
Foto: Freekhou5, CC BY-SA 4.0 · bron
Boom · Fagaceae
Wilgeik
Quercus phellos
In andere talen: Chêne à feuilles de saule (Français) · Willow oak (English)
De wilgeik komt uit het zuidoosten van de Verenigde Staten, waar hij van nature groeit in vochtige rivierbossen. Hij is een bladverliezende eik die opvalt door zijn smalle, ongelobde bladeren die op die van een wilg lijken, vandaar de naam. Hij groeit voor een eik vlot, wordt 15–20 m hoog en heeft een luchtige, afgeronde kroon. In de herfst kleurt het blad geel tot roestbruin. Hij houdt van zure, vochthoudende grond en verdraagt kalk slecht. Een sierlijke eik voor een ruime tuin, een plantsoen of een laan.
Let op: Eikenprocessierups komt in Vlaanderen op eiken voor. De brandharen van de rupsen veroorzaken sterke huidirritatie: raak nesten niet aan en laat ze verwijderen door een erkend bedrijf. Houd ook rekening met de afmetingen: een eik past niet in een kleine tuin.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
20 m
hoog, 12 m breed
Bloei
mei
| Snoeimaanden | december–februari |
|---|---|
| Hoogte | 20 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een wilgeik?
- Groeivorm
- Jong kegelvormig, later een luchtige, afgeronde kroon; 15–20 m hoog en 10–12 m breed.
- Blad
- Smal lancetvormig, 5–12 cm lang en 1–2 cm breed, zonder lobben, met een gladde rand; lichtgroen, in de herfst geel tot roestbruin.
- Bloem
- Gele, hangende katjes in mei, samen met het blad. Windbestuiving.
- Vrucht
- Kleine, ronde eikels van ongeveer 1 cm in een ondiep napje; ze rijpen in het tweede jaar.
- Schors
- Glad en grijs bij jonge bomen, later ondiep gegroefd.
Bloei: mei · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: december–februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Fijn, wilgachtig blad: een lichte, sierlijke eik zonder de zware, donkere indruk van veel andere eiken.
- Groeit voor een eik vlot en geeft snel schaduw.
- Verdraagt natte grond en tijdelijke overstroming beter dan veel andere eiken.
- De kleine eikels zijn voedsel voor vogels en kleine zoogdieren; de boom is een thuis voor insecten.
- Mooie gele tot roestbruine herfstkleur.
Waar staat een wilgeik graag?
- Volle zon: dan groeit hij het best en blijft de kroon mooi gevuld.
- Zure tot neutrale zand- of leemgrond die vochtig blijft. Op kalkrijke grond krijgt het blad een gele kleur (chlorose).
- Normaal tot vochtig; hij verdraagt tijdelijk natte grond, maar niet permanent staand water.
- Geef hem 10–12 m ruimte, ver van gebouwen en leidingen.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 20 m hoog, 12 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Amberboom: Komt uit dezelfde streek, houdt van dezelfde zure, vochtige grond en heeft een mooie herfstkleur.
- Moerascypres: Een bladverliezende conifeer voor natte, zure grond.
- Rododendron: Groenblijvende heester voor de lichte schaduw onder de kroon, op zure grond.
- Koningsvaren: Een grote varen voor vochtige, zure grond.
- Hulst: Groenblijvend onderhout als decor in de winter.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wilgeik?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant in maart–april of van oktober tot december, als de grond niet bevroren is.
- Kies een jonge boom van 2–3 m: eiken hebben een lange penwortel en slaan het best aan als ze jong zijn.
- Graaf een plantgat twee tot drie keer zo breed als de kluit, maar niet dieper. Maak de wanden los.
- Plant even diep als in de kwekerij en vul aan met de eigen grond, zonder kalk of verse mest. Bij een hoogstam zet je een paal en bind je losjes.
- Geef meteen 20–30 liter water.
- Leg een mulchcirkel van ongeveer 1 m breed van bladcompost of schors, zonder tegen de stam aan.
Verzorgen
- Water
- De eerste 2–3 zomers bij droogte wekelijks 20–30 liter, diep en niet te vaak. Hij houdt van vochtige grond: laat hem in een droge zomer niet te lang zonder water.
- Bemesten
- Niet nodig. Geef geen kalk of kalkrijke meststoffen: die verhogen de pH.
- Mulchen
- Een mulchlaag van bladcompost of schors houdt de grond vochtig en zuur. Houd de cirkel grasvrij.
- Steun
- Bij een hoogstam 2–3 jaar een paal; haal die daarna weg zodat de stam sterk wordt.
- Herfstblad
- De smalle blaadjes verteren sneller dan van veel andere eiken. Maak er bladcompost van of laat ze onder heesters liggen.
Tip: Plant hem op zure, vochthoudende grond: daar groeit hij het best. Mulch rond jonge bomen met bladcompost, dat houdt de grond vochtig en zuur.
Wanneer snoei je een wilgeik?
Snoeimaanden: december–februari.
Wanneer: Enkel als het nodig is, tijdens de rust van december tot februari, bij droog en vorstvrij weer.
Hoe:
- Kweek de eerste jaren één doorgaande top en een evenwichtige kroon: verwijder concurrerende toppen en kruisende takken.
- Haal dode of gebroken takken weg; zaag net buiten de takkraag.
- Voor dikke takken en grote bomen schakel je een boomverzorger in.
Let op: Snoei eiken niet tijdens het groeiseizoen, van april tot en met september: verse wonden zijn dan gevoeliger voor infecties.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai verse eikels in oktober–november ter plaatse of in diepe potten; ze kiemen in het voorjaar. Eikels drogen snel uit: bewaar ze niet. Zaailingen kunnen verschillen van de moederboom.
- Enten
- Bijzondere selecties worden door kwekers geënt. Dat is geen werk voor de tuinier.
Hoe komt een wilgeik de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Belgische winters geen probleem.
- Bij jonge bomen beschermt een mulchlaag de wortels tijdens strenge vorst.
- Bescherm de stam van jonge bomen tegen wild, konijnen en de maaier met een boombeschermer.
Ziektes en plagen
- Geel blad (chlorose): Bleekgeel blad met groene nerven op kalkrijke grond. Mulch met bladcompost en geef geen kalk. Op sterk kalkhoudende grond kies je beter een andere eik.
- Eikenprocessierups: Nesten van behaarde rupsen op stam en takken van mei tot juli. De brandharen kunnen sterke huidirritatie geven. Raak nesten niet aan en laat ze verwijderen door een erkend bedrijf of de gemeente.
- Bladvraat: In mei kunnen rupsen het jonge blad kaal eten. De boom loopt meestal opnieuw uit. Een gezonde boom hoef je hier niet voor te behandelen.
- Droogtestress: Slap of vergeeld blad en vroege bladval bij jonge bomen in een droge zomer. Geef de eerste jaren diep water en houd de mulchlaag aan.
Het jaar rond
- Januari: Dode takken verwijderen bij droog, vorstvrij weer.
- Februari: Laatste kans om te snoeien. Palen en bindingen controleren.
- Maart: Planten zodra de grond ontdooid en niet te nat is. Goed water geven.
- April: Planten. Mulch aanbrengen. De boom loopt uit.
- Mei: Bloei met gele katjes. Letten op nesten van de eikenprocessierups.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte. Nesten van de eikenprocessierups laten verwijderen.
- Juli: Bij droogte diep water geven aan jonge bomen.
- Augustus: Bij droogte diep water geven aan jonge bomen.
- Oktober: Gele tot roestbruine herfstkleur. Eikels vallen; planten kan weer.
- November: Planten. Gevallen blad verzamelen voor bladcompost.
- December: Planten. Snoeien van dode takken kan.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In tegenstelling tot de meeste eiken heeft hij geen gelobde bladeren: ze zijn smal en glad, net als bij een wilg.
- In zijn thuisland groeit hij in vochtige rivierbossen en verdraagt hij tijdelijke overstroming.
- In het zuiden van de Verenigde Staten wordt hij veel als straat- en schaduwboom geplant.