
Foto: Plant Image Library, CC BY-SA 2.0 · bron
Heester · Ericaceae
Azalea
Rhododendron kaempferi
In andere talen: Azalée (Français) · Torch azalea (English)
Deze azalea (Rhododendron kaempferi), in het Engels ‘torch azalea’ genoemd, komt uit de bergen van Japan. Het is een halfwintergroene struik van ongeveer 2 m hoog: in de herfst valt een deel van het blad, een deel blijft de winter over. In mei staat hij vol trechtervormige, oranjerode bloemen die bijen aantrekken. Hij is harder dan veel andere Japanse azalea’s, tot ongeveer −25 °C, en is een van de ouders van veel winterharde azaleahybriden. Hij heeft zure, humusrijke grond en halfschaduw nodig; in volle zon verbleken de bloemen snel.
Let op: Alle delen zijn giftig: blad, bloemen en nectar. Kinderen, katten, honden en grazende dieren zoals paarden, schapen en geiten kunnen ziek worden als ze ervan eten. Plant hem niet in of vlak bij een weide en laat kinderen geen bloemen of bladeren in de mond steken.
Licht
Halfschaduw
geen felle middagzon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of veen
zuur
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
2 m
hoog, 2 m breed
Bloei
mei
| Snoeimaanden | juni |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei |
Herkennen
Hoe herken je een azalea?
- Groeivorm
- Dichte, vertakte struik van ongeveer 2 m hoog en breed, halfwintergroen.
- Blad
- Elliptisch tot lancetvormig, 3–7 cm, met bruine haartjes. Er zijn twee soorten bladeren: dunne voorjaarsbladeren die in de herfst vallen en kleinere zomerbladeren die de winter overleven.
- Bloem
- Trechtervormig, 4–5 cm, oranjerood tot zalmrood, in groepjes van 2–3 in mei. Er bestaan ook roze en rode vormen.
- Vrucht
- Een kleine, harige doosvrucht die in de herfst openspringt.
- Wortels
- Ondiep en fijn vertakt: ze drogen snel uit en mogen niet verstoord worden door spitten of hakken.
Bloei: mei · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Felle oranjerode bloemen in mei, op een plek in halfschaduw waar weinig andere struiken zo rijk bloeien.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C en een van de hardste Japanse azalea’s.
- Halfwintergroen: een deel van het blad blijft in de winter aan de struik.
- De bloemen worden bezocht door bijen en hommels.
- Compacte, makkelijke struik die weinig snoei vraagt.
Waar staat een azalea graag?
- Halfschaduw is ideaal: in volle zon verbleken de bloemen snel en kan het blad verbranden.
- Zure grond (pH ongeveer 4,5–5,5): zand of leem met veel humus. Nooit kalk of kalkrijke compost gebruiken.
- Gelijkmatig vochtig maar goed doorlatend; hij houdt niet van natte voeten of van uitdrogen.
- Beschut tegen koude oostenwind en ochtendzon na een nachtvorst. Reken op 1,5–2 m ruimte.
- Licht
- Halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 2 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Japanse esdoorn: Fijn blad en mooie herfstkleur boven de azalea; een klassieke combinatie.
- Pieris: Zuurminnende groenblijvende struik die in het voorjaar bloeit.
- Hosta: Grote bladeren in dezelfde halfschaduw.
- Purperklokje: Gekleurd blad aan de voet dat de oranje bloemen laat opvallen.
- Varens: Frisse bladeren in halfschaduw en op humusrijke grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een azalea?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een plantgat dat 2–3 keer zo breed is als de kluit, maar niet dieper. Meng de uitgegraven grond met bladaarde of veenvrije zure potgrond.
- Week de kluit voor het planten in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen en maak de wortels voorzichtig los.
- Zet de kluit zo dat de bovenkant even hoog of iets hoger ligt dan de grond: plant nooit dieper dan in de pot.
- Druk de grond aan en geef meteen water, liefst regenwater.
- Leg een laag van 5–8 cm bladaarde, naaldmulch of eikenbladeren rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Geef bij droogte wekelijks een flinke gieter water, liefst regenwater: kraanwater bevat vaak kalk en maakt de grond minder zuur.
- Bemesten
- In april–mei een meststof voor zuurminnende planten of organische mest. Niet meer na juli.
- Mulchen
- Vernieuw elk voorjaar de laag bladaarde of naaldmulch. Spit of hak niet rond de struik: de wortels liggen vlak onder het oppervlak.
- Uitgebloeide bloemen
- Je mag uitgebloeide bloemen met de hand wegbreken, zonder de jonge knoppen eronder te beschadigen. Het is niet noodzakelijk.
- Kalk vermijden
- Gebruik geen kalk, dolomiet of kalkrijke compost in de buurt; de bladeren worden dan geel.
Tip: Plant hem in halfschaduw en hou de grond met naaldmulch of bladaarde koel en zuur: in volle zon verbleken de bloemen, op kalkrijke grond wordt het blad geel.
Wanneer snoei je een azalea?
Snoeimaanden: juni.
Wanneer: Hij heeft weinig snoei nodig. Doe het vlak na de bloei, in juni, want de bloemknoppen voor volgend jaar worden in de zomer gevormd.
Hoe:
- Breek of knip uitgebloeide bloemen weg als je wilt.
- Knip te lange takken terug tot net boven een zijtak om de vorm bij te sturen.
- Haal dode, zwakke en gekruiste takken aan de voet weg.
- Een oude, kale struik kun je in maart tot 30–50 cm boven de grond terugzetten: hij loopt meestal weer uit, maar bloeit dat jaar niet.
Let op: Snoei niet in de late zomer of herfst: dan knip je de bloemknoppen voor volgend jaar weg.
Vermeerderen
- Zachte en halfhoutige stekken
- In juni–augustus: stekken van 6–10 cm van de scheuten van dit jaar, onderste bladeren weg, in een mengsel van zure zaaigrond en zand onder plastic. Ze wortelen traag.
- Afleggen
- In het voorjaar een lage, buigzame tak naar beneden buigen, vastpinnen in zure, losse grond en een steen erop leggen. Na een of twee jaar met wortels loskoppelen.
Hoe komt een azalea de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Vlaanderen meestal zonder problemen, maar kies een beschutte plek.
- Een laag bladeren of naaldmulch rond de voet beschermt de ondiepe wortels, vooral bij jonge planten.
- Bij strenge vorst en felle winterzon kan het blijvende blad verbranden; halfschaduw en een windscherm voorkomen dat.
- In een pot vriezen de wortels sneller door: zet de pot tegen een muur, wikkel hem in jute en geef water op vorstvrije dagen.
Ziektes en plagen
- Azaleagal: Opgezwollen, bleekgroene, vlezige gallen op blad of scheuten in het voorjaar. Verwijder ze en gooi ze weg voor ze wit worden en sporen verspreiden.
- Rododendronwants: Bleke spikkels op de bovenkant van het blad en zwarte, glimmende druppeltjes aan de onderkant, vooral in de zon. Zet hem in meer schaduw, spuit de planten af met water en verwijder zwaar aangetaste bladeren.
- Bladchlorose: Geel blad met groene nerven op te kalkrijke grond. Verzuur de grond met naaldmulch en bladaarde, geef regenwater en een meststof voor zuurminnende planten.
- Taxuskever: Halfronde happen uit de bladranden in de zomer; de larven eten de wortels. Zet in augustus–september aaltjes in de vochtige, warme grond.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Meststof voor zuurminnende planten. Oude struiken eventueel verjongen (geen bloei dat jaar).
- April: Planten. Mulch van bladaarde of naaldmulch aanvullen.
- Mei: Bloei. Bij droogte water geven met regenwater.
- Juni: Na de bloei uitgebloeide bloemen verwijderen en licht snoeien.
- Juli: Bij droogte water geven. Letten op rododendronwants en aangevreten bladranden.
- Augustus: Water geven bij droogte. Aaltjes tegen taxuskeverlarven inzetten.
- September: Planten. Mulchlaag aanvullen.
- Oktober: Planten. Mulchlaag aanvullen. Een deel van het blad valt.
- November: Rust. Gevallen blad mag blijven liggen als mulch.
- December: Rust. Bij felle winterzon en vorst het blijvende blad in de gaten houden.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Rododendrons en azalea’s zijn in al hun delen giftig, ook de bloemen en de nectar: ze bevatten grayanotoxinen, die kwijlen, braken, zwakte, een trage hartslag en een lage bloeddruk geven. Vooral geiten, schapen en alpaca’s, maar ook paarden, runderen, konijnen en cavia’s worden er ernstig ziek van, soms al van een kleine hoeveelheid blad; ook honden en katten lopen risico. Gooi snoeiafval dus nooit over de afsluiting van een weide of in een hok, geef het niet aan dieren en pluk geen konijnenvoer tussen de struiken; bel bij twijfel meteen je dierenarts. Kinderen die een blad of bloem in de mond steken of nectar uit de bloemen zuigen, zoals bij dovenetel, krijgen meestal enkel een branderige mond en misselijkheid, maar leer hen het niet te doen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soort is genoemd naar Engelbert Kaempfer, een Duitse arts en natuuronderzoeker die van 1690 tot 1692 in Japan verbleef en er planten beschreef.
- De struik heeft twee soorten bladeren: grote voorjaarsbladeren die in de herfst vallen en kleinere zomerbladeren die de winter overleven. Daarom heet hij halfwintergroen.
- In het wild groeit hij op berghellingen in Japan. Door kruising met andere azalea’s ontstonden veel winterharde tuinazalea’s.