
Foto: Willow, CC BY 2.5 · bron
Loofboom · Napjesdragersfamilie (Fagaceae)
Moeraseik
Quercus palustris
De moeraseik komt uit het oosten van Noord-Amerika, waar hij op natte, vaak overstroomde grond in rivierdalen groeit. Bij ons wordt hij 20–25 m hoog, met een strakke, piramidevormige kroon waarvan de onderste takken naar beneden hangen. Het glanzende blad is diep ingesneden in spitse lobben met naaldpuntjes en kleurt in de herfst scharlakenrood; het dorre blad blijft vaak lang hangen. Hij groeit snel voor een eik en verdraagt natte grond, maar wil absoluut zure grond. Een laan- en parkboom, enkel voor een grote tuin.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zure grond
zuur
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
20–25 m
hoog
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | juli–augustus en november–februari |
|---|---|
| Hoogte | 20–25 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een moeraseik?
- Groeivorm
- Loofboom van 20–25 m met een piramidevormige kroon: de bovenste takken groeien schuin omhoog, de middelste horizontaal en de onderste hangen naar beneden.
- Blad
- Verspreid, 8–15 cm, glanzend, tot dicht bij de middennerf ingesneden in 5–7 spitse lobben met naaldpuntjes; onderaan plukjes bruine haartjes in de nerfoksels. Scharlakenrode herfstkleur; het dorre blad blijft vaak lang hangen.
- Schors
- Lang glad en grijsbruin, later fijn gegroefd.
- Vrucht
- Kleine, bijna ronde eikels (1–1,5 cm) in een ondiep napje; ze rijpen pas in het tweede jaar.
- Verschil met de Amerikaanse eik
- De Amerikaanse eik heeft groter blad (12–22 cm) dat maar tot halverwege ingesneden is, en takken die schuin omhoog groeien.
Bloei: april–mei · Snoeien: juli–augustus en november–februari
Herkennen per kenmerk: Gelobd blad (zoals een eik) · Rode herfstkleur · Noten, eikels en kastanjes
Lijkt op, maar is het niet
- Amerikaanse eik Quercus rubra: groter blad (12–22 cm) dat maar tot halverwege ingesneden is; takken groeien schuin omhoog. Verschil met Amerikaanse eik
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de vurigste herfstkleuren van alle eiken: scharlakenrood tot bronsrood.
- Groeit sneller dan onze inheemse eiken en verdraagt natte grond en tijdelijk hoog water.
- Een strakke, regelmatige kroon die je van ver herkent, ook in de winter.
- Eikels voor gaaien en eekhoorns.
Waar staat een moeraseik graag?
- Volle zon.
- Zure, vochtige tot natte grond; hij verdraagt tijdelijk hoog water. Op kalkrijke grond krijgt hij gele bladeren (bladvergeling) en kwijnt hij weg.
- Op droge zandgrond groeit hij trager en lijdt hij in droge zomers.
- Reken op een kroon van 12 m breed en 20 m of meer hoog: geen boom voor een gewone tuin, wel voor een grote tuin, een park, een dreef of de oever van een vijver.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Zure grond
- Vocht
- Vochtig tot nat
- Grootte
- 22 m hoog, 12 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Moerascipres: Houdt ook van natte, zure grond en kleurt in de herfst roestbruin: samen een prachtig duo aan een vijver.
- Amberboom: Nog een Amerikaanse boom met een vurige herfstkleur op vochtige grond.
- Zwarte els: Een inheemse boom voor natte grond en oevers, met zaad voor sijsjes en putters in de winter.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Houden van de zure grond onder deze boom: struikhei, rododendron, skimmia, framboos, blauwe bes, toverhazelaar, brem, gaspeldoorn
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een moeraseik?
- Plant van november tot maart, in vorstvrij weer: jonge bomen met blote wortels, grotere met kluit.
- Hij verplant makkelijker dan de meeste eiken, omdat hij een vlak, fijn vertakt wortelstelsel heeft.
- Ken je je grond niet? Meet de zuurgraad: boven een pH van ongeveer 7 kies je beter een andere boom.
- Zet een steunpaal aan de windkant en bind de boom los vast; haal paal en band na twee à drie jaar weg.
- Geef de eerste jaren water bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste jaren bij droogte; een gevestigde boom op vochtige grond heeft niets nodig.
- Bemesten
- Niet nodig. Gele bladeren door kalk los je niet op met gewone mest: dan is de grond te kalkrijk.
- Mulch
- Laat het gevallen blad onder de boom liggen of strooi bladcompost: dat houdt de grond vochtig en zuur.
- Doorgang
- De onderste takken hangen naar beneden: haal ze bij een laanboom of boven een pad geleidelijk weg, enkele per jaar.
Tip: Twijfel je of je grond zuur genoeg is? Kijk wat er in de buurt goed groeit: waar rododendrons, berken en heide het goed doen, voelt ook de moeraseik zich thuis.
Wanneer snoei je een moeraseik?
Snoeimaanden: juli–augustus en november–februari.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Vormsnoei in de zomer of de winter.
Hoe:
- Weinig nodig: de kroon groeit vanzelf in een regelmatige piramidevorm. Houd bij een jonge boom één doorgaande top.
- De onderste takken hangen naar beneden: haal ze bij een laanboom geleidelijk weg om een doorgang vrij te maken.
- Zaag net buiten de takkraag en laat geen stompen staan.
Let op: Wil zure grond: op kalk krijgt hij gele bladeren (bladvergeling).
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai verse eikels in de herfst buiten, in een diepe pot of in de volle grond; ze kiemen in de lente. Laat ze niet uitdrogen en bescherm ze tegen muizen en gaaien.
Hoe komt een moeraseik de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- Het dorre blad blijft vaak tot ver in de winter aan jonge bomen en aan de onderste takken hangen.
- In de winter herken je hem aan het silhouet: hangende onderste takken, horizontale middentakken en schuin opgaande toptakken.
Ziektes en plagen
- Bladvergeling (chlorose): Gele bladeren met groene nerven op kalkrijke grond: de boom kan er het ijzer niet opnemen. Plant hem alleen op zure grond; op kalk is er geen blijvende oplossing.
- Droogte: Bruine bladranden en vroege bladval in droge zomers, vooral op zandgrond. Geef jonge bomen water en mulch de grond.
- Hangende takken: Geen ziekte: de onderste takken hangen van nature naar beneden. Snoei ze geleidelijk op als ze in de weg zitten.
Het jaar rond
- Januari: Vormsnoei in vorstvrij weer; het dorre blad hangt nog aan de boom.
- Februari: Vormsnoei afronden; planten met blote wortels of kluit.
- Mei: Het blad loopt uit: is het jonge blad geel in plaats van groen, dan is de grond te kalkrijk.
- Juli: Zomersnoei: onderste takken geleidelijk wegnemen; water geven bij droogte.
- Augustus: Zomersnoei afronden; jonge bomen water geven bij droogte.
- Oktober: Herfstkleur: scharlakenrood; de eikels vallen.
- November: Blad laten liggen als mulch; planten; wintersnoei kan weer.
- December: Plantseizoen; vormsnoei in vorstvrij weer.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Laanboom met een strakke, piramidevormige kroon en een vurige herfstkleur.
- Hout
- Zwaar hout voor parket en meubels, minder duurzaam dan dat van onze inheemse eiken.
- Voor de natuur
- Eikels voor gaaien en eekhoorns.
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een populaire laanboom: de piramidevormige kroon met hangende onderste takken herken je van ver, ook in de winter.
- Hij hoort bij de rode eiken, net als de Amerikaanse eik: hun bladlobben eindigen in naaldpuntjes en hun eikels rijpen pas in het tweede jaar.
- De wetenschappelijke naam palustris betekent ‘van het moeras’: in Noord-Amerika groeit hij op grond die in de winter en de lente vaak onder water staat.
- Palustris betekent ‘van het moeras’: in het oosten van de Verenigde Staten groeit hij van nature op natte, slecht doorlatende grond langs rivieren.
- Hij laat zich makkelijker verplanten dan veel andere eiken; mede daardoor is hij in Noord-Amerika een van de meest geplante straat- en parkbomen.