Roestbladige alpenroos (Rhododendron ferrugineum)

Foto: Me, Public domain · bron

Heester · Ericaceae

Roestbladige alpenroos

Rhododendron ferrugineum

In andere talen: Rhododendron ferrugineux (Français) · Alpenrose (English)

De roestbladige alpenroos (Rhododendron ferrugineum) groeit in de Alpen en de Pyreneeën, vaak op hellingen waar in de winter lang sneeuw ligt. Het is een lage, groenblijvende struik van ongeveer 80 cm hoog met leerachtig, glanzend donkergroen blad dat aan de onderkant roestbruin bedekt is met kleine schubjes, vandaar de naam. In juni–juli verschijnen trosjes kleine, donkerroze tot karmijnrode bloemen die bijen aantrekken. De struik is volledig winterhard, maar houdt niet van hitte en droogte. In de tuin past hij op een koele plek met zure, humusrijke grond, bijvoorbeeld in de rotstuin of de heidetuin.

Let op: Alle delen zijn giftig, ook het blad en de nectar. Kinderen, katten, honden en grazende dieren zoals schapen, geiten en paarden kunnen ziek worden als ze ervan eten. Plant hem niet naast een weide en laat kinderen geen bladeren of bloemen in de mond steken.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Zand, leem of veen

    zuur

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,8 m

    hoog, 1 m breed

  • Bloei

    juni–juli

Feiten op een rij
Hoogte0,8 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeijuni–juli

Herkennen

Hoe herken je een roestbladige alpenroos?

Groeivorm
Lage, dicht vertakte, groenblijvende struik van ongeveer 0,8 m hoog en 1 m breed; groeit traag.
Blad
2–4 cm lang, leerachtig; bovenkant donkergroen en glanzend, onderkant roestbruin door kleine schubjes. De bladrand is kaal.
Bloem
Kleine trechtervormige bloemen in trosjes aan de takuiteinden, donkerroze tot karmijnrood, in juni–juli.
Vrucht
Kleine doosvruchtjes die in de herfst openspringen; het zaad is zo fijn als stof.
Wortels
Ondiep en vezelig. Ze drogen snel uit en houden van een koele, vochtige bodem.

Bloei: juni–juli · Planten: maart–april en september–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Compacte, groenblijvende struik die ook in de winter mooi blijft.
  • Bloeit in juni–juli, als de meeste andere rododendrons uitgebloeid zijn.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
  • Past in een rotstuin, heidetuin of koele border en geeft er een bergsfeer aan.
  • De bloemen worden bezocht door bijen en hommels.

Waar staat een roestbladige alpenroos graag?

  • Halfschaduw is het veiligst in Vlaanderen; zon kan als de grond koel en vochtig blijft. Vermijd hete middagzon.
  • Zure, humusrijke, losse grond (pH ongeveer 4,5–5,5): zand, leem of venige grond, goed doorlatend. Geen kalk.
  • Gelijkmatig vochtig, zonder stilstaand water. Hij verdraagt geen aanhoudende droogte of hitte.
  • Een plek aan de noordzijde of tussen stenen in de rotstuin is ideaal. Reken op 80–100 cm per plant.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of veen
Zuurtegraad
Zuur
Vocht
Normaal of nat
Grootte
0,8 m hoog, 1 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Struikheide: Zuurminnende heide met een zelfde standplaats en een lange bloei.
  • Rode bosbes: Lage, groenblijvende zuurminnende plant die de grond bedekt.
  • Bergden: Een kleine conifeer voor een bergachtig tuinbeeld.
  • Varens: Frisse bladeren in halfschaduw en op humusrijke grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een roestbladige alpenroos?

Planten in maart–april en september–oktober.

  1. Plant in maart–april of in september–oktober.
  2. Graaf een breed, niet te diep plantgat en meng de grond met bladaarde of veenvrije zure potgrond. Voeg een paar handen grof zand toe voor de drainage.
  3. Week de kluit in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen en maak de wortels voorzichtig los.
  4. Zet de plant even diep als in de pot, liever iets hoger, en druk de grond aan. Geef meteen regenwater.
  5. Leg een laag van 5 cm naaldmulch of dennenschors rond de voet. Platte stenen ertussen houden de wortels koel.

Verzorgen

Water
Laat hem nooit helemaal uitdrogen, vooral de eerste twee jaar en in een pot. Geef bij droogte en hitte regenwater; kraanwater bevat vaak kalk.
Bemesten
Weinig: in april een lichte gift van een meststof voor zuurminnende planten. Van nature groeit hij op arme grond.
Mulchen
Vernieuw elk jaar de laag naaldmulch of dennenschors; bladaarde mag ook.
Uitgebloeide bloemen
Niet noodzakelijk. Je kunt de uitgebloeide trosjes met de hand wegbreken om zaadvorming te beperken.
Bodem
Spit of hak niet rond de plant: de wortels liggen vlak onder het oppervlak.

Tip: Geef hem regenwater en leg platte stenen rond de voet: ze houden de wortels koel, zoals in de bergen.

Wanneer snoei je een roestbladige alpenroos?

Wanneer: Hij wordt bijna niet gesnoeid. Knip dode takjes weg in maart en verwijder uitgebloeide trosjes in juli–augustus.

Hoe:

  • Breek of knip uitgebloeide trosjes weg zonder de jonge scheuten eronder te beschadigen.
  • Knip dode of bevroren takjes in het voorjaar terug tot in het gezonde hout.
  • Scheer hem niet: hou de natuurlijke, ronde vorm.

Let op: Hij groeit traag, dus snoei zo weinig mogelijk.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Afleggen
In het voorjaar een lage, buigzame tak naar beneden buigen, vastpinnen in zure, losse grond en een steentje erop leggen. Na een of twee jaar met wortels loskoppelen.
Zaaien
Strooi het stofkleine zaad in januari–maart op vochtige zure zaaigrond, zonder af te dekken, en hou het licht en koel. Zaailingen groeien traag en bloeien pas na vele jaren.

Hoe komt een roestbladige alpenroos de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C. In de bergen beschermt een dik pak sneeuw hem tegen strenge vorst.
  • Wintergroen blad kan verbranden door felle winterzon en droge wind bij bevroren grond: zet hem in halfschaduw of schut hem af, en geef water op vorstvrije dagen.
  • In een pot: zet de pot tegen een muur en wikkel hem in jute, zodat de wortels niet bevriezen.

Ziektes en plagen

  • Droogte- en hitteschade: Bruine bladranden en krullend blad in de zomer. Zet hem koeler of in meer schaduw, geef regenwater en leg een dikke laag mulch.
  • Bladchlorose: Geel blad met groene nerven op te kalkrijke grond. Verzuur de grond met naaldmulch en bladaarde en geef regenwater.
  • Taxuskever: Halfronde happen uit de bladranden in de zomer; de larven eten de wortels. Zet in augustus–september aaltjes in de vochtige, warme grond.
  • Wortelrot: Slap, verdorrend blad terwijl de grond nat is. Verbeter de drainage met grof zand of plant op een lichte verhoging.

Het jaar rond

  • Maart: Planten. Dode takjes wegknippen. Mulchlaag aanvullen.
  • April: Planten. Licht bemesten met zuurminnende meststof.
  • Mei: Bij droogte water geven met regenwater.
  • Juni: Bloei begint.
  • Juli: Bloei. Bij hitte water geven en koel houden.
  • Augustus: Uitgebloeide trosjes verwijderen. Aaltjes tegen taxuskeverlarven inzetten.
  • September: Planten. Zaad oogsten als de doosvruchtjes openspringen.
  • Oktober: Planten. Mulchlaag aanvullen.
  • December: Rust. Bij vorst en droogte op vorstvrije dagen water geven.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Rododendrons en azalea’s zijn in al hun delen giftig, ook de bloemen en de nectar: ze bevatten grayanotoxinen, die kwijlen, braken, zwakte, een trage hartslag en een lage bloeddruk geven. Vooral geiten, schapen en alpaca’s, maar ook paarden, runderen, konijnen en cavia’s worden er ernstig ziek van, soms al van een kleine hoeveelheid blad; ook honden en katten lopen risico. Gooi snoeiafval dus nooit over de afsluiting van een weide of in een hok, geef het niet aan dieren en pluk geen konijnenvoer tussen de struiken; bel bij twijfel meteen je dierenarts. Kinderen die een blad of bloem in de mond steken of nectar uit de bloemen zuigen, zoals bij dovenetel, krijgen meestal enkel een branderige mond en misselijkheid, maar leer hen het niet te doen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam ferrugineum komt van het Latijnse woord voor roest en verwijst naar de roestbruine schubjes onder het blad.
  • Op plekken waar hij samen groeit met de behaarde alpenroos, die op kalk groeit, ontstaan soms natuurlijke kruisingen.
  • In de bergen kleuren hele hellingen in juni–juli roze door deze alpenroos.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…