Kaukasische vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia)

Foto: No machine-readable author provided. TeunSpaans assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 3.0 · bron

Boom · Juglandaceae

Kaukasische vleugelnoot

Pterocarya fraxinifolia

In andere talen: Ptérocaryer du Caucase (Français) · Caucasian wingnut (English)

De Kaukasische vleugelnoot komt van nature voor langs rivieren en in vochtige bossen van de Kaukasus, Noord-Iran en Turkije. Het is een snelgroeiende, breed uitgroeiende boom, vaak met meerdere stammen, een brede kroon en een grijsbruine, diep gegroefde schors. De grote, geveerde bladeren lijken op die van de es en hebben 11–27 blaadjes. In mei hangen er lange, groenige katjes aan de takken; in de zomer worden dat tot 50 cm lange rijen kleine, gevleugelde nootjes. Hij is een imposante solitair voor natte grond en vijverranden, maar vormt veel wortelopslag en is alleen geschikt voor ruime tuinen en parken.

Let op: Hij vormt veel wortelopslag, soms op meters van de stam, en wordt 25 m hoog en 20 m breed. Alleen voor grote tuinen en parken; plant hem niet dicht bij huizen, leidingen, riolering of de buren.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    25 m

    hoog, 20 m breed

  • Bloei

    mei

Feiten op een rij
Hoogte25 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimei

Herkennen

Hoe herken je een Kaukasische vleugelnoot?

Groeivorm
Snelgroeiende, brede boom van 20–25 m hoog en 15–20 m breed, vaak meerstammig en met veel wortelopslag.
Blad
Geveerd, 20–60 cm lang, met 11–27 blaadjes; donkergroen, in de herfst geel.
Bloem
Lange, groenige katjes in mei; de vrouwelijke hangen in rijen van 20–50 cm.
Vrucht
Kleine nootjes met twee vleugeltjes, in lange hangende rijen in de zomer.
Knoppen
Bruin en behaard, zonder knopschubben; een goed herkenningsteken in de winter.
Wortels
Breed uitwaaierend, met veel wortelopslag die ver van de stam kan opkomen.

Bloei: mei · Planten: maart–april en oktober–december

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groeit snel en geeft in enkele jaren veel schaduw en een stevige, landschappelijke boom.
  • Gedijt op natte of vochtige grond waar veel andere grote bomen het moeilijk hebben.
  • Bijzondere, lange hangende vruchtrijen vol gevleugelde nootjes in de zomer.
  • Grote, geveerde bladeren met gele herfstkleur en een knoestige, brede kroon met karakter.
  • Geschikt voor vijverranden, beekoevers en natuurlijke aanplantingen in grote tuinen.

Waar staat een Kaukasische vleugelnoot graag?

  • Zon tot halfschaduw; hij groeit het best met veel licht.
  • Diepe, vochtige zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkhoudend; hij verdraagt tijdelijk natte grond en gedijt langs water.
  • Normaal tot nat; houd de grond in droge zomers voldoende vochtig, want op te droge grond lijdt hij.
  • Reken op 15–20 m vrije ruimte; plant niet in de buurt van huizen, leidingen of buren.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal of nat
Grootte
25 m hoog, 20 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Zwarte els: Een inheemse boom voor natte grond, ideaal voor een vochtige, natuurlijke aanplanting.
  • Gele lis: Zet voeten in het water aan de rand van een vijver of sloot.
  • Moerasspirea: Hoge, geurende pluimen in een natte border.
  • Dotterbloem: Een gele voorjaarsbloeier aan de waterkant.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Kaukasische vleugelnoot?

Planten in maart–april en oktober–december.

  1. Plant in maart–april of in oktober–december, zolang de grond niet bevroren is.
  2. Graaf een gat dat twee keer zo breed is als de kluit en even diep. Maak de wanden en de bodem los met de schop.
  3. Zet de boom even diep als hij in de kwekerij stond; de wortelhals moet gelijk met de grond zijn.
  4. Vul het gat op, druk lichtjes aan, bind de stam aan een boompaal en geef een flinke gieter water.
  5. Leg een laag compost of schors rond de voet, maar niet tegen de stam. Plant op een open plek waar je wortelopslag kunt maaien.

Verzorgen

Water
De eerste jaren bij droogte wekelijks flink water geven. Op droge grond ook later in lange droge zomers.
Bemesten
Meestal niet nodig. Op arme grond volstaat wat compost in het voorjaar.
Mulchen
Een laag schors of compost houdt de grond vochtig en onderdrukt onkruid. Houd ze weg van de stam.
Wortelopslag
Maai of verwijder de opslag regelmatig in de zomer; in een gazon verdwijnt hij vanzelf door maaien.
Boompaal
Een boompaal blijft 2–3 jaar staan; controleer of de band de stam niet insnoert.

Tip: Plant hem alleen op een groot, open perceel met vochtige grond, bij voorkeur langs water. Maai de wortelopslag regelmatig, dan blijft de boom onder controle.

Wanneer snoei je een Kaukasische vleugelnoot?

Wanneer: Hij hoeft zelden gesnoeid. Dode of beschadigde takken kun je het hele jaar weghalen; voor noodzakelijke snoei is de zomer het best.

Hoe:

  • Knip dode, gebroken of kruisende takken weg tot aan de takkraag.
  • Verwijder wortelopslag door hem met een stukje wortel af te steken of uit te trekken, niet alleen af te knippen.
  • Houd één doorlopende topscheut en dun zo nodig een meerstammige boom uit tot enkele sterke stammen.

Let op: Walnootachtigen kunnen in het voorjaar veel sap verliezen: snoei liever in de zomer en niet te veel tegelijk.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Wortelopslag
In de herfst of winter een opslagscheut met wortels afsteken en op een nieuwe plek planten. Dit is de makkelijkste en snelste manier.
Zaaien
Zaai verse nootjes in de herfst buiten, of laat ze enkele weken vochtig in de koelkast koud worden en zaai in het voorjaar. Zaailingen groeien snel.

Hoe komt een Kaukasische vleugelnoot de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig voor volwassen bomen.
  • Hij loopt vroeg uit: late nachtvorst kan jonge scheuten en bladeren beschadigen. Plant hem niet in een vorstkom.
  • Een boom van deze grootte past niet in een pot: plant hem alleen in volle grond.

Ziektes en plagen

  • Wortelopslag: Veel scheuten rond de boom, soms op meters afstand. Maai ze regelmatig of steek ze af met een stukje wortel.
  • Late vorst: Bruine, verlepte jonge scheuten en bladeren na nachtvorst in het voorjaar. De boom herstelt zich meestal en loopt opnieuw uit; plant niet in een vorstkom.
  • Bladrandverbruining: Bruine bladranden in een droge zomer op te droge grond. Geef extra water en leg een mulchlaag.
  • Bladluis: Plakkerige honingdauw op blad en eronder. Een grote boom redt zich meestal zelf; parkeer geen auto en zet geen bank eronder.

Het jaar rond

  • Maart: Planten. Dode takken wegnemen. Compost geven.
  • April: Planten. De bladeren lopen uit; let op nachtvorst.
  • Mei: Bloei met lange katjes. Wortelopslag maaien of afsteken.
  • Juni: Water geven bij droogte. Wortelopslag verwijderen.
  • Juli: Vruchtrijen vormen zich. Water geven aan jonge bomen.
  • Augustus: Water geven bij langdurige droogte. Noodzakelijke snoei.
  • Oktober: Planten. Gele herfstkleur. Opslag afsteken.
  • November: Planten. Gevallen blad opruimen of laten liggen als mulch.
  • December: Planten. Rust.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Pterocarya komt uit het Grieks: pteron ‘vleugel’ en karyon ‘noot’. De soortnaam fraxinifolia betekent ‘met bladeren als een es’.
  • Hij hoort tot de notenfamilie, net als de walnoot en de hickory.
  • De hangende vruchtrijen kunnen 20–50 cm lang worden en hangen er als lange kettingen van gevleugelde nootjes.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…