
Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Heidefamilie (Ericaceae)
Pontische rododendron
Rhododendron ponticum
In andere talen: Rhododendron pontique (Français) · Pontic rhododendron (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
De Pontische rododendron is een groenblijvende struik uit de heidefamilie. Wild groeit hij rond de Zwarte Zee, in het noorden van Turkije en in de Kaukasus, en verder in kleine, verspreide populaties in het zuiden van Spanje en Portugal. In België is hij alleen aangeplant, vaak in oude parken, kasteeldomeinen en tuinen op zure grond, en hij werd lang gebruikt als onderstam voor gekweekte rododendrons. Je herkent hem aan de grote, leerachtige, donkergroene bladeren en de trossen lila tot paarsachtige bloemen met bruingroene stippen in mei–juni. Hommels vliegen graag op de bloemen, maar de hele plant is sterk giftig. Op de Britse Eilanden is hij in bossen een berucht probleem geworden: plant hem met verstand en nooit in of vlak naast een bos.
Let op: Alle delen van de plant zijn sterk giftig voor mensen en dieren, ook de nectar en de honing ervan. Paarden, schapen, geiten en koeien worden ernstig ziek als ze van het blad eten, en ook voor honden, katten en konijnen is hij gevaarlijk. Laat kinderen niet aan bloemen of blad sabbelen en gooi snoeiafval nooit in een weide. Op de Britse Eilanden verwildert hij massaal in bossen: plant hem niet in of naast een bos of natuurgebied.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
3 m
hoog, 3 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | april en juni |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Brede, dichte, groenblijvende struik van 2–5 m hoog en vaak nog breder; in oude parken soms tot 8 m. Takken die de grond raken, schieten er wortel.
- Blad
- Afwisselend, leerachtig, langwerpig tot lancetvormig, 6–18 cm, met een gave rand; bovenkant glanzend donkergroen, onderkant lichter groen en kaal.
- Bloem
- Klok- tot trechtervormig, 4–5 cm breed, lila tot paarsroze met bruingroene stippen op de bovenste slip; met 10–15 samen in trossen aan de takeinden, in mei–juni.
- Vrucht/Zaad
- Langwerpige, houtige doosvrucht die in de herfst openspringt en duizenden stoffijne zaadjes loslaat, die met de wind ver meewaaien.
- Wortels
- Ondiep en vezelig, in een dichte mat vlak onder het oppervlak; geen penwortel.
- Verwarring met
- Gekweekte rododendronhybriden hebben vaak grotere bloemen in andere kleuren. Op een geënte struik kunnen scheuten van een Pontische onderstam uitgroeien en de struik overnemen: je herkent ze aan smaller, donkerder blad en lila bloemen. Laurierkers heeft ook glanzend blad, maar witte bloemtrossen en zwarte bessen.
Bloei: mei–juni · Snoeien: april en juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvend en winterhard: een dichte, groene massa het hele jaar door, bruikbaar als scherm of windbreking op zure grond.
- Rijke bloei in mei–juni met grote trossen lila tot paarse bloemen.
- Hommels bezoeken de bloemen graag voor nectar en stuifmeel.
- Merels en winterkoninkjes vinden beschutting in de dichte, wintergroene struik.
- Historisch interessant: een van de eerste rododendrons in Europese parken en tuinen.
Waar staat een Pontische rododendron graag?
- In het wild: vochtige bossen, beekdalen en hellingen op zure grond, vaak in de ondergroei van loofbossen.
- In de tuin: halfschaduw of lichte schaduw; in volle zon alleen als de grond vochtig blijft.
- Zure, humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende grond (pH 4,5–5,5). Op kalkrijke grond kleurt het blad geel.
- Beschut tegen hete middagzon en schrale oostenwind. Plant hem niet in of naast een bos of natuurgebied: zaailingen kunnen daar verwilderen.
Mooi samen met
- Dubbelloof: Een inheemse, wintergroene varen voor dezelfde zure, vochtige grond.
- Blauwe bosbes: Lage, inheemse heideplant voor zure grond, met bessen voor vogels.
- Hulst: Een inheemse groenblijvende struik als aanvulling, met rode bessen voor vogels.
- Wilde kamperfoelie: Klimt in de bomen ernaast en geurt op zomeravonden voor nachtvlinders.
- Wilde lijsterbes: Een lichte boom erboven, met oranjerode bessen voor vogels in de nazomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Pontische rododendron?
- Koop hem in pot of met kluit bij een kwekerij of tuincentrum. Graaf nooit planten of zaailingen uit in parken of bossen.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Plant ondiep: de bovenkant van de kluit moet net boven de grond uitkomen, want diep geplante wortels stikken.
- Meng de plantplaats met bladcompost of naaldcompost; op kalkrijke grond kies je beter een andere struik.
- Reken op 2–3 m ruimte per plant; als haag plant je op 1–1,5 m.
- Geef meteen flink water en het eerste jaar regelmatig bij droogte, liefst regenwater. Leg een mulch van bladcompost of dennennaalden.
Verzorgen
- Water
- Bij droogte regenwater geven: leidingwater bevat vaak kalk.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Laat het gevallen blad liggen en geef in april eventueel wat bladcompost.
- Mulchen
- Een laag dennennaalden, schors of bladcompost houdt de ondiepe wortels koel en vochtig.
- Uitgebloeide bloemen
- Breek de uitgebloeide trossen voorzichtig af: zo vormt hij geen zaad, verwildert hij niet en stopt hij zijn energie in nieuwe knoppen.
- Verwildering
- Trek zaailingen in de buurt meteen uit en laat geen takken over de tuingrens of in een bosrand groeien.
Tip: Wil je de bloemenpracht zonder verwilderingsrisico, breek dan elk jaar in juni alle uitgebloeide trossen af: geen zaad, en meer energie voor de bloei van volgend jaar.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: april en juni.
Wanneer: Uitgebloeide trossen afbreken in juni; een verjongingssnoei in april.
Hoe:
- Breek in juni de uitgebloeide trossen af, net boven de nieuwe knoppen of scheuten.
- Kort te lange takken direct na de bloei in tot boven een bladkrans.
- Een te grote, kale struik kun je in april fors terugzetten tot 30–50 cm boven de grond: hij loopt weer uit oud hout, maar bloeit dan een à twee jaar niet.
- Spreid een zware verjonging eventueel over twee à drie jaar, telkens een deel van de takken.
Let op: Draag handschoenen en laat snoeiafval nooit liggen waar paarden, schapen, geiten of konijnen bij kunnen: ook verwelkt blad is giftig.
Vermeerderen
- Afleggen
- De makkelijkste manier: pin in het voorjaar een lage tak vast in de grond. Na één à twee jaar heeft hij wortels en kun je hem loskoppelen.
- Stekken
- Halfrijpe stekken van 10–15 cm in augustus–september, met een klein wondje aan de basis, in zure stekgrond onder plastic. Ze bewortelen traag.
- Zaad
- Het stoffijne zaad kiemt makkelijk op vochtige, zure grond, en dat is precies hoe hij verwildert. Laat de doosvruchten liever niet rijpen.
Hoe komt een Pontische rododendron de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Groenblijvend: bij strenge vorst rolt het blad zich op en hangt het slap om water te sparen. Dat is normaal en herstelt bij zachter weer.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C.
- Een wintergroene schuilplek voor vogels; onder de struik groeit door de diepe schaduw bijna niets.
- Bij zon en vorst verdampt het blad water: geef in een droge winter op een vorstvrije dag wat regenwater.
Ziektes en plagen
- Geel blad: Teken van te kalkrijke grond of te veel leidingwater. Gebruik regenwater en zure compost, of kies een zuurdere plek.
- Knopsterfte: Bloemknoppen worden in de winter grijsbruin en krijgen zwarte borsteltjes, door een schimmel die de rododendroncicade verspreidt. Breek aangetaste knoppen uit en gooi ze bij het restafval.
- Taxuskever: Uitgehapte halvemaantjes in de bladrand; de larven vreten aan de wortels. Raap ’s avonds de kevers af met een zaklamp of zet in het najaar aaltjes in tegen de larven.
- Verwildering: Zaailingen en wortelende takken kunnen zich in zure bossen uitbreiden en de bodemplanten verdringen. Laat geen zaad rijpen, trek zaailingen uit en plant hem niet bij een bos.
Het jaar rond
- Januari: Opgerold blad bij strenge vorst is normaal.
- Maart: Planten. Mulch aanbrengen.
- April: Verjongingssnoei van te grote struiken. Planten.
- Mei: Bloei: hommels op de lila trossen. Letten op taxuskever.
- Juni: Laatste bloemen. Uitgebloeide trossen afbreken.
- Juli: Regenwater geven bij droogte.
- Augustus: Halfrijpe stekken nemen. Letten op cicaden.
- September: Planten. Grijze, aangetaste knoppen uitbreken.
- Oktober: Planten. Zaailingen in de omgeving uittrekken.
- November: Gevallen blad als mulch laten liggen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam ponticum verwijst naar Pontus, de oude naam van de streek aan de zuidkust van de Zwarte Zee, in het huidige Turkije.
- Honing uit die streek kan door rododendronnectar giftig zijn: de Griekse schrijver Xenophon beschreef al hoe soldaten ziek werden na het eten van zulke ‘dolle honing’.
- Hij werd in 1763 in Engeland ingevoerd en daarna massaal aangeplant als sierstruik en als dekking voor fazanten; nu is hij daar een van de lastigste woekeraars in bossen.