
Foto: Udo Schmidt from Deutschland, CC BY-SA 2.0 · bron
Vaste plant · Lamiaceae
Grootbloemige brunel
Prunella grandiflora
In andere talen: Brunelle à grandes fleurs (Français) · Large self-heal (English)
De grootbloemige brunel komt van nature voor op kalkrijke graslanden en bergweiden in Europa en West-Azië. Het is een lage, matvormende vaste plant van ongeveer 25 cm hoog, die met bovengrondse uitlopers langzaam een dicht tapijt vormt. Van juni tot augustus verschijnen er dichte aren met grote, paarse lipbloemen, veel groter dan bij de gewone brunel die in gazons groeit. Het donkergroene blad blijft in zachte winters grotendeels aan de plant. Hij is een makkelijke, trouwe plant voor de voorkant van de border, in de zon of halfschaduw, waar hommels en vlinders graag langskomen.
Let op: Verspreidt zich door uitlopers en uitzaaien. Houd hem in toom in kleine borders en naast zwakke planten.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,25 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,25 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een grootbloemige brunel?
- Groeivorm
- Lage, matvormende plant van ongeveer 25 cm hoog en 40 cm breed, met kruipende stengels die wortelen waar ze de grond raken.
- Blad
- Eirond, 3–8 cm, tegenoverstaand aan vierkante stengels, donkergroen en licht behaard; in zachte winters grotendeels groen.
- Bloem
- Dichte, vierkante aren van 3–5 cm met grote, tweelippige bloemen, van juni tot augustus.
- Kleur
- Meestal violet tot paars. Er zijn ook rassen in roze, lila en wit, zoals ‘Pink Loveliness’ en ‘White Loveliness’.
- Wortels
- Vezelig en ondiep, met uitlopers die gemakkelijk wortel schieten.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit lang, van juni tot augustus, met grote paarse bloemaren.
- Matvormend en bodembedekkend: houdt onkruid weg en vult kale plekken.
- Hommels, bijen en vlinders vliegen graag op de bloemen af.
- Verdraagt zon en halfschaduw en kan tegen een droge periode.
- Volledig winterhard tot ongeveer −30 °C en blijft in zachte winters grotendeels groen.
- Weinig werk: een korte snoeibeurt na de bloei is genoeg.
Waar staat een grootbloemige brunel graag?
- Zon of halfschaduw; in de volle zon bloeit hij het rijkst.
- Doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkhoudend.
- Droog tot normaal vochtig; hij houdt niet van natte voeten in de winter.
- Ideaal aan de rand van een border, langs een pad of in een rotstuin.
- Reken op 30–40 cm tussen de planten; ze groeien snel dicht.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Ooievaarsbek: Blauwe en paarse bloemen die samen bloeien en ook de voorkant van de border vullen.
- Vrouwenmantel: Gele bloemen en zacht blad naast de paarse aren.
- Salie: Paarse aren op rechtstaande stengels boven de lage mat.
- Duizendblad: Brengt gele of roze schermen in dezelfde zonnige, doorlatende grond.
- Lavendel: Zelfde zon en droge grond, met grijs blad en paarse bloemen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een grootbloemige brunel?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat net zo breed is als de kluit en meng er wat compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 30–40 cm tussen de planten; wil je sneller een tapijt, plant dan dichter.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Houd de grond het eerste jaar licht vochtig tot de plant is aangeslagen.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks. Daarna hoeft het zelden, enkel in een lange droge zomer.
- Bemesten
- In het voorjaar een laagje compost. Te veel voeding geeft zacht, ziekteaanvallig blad.
- Mulchen
- Niet echt nodig: de plant bedekt zelf de grond. Leg een dun laagje compost, maar dek de plant niet toe.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de uitgebloeide aren weg om uitzaaien te voorkomen en soms een tweede bloei te krijgen.
- Indammen
- Steek uitlopers die te ver gaan met een spade af, zeker langs gazon en bij zwakkere buurplanten.
Tip: Knip na de bloei de uitgebloeide aren weg en steek uitlopers die te ver gaan met een spade af: zo blijft hij een nette rand en zaait hij zich niet overal uit.
Wanneer snoei je een grootbloemige brunel?
Snoeimaanden: maart en augustus.
Wanneer: In augustus na de bloei en in maart als opruimbeurt.
Hoe:
- Knip uitgebloeide aren in augustus tot net boven het blad weg.
- Is de plant slordig of mat geworden, knip hem dan na de bloei terug tot ongeveer 5 cm boven de grond: er komt vers blad.
- Haal in maart oud, bruin blad weg en steek uitlopers die te ver gaan af.
Let op: Hij verspreidt zich met uitlopers en door uitzaaien. In kleine borders of naast zwakke planten houd je hem in toom door de aren weg te knippen en de uitlopers af te steken.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of september–oktober: steek een stuk van de mat met wortels af of verdeel een pol en plant de stukken meteen elders. Dit is de snelste en makkelijkste methode.
- Zaaien
- Zaai in het voorjaar of najaar in een bak met zaaigrond en dek het zaad nauwelijks af. Zet de bak lichtvochtig op een lichte plek; zaailingen verschijnen na enkele weken. Rassen komen niet altijd gelijk uit zaad.
Hoe komt een grootbloemige brunel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Het blad blijft in zachte winters grotendeels groen; in strenge winters sterft het gedeeltelijk af en loopt hij in het voorjaar weer uit.
- Zorg dat het water in de winter kan wegtrekken: natte, koude grond geeft rot.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral in droge, benauwde zomers. Geef water aan de voet, laat ruimte tussen de planten en knip aangetast blad weg.
- Slakken: Gaten in het jonge blad in het voorjaar. Raap ze ’s avonds op en ruim schuilplaatsen op.
- Woekeren: De plant vormt uitlopers en zaait zich uit. Knip uitgebloeide aren weg en steek uitlopers af met een spade.
- Rot in natte grond: Bruine, slappe plekken in de mat na een natte winter. Zorg voor een doorlatende grond en verwijder aangetaste delen.
Het jaar rond
- Maart: Planten of delen. Oud blad wegknippen. Compost geven.
- April: Planten. Uitlopers controleren.
- Mei: Planten. Water geven bij een droog voorjaar.
- Juni: Begin van de bloei.
- Juli: Volle bloei. Water geven bij langdurige droogte.
- Augustus: Uitgebloeide aren wegknippen, eventueel de hele plant terugknippen.
- September: Planten of delen.
- Oktober: Planten. Slordig blad opruimen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De bloemen zijn veel groter dan die van de gewone brunel (Prunella vulgaris), een plantje van gazons en bermen.
- Zoals bij veel leden van de lipbloemenfamilie zijn de stengels vierkant.
- De tweelippige bloemen worden vooral door hommels en bijen bezocht.