Foto: Dr. Erich W. Schreiner (user Ews), CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Papaveraceae
Holwortel
Corydalis cava
In andere talen: Corydale creuse (Français) · Hollowroot (English)
De holwortel is een bosplant uit Europa die ook in België in het wild groeit, vooral in loofbossen op kalkrijke grond. In maart en april verschijnen boven het grijsgroene, fijn ingesneden blad dichte trossen paarsroze of witte bloemen, elk met een lange spoor. De knol wordt met de jaren hol, vandaar de naam. Na de bloei trekt de plant zich terug en tegen juni is hij bovengronds helemaal verdwenen, tot het volgende voorjaar. Tuiniers waarderen hem als vroege nectarbron voor hommels en als duurzame plant onder loofbomen, waar hij op de juiste plek langzaam grote tapijten vormt.
Let op: Alle delen, vooral de knol, zijn giftig. Houd kinderen weg van de knollen bij het planten en laat honden en katten ze niet uitgraven of opeten. Ook grazende dieren zoals paarden, koeien en schapen lopen risico: plant hem niet in of naast een weide.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,25 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
maart–april
| Hoogte | 0,25 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | maart–april |
Herkennen
Hoe herken je een holwortel?
- Groeivorm
- Lage, rechtopgaande plant van 15–25 cm die na de bloei bovengronds volledig afsterft.
- Blad
- Grijsgroen, dubbel drietallig en fijn ingesneden; verschijnt in februari–maart.
- Bloem
- Dichte trossen van buisvormige bloemen met een lange, gebogen spoor, in maart–april. De schutblaadjes onder de bloemen zijn gaaf, niet ingesneden.
- Kleur
- Paarsroze tot lila of zuiver wit; vaak groeien beide kleuren door elkaar.
- Knol
- Ronde knol die met de jaren hol wordt en flink groot kan worden; hij maakt nauwelijks zijknollen.
- Vrucht
- Smalle zaaddoos met glanzend zwarte zaden met een wit aanhangsel waar mieren op afkomen.
Bloei: maart–april · Planten: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste bloeiers onder loofbomen, nog voor de bomen in blad komen.
- Een vroege nectarbron voor hommels en andere bijen, op een moment dat er nog weinig bloeit.
- Inheems en duurzaam: op een goede plek blijft hij vele jaren staan en breidt hij zich langzaam uit.
- Neemt in de zomer geen plaats in: na de bloei verdwijnt hij en nemen andere planten het over.
- Past perfect in een natuurlijke bostuin, een schaduwborder of onder een haag.
Waar staat een holwortel graag?
- Halfschaduw tot schaduw onder loofbomen of heesters: in het voorjaar licht, in de zomer schaduw.
- Humusrijke, losse leem- of kleigrond, liefst neutraal tot kalkhoudend.
- Gewoon vochtige grond die in het voorjaar niet uitdroogt en nooit lang onder water staat.
- Plant in groepjes, 10–15 cm uit elkaar, op een plek waar je niet spit of schoffelt.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,15 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Bosanemoon: Inheemse voorjaarsbloeier voor dezelfde plek onder loofbomen.
- Sneeuwklokje: Bloeit net ervoor; samen geven ze een lange voorjaarsbloei.
- Lenteroos: Groenblijvend blad en bloemen in dezelfde periode en dezelfde schaduw.
- Varens: Vullen in de zomer de plek op waar de holwortel verdwenen is.
- Hosta: Grote bladeren die pas goed uitlopen als de holwortel afsterft.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een holwortel?
Planten in september–oktober.
- Plant in september–oktober, zodra je de knollen hebt: laat ze niet uitdrogen.
- Maak de grond los en werk er wat bladcompost of goed verteerde compost door.
- Plant de knollen 10 cm diep. Twijfel je welke kant boven moet, leg de knol dan op zijn zij: de scheut vindt zelf de weg.
- Zet ze 10–15 cm uit elkaar, in groepjes van minstens vijf tot tien knollen.
- Giet aan en dek af met een laagje bladcompost of fijngehakt blad.
- Markeer de plek, zodat je de knollen in de zomer niet per ongeluk uitgraaft.
Verzorgen
- Water
- Meestal niet nodig. Geef enkel water bij een droog voorjaar, tijdens groei en bloei.
- Bemesten
- Niet nodig: een laag bladcompost in de herfst volstaat.
- Mulchen
- Laat afgevallen bladeren in de herfst liggen: dat is de natuurlijke voeding en bescherming.
- Blad
- Laat het blad na de bloei vanzelf afsterven, zodat de knol reserves opbouwt voor volgend jaar.
- Rust
- Niet spitten of schoffelen op de plek: de knollen zijn kwetsbaar en de plant houdt van rust.
Tip: Plant hem op een plek die je jaren met rust laat, bijvoorbeeld onder een loofboom, en laat het afgevallen blad liggen. Hoe minder je eraan doet, hoe groter het tapijt wordt.
Wanneer snoei je een holwortel?
Wanneer: Snoeien is niet nodig: na de bloei sterft de plant vanzelf af.
Hoe:
- Laat het blad staan tot het geel wordt en vanzelf verdwijnt, meestal in mei–juni.
- Laat de zaaddozen rijpen als je wilt dat hij zich uitzaait.
- Ruim verdord blad enkel op als het je stoort; trek niet aan stengels die nog groen zijn.
Let op: Blad dat te vroeg wordt weggeknipt, verzwakt de knol: de bloei het jaar erop is dan minder rijk.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai vers zaad meteen na het rijpen, in mei–juni, in een pot met humusrijke grond en zet die buiten in de schaduw. Het kiemt na de winter; zaailingen bloeien pas na 3–4 jaar.
- Zelf uitzaaien
- Op een goede plek verspreiden mieren de zaden en verschijnen vanzelf nieuwe plantjes. Laat de grond rond de plant dan ongemoeid.
- Knollen
- De knol vormt nauwelijks zijknollen, dus delen lukt zelden. Verplant hooguit een hele pol in de herfst.
Hoe komt een holwortel de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- In de winter zit de plant onder de grond; de scheuten komen in februari boven en kunnen tegen nachtvorst.
- Een laag afgevallen blad of bladcompost beschermt de knollen en voedt de grond.
Ziektes en plagen
- Komt niet op: Knollen die te lang droog bewaard zijn, zijn vaak dood. Koop ze vers in de herfst of als potplant in het voorjaar en plant meteen.
- Rot: Op natte, verdichte grond rotten de knollen. Kies een luchtige, humusrijke plek die niet onder water staat.
- Muizen: Muizen en woelmuizen eten soms de knollen. Plant in een korfje van fijn gaas als ze veel schade doen.
- Slakken: In een nat voorjaar worden jonge scheuten soms aangevreten. Raap de slakken ’s avonds op.
- Verdwijnt in juni: Dat is normaal: holwortel is een voorjaarsplant die de zomer onder de grond doorbrengt.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Niet spitten op de plek.
- Februari: De eerste scheuten komen boven.
- Maart: Bloei. Hommels bezoeken de bloemen.
- April: Bloei. Water geven bij een droog voorjaar.
- Mei: Het zaad rijpt en mieren verspreiden het. Blad laten afsterven.
- Juni: De plant is ondergronds. Vers zaad zaaien in een pot.
- September: Knollen planten, 10 cm diep.
- Oktober: Planten. Bladcompost of afgevallen blad als mulch.
- November: Afgevallen blad laten liggen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van holwortel en vingerhelmbloem zijn giftig, vooral de knol: ze bevatten alkaloïden die op het zenuwstelsel werken. De knol van een verwante soort wordt in de Chinese geneeskunde gebruikt, maar maak van deze planten zelf geen thee of middeltjes om in te nemen. Houd kinderen weg van de knollen als je ze plant, en laat honden en katten ze niet opgraven of opeten. Ook grazende dieren zoals paarden, koeien en schapen lopen risico: plant ze niet in of naast een weide, en gooi geen knollen of plantenresten in een weide of hok. Bel je dierenarts als een dier ervan gegeten heeft. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Corydalis komt van het Griekse woord voor kuifleeuwerik en verwijst naar de vorm van de bloem.
- Hommels met een korte tong bijten soms een gaatje in de spoor om bij de nectar te komen, zonder de bloem te bestuiven.
- De zaden hebben een vetrijk aanhangsel dat mieren graag eten: ze slepen de zaden mee naar hun nest en zorgen zo voor de verspreiding.