppen: een den loopt daar niet meer uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai in de herfst in een bak buiten, of laat het zaad enkele weken vochtig in de koelkast koud worden en zaai in het voorjaar. Zaailingen groeien eerst traag.
- Kopen
- De soort wordt door kwekers uit zaad gekweekt. Een jonge boomkwekersplant van 1–1,5 m gaat het snelst en slaat het makkelijkst aan.
Hoe komt een Macedonische den de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: geen bescherming nodig in Vlaanderen.
- Door zijn smalle kroon blijft er weinig sneeuw hangen, zodat sneeuwbreuk zelden een probleem is.
- Houd de grond rond jonge bomen in een lange droge, koude periode toch een beetje vochtig.
Ziektes en plagen
- Dennenblaasroest: Oranje blaasjes of zwellingen op takken, met afstervende toppen erboven. Hij is er weinig gevoelig voor; knip aangetaste takken ruim terug tot in gezond hout.
- Wolluis: Witte, wollige plekjes op takken en naalden. Spuit ze af met een stevige waterstraal of dep ze met zeepwater.
- Harsuitvloei: Hars op de stam of takken na een wond of insectenvraat. Dit is normaal en de boom sluit de wond zelf; zoek de oorzaak als het veel is.
- Droogtestress: Naalden die geel of bruin worden na de aanplant. Geef een jonge boom in een droge zomer ruim water en mulch de voet.
Het jaar rond
- Maart: Dode of beschadigde takken wegnemen. Planten kan vanaf eind maart.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Planten. Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Water geven aan jonge exemplaren. Letten op wolluis.
- Augustus: Water geven bij langdurige droogte.
- September: Planten. Regelmatig water geven na het planten.
- Oktober: Planten. De kegels rijpen.
- November: Naalden opruimen. Stammen van jonge bomen controleren.
- December: Rust. Zware sneeuw van de takken schudden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam peuce komt van het Griekse peuke, ‘den’.
- In het wild groeit hij in de bergen van de Balkan, vaak ver boven 1000 m hoogte.
- Hij hoort bij dezelfde groep vijfnaaldige dennen als de Weymouthden en de Himalayaden.