Azalea (Rhododendron calendulaceum)

Foto: User:Arx Fortis, CC BY 2.5 · bron

Heester · Ericaceae

Azalea

Rhododendron calendulaceum

In andere talen: Azalée (Français) · Flame azalea (English)

Deze azalea (Rhododendron calendulaceum), in het Engels ‘flame azalea’ genoemd, groeit in het wild in de Appalachen in het oosten van de Verenigde Staten. Het is een bladverliezende struik van ongeveer 2,5 m hoog die in mei–juni bloeit in vlammende tinten oranje, geel en rood, vaak tegelijk met de jonge bladeren. De soortnaam verwijst naar de goudsbloem (Calendula), vanwege die warme kleuren. De struik is volledig winterhard en hoort bij de ouders van de Gentse azalea’s. Hij heeft zure, humusrijke grond en een plek in lichte schaduw nodig en geeft dan jarenlang een warme, felle kleur in de tuin.

Let op: Alle delen zijn giftig: blad, bloemen en nectar. Kinderen, katten, honden en grazende dieren zoals paarden, schapen en geiten kunnen ziek worden als ze ervan eten. Plant hem niet in of vlak bij een weide en laat kinderen geen bloemen of bladeren in de mond steken.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of veen

    zuur

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    2,5 m

    hoog, 2 m breed

  • Bloei

    mei–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni
Hoogte2,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeimei–juni

Herkennen

Hoe herken je een azalea?

Groeivorm
Open, bladverliezende struik van ongeveer 2,5 m hoog en 2 m breed, met in de loop der jaren een brede kroon.
Blad
Elliptisch tot omgekeerd eirond, 4–8 cm lang, fijn behaard, mat groen; verschijnt rond de bloei.
Bloem
Trechtervormige bloemen van ongeveer 5 cm in trossen, in mei–juni, in oranje, geel en rood, vaak met een oranje vlek.
Vrucht
Smalle, behaarde doosvrucht die in de herfst openspringt en heel fijn zaad vrijgeeft.
Wortels
Ondiep en fijn vertakt: ze drogen snel uit en mogen niet verstoord worden door spitten of hakken.

Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Vuurkleuren in oranje, geel en rood in mei–juni, op een plek in halfschaduw waar weinig andere struiken zo fel bloeien.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C, en bladverliezend: geen vorstschade aan het blad.
  • De bloemen worden bezocht door bijen en hommels.
  • Het blad kleurt in de herfst vaak geel tot oranje.
  • Weinig werk: nauwelijks snoei nodig, enkel een mulchlaag en wat water in droge zomers.

Waar staat een azalea graag?

  • Halfschaduw of lichte schaduw, bijvoorbeeld onder hoge bomen met diepe wortels zoals eik of den; de bloemen blijven er langer mooi.
  • Zure grond (pH ongeveer 4,5–5,5): zand of leem met veel humus. Nooit kalk of kalkrijke compost gebruiken.
  • Gelijkmatig vochtig maar goed doorlatend; hij houdt niet van natte voeten of van uitdrogen.
  • Beschut tegen koude oostenwind en tegen ochtendzon na een nachtvorst. Reken op 1,5–2 m ruimte.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of veen
Zuurtegraad
Zuur
Vocht
Normaal
Grootte
2,5 m hoog, 2 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Varens: Frisse groene bladeren in dezelfde vochtige, zure grond.
  • Japanse esdoorn: Een klassieke partner: fijn blad en mooie herfstkleur boven de azalea.
  • Pieris: Zuurminnende groenblijvende struik die in het voorjaar bloeit.
  • Hosta: Grote bladeren in de schaduw van de azalea, ook op vochtige grond.
  • Hortensia: Bloeit later in de zomer op dezelfde zure, vochtige grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een azalea?

Planten in maart–april en september–oktober.

  1. Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
  2. Graaf een plantgat dat 2–3 keer zo breed is als de kluit, maar niet dieper. Meng de uitgegraven grond met bladaarde of veenvrije zure potgrond.
  3. Week de kluit voor het planten in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen en maak de wortels voorzichtig los.
  4. Zet de kluit zo dat de bovenkant even hoog of iets hoger ligt dan de grond: plant nooit dieper dan in de pot.
  5. Druk de grond aan en geef meteen water, liefst regenwater.
  6. Leg een laag van 5–8 cm bladaarde, naaldmulch of eikenbladeren rond de voet.

Verzorgen

Water
Geef bij droogte wekelijks een flinke gieter water, liefst regenwater: kraanwater bevat vaak kalk en maakt de grond minder zuur.
Bemesten
In april–mei een meststof voor zuurminnende planten of organische mest. Niet meer na juli.
Mulchen
Vernieuw elk voorjaar de laag bladaarde of naaldmulch. Spit of hak niet rond de struik: de wortels liggen vlak onder het oppervlak.
Uitgebloeide bloemen
Je mag uitgebloeide trossen met de hand wegbreken, zonder de jonge knoppen eronder te beschadigen. Het is niet noodzakelijk.
Kalk vermijden
Gebruik geen kalk, dolomiet of kalkrijke compost in de buurt; de bladeren worden dan geel.

Tip: Geef bij droogte regenwater en leg elk voorjaar een laag bladaarde of naaldmulch: de ondiepe wortels houden van een koele, vochtige, zure bodem.

Wanneer snoei je een azalea?

Snoeimaanden: juni.

Wanneer: Hij heeft weinig snoei nodig. Doe het vlak na de bloei, in juni, want de bloemknoppen voor volgend jaar worden in de zomer gevormd.

Hoe:

  • Breek of knip uitgebloeide trossen weg als je wilt.
  • Haal dode, zwakke en gekruiste takken aan de voet weg.
  • Knip te lange takken terug tot net boven een zijtak om de vorm bij te sturen.
  • Een oude, kale struik kun je in maart tot 30–50 cm boven de grond terugzetten: hij loopt meestal weer uit, maar bloeit dat jaar niet.

Let op: Snoei niet in de late zomer of herfst: dan knip je de bloemknoppen voor volgend jaar weg.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Afleggen
In het voorjaar een lage, buigzame tak naar beneden buigen, met een haak vastpinnen in zure, losse grond en een steen erop leggen. Na een of twee jaar met wortels loskoppelen.
Zaaien
Strooi het fijne zaad in januari–maart op vochtige zure zaaigrond, zonder af te dekken, en hou het licht en bij 15–20 °C. Zaailingen groeien traag en lijken niet altijd op de moederplant.

Hoe komt een azalea de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
  • Een laag bladeren of naaldmulch rond de voet beschermt de ondiepe wortels, vooral bij jonge planten.
  • In een pot vriezen de wortels sneller door: zet de pot tegen een muur, wikkel hem in jute en geef water op vorstvrije dagen.

Ziektes en plagen

  • Bladchlorose: Geel blad met groene nerven op te kalkrijke grond. Verzuur de grond met naaldmulch en bladaarde, geef regenwater en een meststof voor zuurminnende planten.
  • Meeldauw: Wit poederachtig laagje op de bladeren, vooral in de late zomer bij droogte. Geef water aan de voet, hou ruimte tussen de planten en verwijder aangetaste bladeren.
  • Taxuskever: Halfronde happen uit de bladranden in de zomer; de larven eten de wortels. Zet in augustus–september aaltjes in de vochtige, warme grond.
  • Wortelrot: Slap, verdorrend blad in de zomer terwijl de grond nat is. Verbeter de drainage of plant op een lichte verhoging.

Het jaar rond

  • Maart: Planten. Meststof voor zuurminnende planten. Oude struiken eventueel verjongen (geen bloei dat jaar).
  • April: Planten. Mulch van bladaarde of naaldmulch aanvullen.
  • Mei: Bloei begint. Bij droogte water geven met regenwater.
  • Juni: Bloei. Na de bloei uitgebloeide trossen verwijderen en licht snoeien.
  • Juli: Bij droogte water geven. Letten op aangevreten bladranden.
  • Augustus: Water geven bij droogte. Aaltjes tegen taxuskeverlarven inzetten.
  • September: Planten. Zaad oogsten als de doosvruchten openspringen.
  • Oktober: Planten. Herfstkleur. Mulchlaag aanvullen.
  • November: Rust. Gevallen blad mag blijven liggen als mulch.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Rododendrons en azalea’s zijn in al hun delen giftig, ook de bloemen en de nectar: ze bevatten grayanotoxinen, die kwijlen, braken, zwakte, een trage hartslag en een lage bloeddruk geven. Vooral geiten, schapen en alpaca’s, maar ook paarden, runderen, konijnen en cavia’s worden er ernstig ziek van, soms al van een kleine hoeveelheid blad; ook honden en katten lopen risico. Gooi snoeiafval dus nooit over de afsluiting van een weide of in een hok, geef het niet aan dieren en pluk geen konijnenvoer tussen de struiken; bel bij twijfel meteen je dierenarts. Kinderen die een blad of bloem in de mond steken of nectar uit de bloemen zuigen, zoals bij dovenetel, krijgen meestal enkel een branderige mond en misselijkheid, maar leer hen het niet te doen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam calendulaceum verwijst naar de goudsbloem (Calendula), vanwege de oranje kleuren van de bloemen.
  • Samen met onder meer Rhododendron luteum en R. viscosum stond hij aan de basis van de Gentse azalea’s, die in de 19e eeuw in Gent zijn veredeld.
  • In het zuiden van de Appalachen groeit hij in het wild op grasachtige bergtoppen, waar hij in juni massaal bloeit.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…