Foto: Fab5669, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Rosaceae
Tibetaanse kers
Prunus serrula
In andere talen: Cerisier du Tibet (Français) · Tibetan cherry (English)
De Tibetaanse kers komt uit de bergbossen van het westen van China en Tibet. Je plant hem niet om zijn bloemen, maar om zijn schors: glanzend mahoniebruin tot roodbruin, glad als gepolijst hout, met lichte horizontale strepen. De schors pelt af in dunne, papierachtige reepjes. In april–mei verschijnen kleine, witte bloemetjes samen met het smalle, wilgachtige blad, en daarna kleine rode kersjes die vogels graag eten. Het is een van de mooiste bomen voor winterkleur in de tuin, en hij blijft met 6–8 m hoogte bescheiden genoeg voor een gewone tuin.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
8 m
hoog, 6 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een Tibetaanse kers?
- Groeivorm
- Middelgrote boom met een ronde, open kroon, 6–8 m hoog en 5–6 m breed.
- Schors
- Glanzend mahoniebruin tot roodbruin, met lichte horizontale strepen; pelt af in dunne, papierachtige reepjes.
- Blad
- Smal lancetvormig, 5–10 cm, fijn gezaagd, als wilgenblad; in de herfst geel.
- Bloem
- Klein en wit, in kleine groepjes, samen met het jonge blad in april–mei; weinig opvallend.
- Vrucht
- Kleine, rode kersjes in de zomer, geliefd bij vogels.
- Wortels
- Vrij ondiep: plant hem niet vlak naast een terras of verharding.
Bloei: april–mei · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De glanzende, mahoniebruine schors schittert het hele jaar, maar vooral in de winter, als de boom kaal is.
- Een middelgrote boom die ook in een gewone tuin past.
- Witte bloemetjes in het voorjaar voor bijen en kersjes in de zomer voor vogels.
- Gele herfstkleur als afsluiter van het seizoen.
- Volledig winterhard en niet kieskeurig wat grond betreft.
Waar staat een Tibetaanse kers graag?
- Zon tot halfschaduw; liefst waar de laagstaande winterzon op de stam valt, zodat de schors glanst.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtig; natte voeten verdraagt hij niet.
- Plant hem waar je de stam goed ziet, bijvoorbeeld vanuit het huis of langs een pad, en reken op 5–6 m kroonbreedte.
- Jonge bomen beschut tegen harde wind.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 8 m hoog, 6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Himalayaberk: Witte stammen naast de mahoniebruine: een klassieke combinatie voor een wintertuin.
- Sneeuwklokje: Wit aan de voet van de stam in februari, wanneer de schors het mooist is.
- Winterheide: Een bodembedekker die in de winter bloeit en ook kalkrijke grond verdraagt.
- Witte kornoelje: Rode twijgen in de winter, nog een kleuraccent voor de wintertuin.
- Kerstroos: Bloeit in de winter in de lichte schaduw onder de kroon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Tibetaanse kers?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant van oktober tot december of in maart–april, als de grond niet bevroren of te nat is. Wortelnaakte bomen alleen in de winterrust.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit, maak de bodem los en meng er wat compost door.
- Sla een stevige boompaal aan de windkant in het gat voor je de boom plaatst.
- Zet de boom even diep als hij in de kwekerij stond; de entplaats blijft boven de grond.
- Vul aan, druk aan, bind de stam met een boomband aan de paal en geef een flinke gieter water.
- Leg een laag mulch rond de voet, maar niet tegen de stam.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee zomers bij droogte wekelijks ruim water. Daarna redt hij zich meestal zelf.
- Bemesten
- In het voorjaar wat compost rond de voet; meer is zelden nodig.
- Schors poetsen
- Wrijf de stam af en toe op met je hand of een zachte doek, om losse reepjes, algen en mos weg te nemen. Trek geen vastzittende schors los.
- Boompaal
- Controleer de boomband elk jaar, zodat hij niet knelt, en haal de paal na 2–3 jaar weg.
- Boomspiegel
- Houd een cirkel rond de stam vrij van gras: dat scheelt concurrentie om water en voorkomt beschadiging door de maaier.
Tip: Plant hem op een plek die je vanuit het huis ziet en waar de laagstaande winterzon op de stam valt. Houd de stam vrij van lage takken, zodat de glanzende schors goed zichtbaar blijft.
Wanneer snoei je een Tibetaanse kers?
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: Alleen in de zomer, in juli–augustus, bij droog weer. Hij heeft weinig snoei nodig.
Hoe:
- Haal dode, zieke en kruisende takken weg.
- Verwijder bij een jonge boom geleidelijk de onderste zijtakken, zodat er een mooie, vrije stam ontstaat om van de schors te genieten.
- Haal scheuten onder de entplaats en waterloten weg.
- Zaag met een scherpe, schone zaag net buiten de verdikte ring aan de voet van de tak.
Let op: Snoei nooit in de herfst of winter: dan dringen de schimmel van loodglans en de bacteriën van kanker via de wonden binnen. In de zomer sluiten de wonden snel.
Vermeerderen
- Zaad
- In de zomer de pitten uit rijpe kersjes halen, schoonmaken en in de herfst buiten in een pot zaaien; ze kiemen na een koude winter in het voorjaar.
- Enten
- Kwekers enten hem vaak op een onderstam van een andere kers; voor de tuinier is dat lastig.
Hoe komt een Tibetaanse kers de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: ook in strenge Belgische winters geen bescherming nodig.
- In de winter is hij op zijn mooist: de kale, glanzende stam vangt het lage zonlicht.
- Bescherm de stam van jonge bomen met een korf of stamband tegen knaagschade door konijnen en reeën.
Ziektes en plagen
- Loodglans: Het blad krijgt een zilverachtige glans en takken sterven af, door een schimmel die via snoeiwonden binnendringt. Snoei alleen in de zomer en zaag aangetaste takken tot ver in het gezonde hout weg.
- Bacteriekanker: Gaatjes in het blad, als met hagel geschoten, en ingezonken plekken met gom op de takken. Snoei in de zomer, verwijder aangetaste takken en maak je gereedschap schoon.
- Zwarte kersenluis: Gekrulde bladeren aan de toppen van jonge scheuten in het voorjaar, met kleine zwarte luizen. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
- Mos en algen op de stam: Een dof, groen laagje op de schors. Poets de stam met een zachte doek of je hand.
Het jaar rond
- Januari: Op zijn mooist: de schors glanst in de winterzon. Stam oppoetsen.
- Maart: Planten. Compost rond de voet.
- April: Planten. Bloei met het jonge blad, bijen op de bloemen.
- Mei: Bloei. Letten op zwarte kersenluis.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Snoeien bij droog weer. Kersjes voor de vogels.
- Augustus: Laatste snoeibeurt bij droog weer. Water geven bij droogte.
- Oktober: Planten. Gele herfstkleur.
- November: Planten, ook wortelnaakt. Boomband controleren.
- December: Planten bij zacht weer. Stam oppoetsen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam serrula betekent ‘zaagje’ en verwijst naar de fijn gezaagde bladrand.
- De boom werd in 1908 door de Britse plantenjager Ernest Wilson uit West-China naar Europa gebracht.
- De lichte, horizontale strepen op de schors zijn lenticellen: kleine openingen waarlangs de stam lucht uitwisselt.