
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Papaveraceae
Gele helmbloem
Pseudofumaria lutea
In andere talen: Corydale jaune (Français) · Yellow corydalis (English)
De gele helmbloem komt oorspronkelijk uit de zuidelijke Alpen en is in West-Europa op oude muren en in muurvoegen verwilderd. Hij heeft fijn, varenachtig blauwgroen blad en bloeit van april tot oktober met trosjes gele, buisvormige bloemen met een korte spoor. Lange tijd stond hij bekend als Corydalis lutea. Het is een taaie plant voor schaduwrijke, droge en kalkrijke plekken: in oude muren, rotstuinen, onder bomen of in tegelvoegen. Eén plant zaait zich vanzelf uit en zoekt zelf zijn plekjes, soms op plaatsen waar je het niet verwacht.
Let op: Alle delen zijn giftig bij opeten (alkaloïden). Houd kinderen, honden, katten en grazende dieren uit de buurt. Hij zaait zich bovendien sterk uit: trek jonge plantjes uit of knip zaadpeulen weg voor ze rijp zijn.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
april–oktober
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | april–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een gele helmbloem?
- Groeivorm
- Losse, bosachtige plant van ongeveer 30 cm hoog en breed, met breekbare stengels en een korte, dikke wortelstok.
- Blad
- Fijn gedeeld, varenachtig, 2–3 maal geveerd, blauwgroen; in zachte winters grotendeels groen.
- Bloem
- Korte trossen van 6–16 gele, buisvormige bloemen van 1,5–2 cm met een spoor, van april tot oktober.
- Zaad
- Zwarte, glanzende zaden met een voedselrijk aanhangsel waar mieren op afkomen; zo komen de zaden in muren en voegen terecht.
- Wortels
- Vezelig en breekbaar met een korte, dikke wortelstok; hij verplant het best als jong plantje.
Bloei: april–oktober · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit zeven maanden lang, van april tot oktober, ook in schaduw en droge grond.
- Het fijne, blauwgroene blad is een sierwaarde op zich en blijft in zachte winters grotendeels aan de plant.
- Groeit waar weinig anders wil: in muurvoegen, tussen stenen en in dichte schaduw.
- Bijen en hommels bezoeken de bloemen.
- Volledig winterhard tot ongeveer −25 °C en bijna onverwoestbaar.
- Zaait zich vanzelf uit en vult zo gratis voegen, muren en rotsachtige hoekjes.
Waar staat een gele helmbloem graag?
- Alle lichtomstandigheden zijn goed: zon, halfschaduw of schaduw. In de zon moet de grond wel wat vochtig blijven.
- Elke doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkhoudend. Hij groeit zelfs in kalkmortel van oude muren.
- Droog tot normaal vochtig; hij verdraagt droge schaduw onder bomen.
- Ideaal in muren, rotstuinen, tegelvoegen en aan de voet van een border.
- Reken op 30 cm per plant; eigenlijk zorgt hij zelf voor de rest.
- Licht
- Zon, halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Ooievaarsbek: Blauwe en roze bloemen naast het blauwgroene blad.
- Hosta: Groot, stevig blad in dezelfde halfschaduw.
- Varens: Frisgroene bladeren in dezelfde schaduwrijke hoek.
- Vrouwenmantel: Zachte, gele bloemen en blad in dezelfde halfschaduwborder.
- Klokjesbloem: Mooi in dezelfde muur, met blauwe klokjes boven het gele.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gele helmbloem?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat net zo breed is als de kluit; meng er geen extra compost door, hij houdt het schraal.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Voor een muur: plant jonge plantjes in een spleet met wat aarde, of zaai rijp zaad in een voeg.
- Geef meteen water en houd de grond het eerste jaar licht vochtig.
- Daarna heeft hij meestal geen water of verzorging meer nodig.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks. Daarna redt hij zich, ook in een droge zomer.
- Bemesten
- Niet nodig. Op arme, kalkrijke grond voelt hij zich het best.
- Terugknippen
- Knip hem in juli–augustus terug als hij slordig of kaal wordt; er komt vers blad en een nieuwe bloei.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip trossen weg om uitzaaien te beperken, of laat enkele staan als je jonge plantjes wilt.
- Opruimen
- Haal in maart dood blad weg en trek zaailingen uit waar je ze niet wilt.
Tip: Zet één plant bij een oude muur of tegelvoegen en laat hem zijn gang gaan: hij zoekt zelf zijn plekjes. Trek jonge plantjes uit waar je ze niet wilt, want hij kan zich flink uitzaaien.
Wanneer snoei je een gele helmbloem?
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: In juli of augustus, als de plant slordig is geworden.
Hoe:
- Knip de hele plant terug tot ongeveer 5–10 cm boven de grond: binnen enkele weken komt vers blad.
- Knip uitgebloeide trossen af om uitzaaien te beperken.
- Haal in maart dood of beschadigd blad weg.
Let op: Alle delen bevatten alkaloïden en zijn giftig bij opeten. Houd kinderen, honden, katten en grazende dieren uit de buurt van de plant, en let op bij het wieden of opruimen.
Vermeerderen
- Zaaien
- Oogst rijp zaad in juni–augustus en zaai het meteen in een bak of direct in een muurvoeg: vers zaad kiemt het best. Het zaad kiemt in het najaar of het volgende voorjaar. Vaak zaait hij zich zelf uit.
- Zaailingen verplanten
- Verplant kleine zaailingen in het voorjaar of najaar, met zo veel mogelijk wortel en aarde; grote planten verplanten slecht omdat de wortelstok breekt.
Hoe komt een gele helmbloem de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Het blad blijft in zachte winters grotendeels groen; in strenge winters sterft het gedeeltelijk af en loopt hij in het voorjaar weer uit.
- In een pot: kies een doorlatende grond met grof zand en zet de pot op een beschutte plek, zodat hij niet nat blijft staan.
Ziektes en plagen
- Te veel zaailingen: Hij zaait zich in muren, voegen en borders uit. Trek jonge plantjes uit en knip zaadpeulen weg voor ze rijp zijn.
- Slakken: Gaten in jonge bladeren in het voorjaar. Raap ze ’s avonds op en ruim schuilplaatsen op.
- Valse meeldauw: Gele vlekken op het blad en grijs pluis aan de onderkant bij vochtig weer. Knip aangetast blad weg en zorg voor lucht tussen de planten.
- Slordige plant: Na maanden bloei wordt hij lang en kaal. Knip hem in juli–augustus terug en hij loopt weer fris uit.
Het jaar rond
- Maart: Dood blad wegnemen. Planten.
- April: Begin van de bloei. Planten.
- Mei: Bloei. Zaailingen uittrekken waar nodig.
- Juni: Bloei. Rijp zaad oogsten en zaaien.
- Juli: Terugknippen als hij slordig is.
- Augustus: Nieuwe bloei na het terugknippen.
- September: Planten en verplanten. Zaaien.
- Oktober: Laatste bloemen. Zaailingen controleren.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van deze verwanten van het gebroken hartje zijn giftig: ze bevatten alkaloïden die bij inslikken braken, buikpijn en bij grotere hoeveelheden trillen en stuipen geven. Bij grazend vee, vooral koeien en schapen, is vergiftiging met verwante soorten bekend: plant ze niet in of aan een weide en gooi plantenresten nooit in een weide of hok. Houd kleine kinderen, honden en katten weg van de plant, en draag handschoenen bij het werk, want het sap kan de huid irriteren. Ze zaaien zich makkelijk uit, ook in muren en tussen tegels: trek ongewenste zaailingen met handschoenen uit. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij komt oorspronkelijk uit de zuidelijke Alpen en is in West-Europa op oude muren verwilderd.
- De naam Pseudofumaria betekent ‘valse aardrook’ en verwijst naar de verwantschap met aardrook (Fumaria).
- Het geslacht Corydalis dankt zijn naam aan het Griekse woord voor de kuifleeuwerik: de spoor van de bloem lijkt op de achterteen van die vogel.