Foto: Jean-Pol GRANDMONT, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Ericaceae
Behaarde alpenroos
Rhododendron hirsutum
In andere talen: Rhododendron hirsute (Français) · Hairy alpenrose (English)
De behaarde alpenroos (Rhododendron hirsutum) groeit in de Alpen, vooral op kalkrijke rotsen en puinhellingen. Het is een lage, groenblijvende struik van ongeveer 80 cm hoog met kleine, lichtgroene blaadjes die langs de rand fijne haartjes dragen, vandaar de naam. In juni–juli bloeit hij met trosjes roze, trechtervormige bloemen die bijen aantrekken. Anders dan de meeste rododendrons verdraagt hij kalk, waardoor hij een goede keuze is voor tuinen met neutrale tot kalkhoudende grond. Hij heeft wel een koele, vochtige plek en humusrijke grond nodig en houdt niet van hitte en droogte.
Let op: Alle delen zijn giftig, ook het blad en de nectar. Kinderen, katten, honden en grazende dieren zoals schapen, geiten en paarden kunnen ziek worden als ze ervan eten. Plant hem niet naast een weide en laat kinderen geen bladeren of bloemen in de mond steken.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 1 m breed
Bloei
juni–juli
| Hoogte | 0,8 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een behaarde alpenroos?
- Groeivorm
- Lage, dicht vertakte, groenblijvende struik van ongeveer 0,8 m hoog en 1 m breed; groeit traag.
- Blad
- Klein, 1,5–3,5 cm, lichtgroen, met een rand van stijve haartjes; de jonge scheuten zijn ook behaard.
- Bloem
- Kleine trechtervormige bloemen in trosjes aan de takuiteinden, roze (soms wit), in juni–juli.
- Vrucht
- Kleine doosvruchtjes die in de herfst openspringen; het zaad is zo fijn als stof.
- Wortels
- Ondiep en vezelig. Ze drogen snel uit en houden van een koele, humusrijke bodem.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–april en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige rododendrons voor neutrale tot kalkhoudende grond, waar andere alpenrozen mislukken.
- Compacte, groenblijvende struik die ook in de winter mooi blijft.
- Bloeit in juni–juli met roze bloemtrosjes, als de meeste rododendrons uitgebloeid zijn.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- Past in de rotstuin of een koele border; de bloemen worden bezocht door bijen en hommels.
Waar staat een behaarde alpenroos graag?
- Halfschaduw tot zon, zolang de grond koel en vochtig blijft. Vermijd hete middagzon.
- Neutrale tot kalkhoudende, humusrijke grond: zand, leem of klei, goed doorlatend. Hij heeft geen zure grond nodig.
- Gelijkmatig vochtig tot nat, zonder stilstaand water. Hij verdraagt geen aanhoudende droogte of hitte.
- Een plek tussen stenen in de rotstuin is ideaal. Reken op 80–100 cm per plant.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,8 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Zilverkruid: Kalkminnend alpine plantje met witte bloemen en pluizige zaadpluimen.
- Steenbreek: Kussens van fijn blad en kleine bloemen tussen stenen.
- Aurikel: Een alpiene sleutelbloem voor dezelfde kalkhoudende, koele plek.
- Bergden: Een kleine conifeer voor een bergachtig tuinbeeld.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een behaarde alpenroos?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Graaf een breed, niet te diep plantgat en meng de grond met bladcompost voor extra humus. Op zware klei werk je wat grof zand of fijn grind door de grond voor de drainage.
- Week de kluit in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen en maak de wortels voorzichtig los.
- Zet de plant even diep als in de pot, liever iets hoger, en druk de grond aan. Geef meteen water.
- Leg een laag van 5 cm bladcompost of fijn steenslag rond de voet; platte stenen ertussen houden de wortels koel.
Verzorgen
- Water
- Laat hem nooit helemaal uitdrogen, vooral de eerste twee jaar en in een pot. Kraanwater is bij deze soort geen probleem.
- Bemesten
- Weinig: in april wat compost of een lichte gift organische mest. Van nature groeit hij op arme grond.
- Mulchen
- Vernieuw elk voorjaar de laag bladcompost of fijn steenslag; dat houdt de wortels koel en vochtig.
- Uitgebloeide bloemen
- Niet noodzakelijk. Je kunt uitgebloeide trosjes met de hand wegbreken om zaadvorming te beperken.
- Bodem
- Spit of hak niet rond de plant: de wortels liggen vlak onder het oppervlak.
Tip: Plant hem tussen kalkstenen in een koele hoek en leg een dikke laag bladcompost of steenslag rond de voet: zo blijft de grond koel, vochtig en goed doorlatend.
Wanneer snoei je een behaarde alpenroos?
Wanneer: Hij wordt bijna niet gesnoeid. Knip dode takjes weg in maart en verwijder uitgebloeide trosjes in juli–augustus.
Hoe:
- Breek of knip uitgebloeide trosjes weg zonder de jonge scheuten eronder te beschadigen.
- Knip dode of bevroren takjes in het voorjaar terug tot in het gezonde hout.
- Scheer hem niet: hou de natuurlijke, ronde vorm.
Let op: Hij groeit traag, dus snoei zo weinig mogelijk.
Vermeerderen
- Afleggen
- In het voorjaar een lage, buigzame tak naar beneden buigen, vastpinnen in humusrijke grond en een steentje erop leggen. Na een of twee jaar met wortels loskoppelen.
- Zaaien
- Strooi het stofkleine zaad in januari–maart op vochtige zaaigrond, zonder af te dekken, en hou het licht en koel. Zaailingen groeien traag en bloeien pas na vele jaren.
- Halfhoutige stekken
- In juli–september: stekken van 5–8 cm van de scheuten van dit jaar, onderste bladeren weg, in een mengsel van zaaigrond en zand onder plastic. Ze wortelen traag.
Hoe komt een behaarde alpenroos de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C. In de bergen beschermt een dik pak sneeuw hem tegen strenge vorst.
- Wintergroen blad kan verbranden door felle winterzon en droge wind bij bevroren grond: zet hem in halfschaduw of schut hem af, en geef water op vorstvrije dagen.
- In een pot: zet de pot tegen een muur en wikkel hem in jute, zodat de wortels niet bevriezen.
Ziektes en plagen
- Droogte- en hitteschade: Bruine bladranden en krullend blad in de zomer. Zet hem koeler of in meer schaduw, geef water en leg een dikke laag mulch.
- Taxuskever: Halfronde happen uit de bladranden in de zomer; de larven eten de wortels. Zet in augustus–september aaltjes in de vochtige, warme grond.
- Wortelrot: Slap, verdorrend blad terwijl de grond nat is. Verbeter de drainage met grof zand of plant op een lichte verhoging.
- Meeldauw: Wit, poederachtig laagje op het blad bij warm, benauwd weer. Zorg voor ruimte en frisse lucht, geef water aan de voet en knip aangetaste delen weg.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Dode takjes wegknippen. Mulchlaag aanvullen.
- April: Planten. Een beetje compost geven.
- Mei: Bij droogte water geven.
- Juni: Bloei begint.
- Juli: Bloei. Bij hitte water geven en koel houden.
- Augustus: Uitgebloeide trosjes verwijderen. Aaltjes tegen taxuskeverlarven inzetten.
- September: Planten. Stekken nemen.
- Oktober: Planten. Mulchlaag aanvullen.
- December: Rust. Bij vorst en droogte op vorstvrije dagen water geven.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Rododendrons en azalea’s zijn in al hun delen giftig, ook de bloemen en de nectar: ze bevatten grayanotoxinen, die kwijlen, braken, zwakte, een trage hartslag en een lage bloeddruk geven. Vooral geiten, schapen en alpaca’s, maar ook paarden, runderen, konijnen en cavia’s worden er ernstig ziek van, soms al van een kleine hoeveelheid blad; ook honden en katten lopen risico. Gooi snoeiafval dus nooit over de afsluiting van een weide of in een hok, geef het niet aan dieren en pluk geen konijnenvoer tussen de struiken; bel bij twijfel meteen je dierenarts. Kinderen die een blad of bloem in de mond steken of nectar uit de bloemen zuigen, zoals bij dovenetel, krijgen meestal enkel een branderige mond en misselijkheid, maar leer hen het niet te doen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam hirsutum betekent ‘behaard’ en verwijst naar de haartjes op de bladrand en de jonge scheuten.
- Op plekken waar hij samen groeit met de roestbladige alpenroos, die op zure grond groeit, ontstaan soms natuurlijke kruisingen.
- Anders dan de meeste rododendrons groeit hij in de Alpen op kalksteen, vaak in een laagje humus tussen de rotsen.