Azalea (Rhododendron schlippenbachii)

Foto: Eric in SF, CC BY-SA 3.0 · bron

Heester · Ericaceae

Azalea

Rhododendron schlippenbachii

In andere talen: Azalée royale (Français) · Royal azalea (English)

De koninklijke azalea (Rhododendron schlippenbachii) komt uit Korea, het noordoosten van China en het Verre Oosten van Rusland, waar hij in bergbossen en op rotsige hellingen groeit. Het is een bladverliezende struik van ongeveer 2 m hoog met grote, lichtroze bloemen van 6–9 cm in april–mei, die uitkomen terwijl de bladeren zich ontvouwen. Het blad staat in kransen van vijf aan de takuiteinden en kleurt in de herfst oranje tot rood. Hij is volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C, en verdraagt iets minder zure grond dan de meeste azalea’s. Door de vroege bloei heeft hij een beschutte plek nodig.

Let op: Alle delen zijn giftig: blad, bloemen en nectar. Kinderen, katten, honden en grazende dieren zoals paarden, schapen en geiten kunnen ziek worden als ze ervan eten. Plant hem niet in of vlak bij een weide en laat kinderen geen bloemen of bladeren in de mond steken.

  • Licht

    Halfschaduw

    geen felle middagzon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of veen

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    2 m

    hoog, 2 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–juni
Hoogte2 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een azalea?

Groeivorm
Open, bladverliezende struik van ongeveer 2 m hoog en breed; groeit niet erg snel.
Blad
Omgekeerd eirond, 5–10 cm; vijf bladeren staan samen in een krans aan de takuiteinden. Herfstkleur oranje tot rood.
Bloem
Zeer groot, 6–9 cm, lichtroze met rode vlekjes op de bovenste kroonslip, in april–mei, vaak voor of tijdens het uitlopen van het blad.
Vrucht
Een kleine, behaarde doosvrucht die in de herfst openspringt.
Wortels
Ondiep en fijn vertakt: ze drogen snel uit en mogen niet verstoord worden door spitten of hakken.

Bloei: april–mei · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: mei–juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Grote, lichtroze bloemen in april–mei, een van de elegantste azalea’s voor de halfschaduw.
  • Mooie herfstkleur: oranje tot rood blad.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C, en bladverliezend.
  • Verdraagt iets minder zure grond dan de meeste azalea’s.
  • De bloemen worden bezocht door bijen en hommels; hij vraagt weinig snoei.

Waar staat een azalea graag?

  • Halfschaduw is ideaal; de bloemen blijven er langer mooi.
  • Zure tot bijna neutrale grond (pH ongeveer 5–6,5): zand of leem met veel humus. Niet bekalken.
  • Gelijkmatig vochtig maar goed doorlatend; hij houdt niet van natte voeten of van uitdrogen.
  • Beschut tegen koude oostenwind en tegen ochtendzon na een nachtvorst, want hij bloeit vroeg. Reken op 1,5–2 m ruimte.
Licht
Halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of veen
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal
Grootte
2 m hoog, 2 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Japanse esdoorn: Fijn blad en mooie herfstkleur naast de azalea.
  • Wilde hyacint: Blauwe bloemen in april–mei in de halfschaduw, tegelijk met de azalea.
  • Varens: Frisse groene bladeren in dezelfde vochtige, humusrijke grond.
  • Hosta: Grote bladeren die het gat opvullen als de azalea is uitgebloeid.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een azalea?

Planten in maart–april en september–oktober.

  1. Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
  2. Graaf een plantgat dat 2–3 keer zo breed is als de kluit, maar niet dieper. Meng de uitgegraven grond met bladaarde of veenvrije zure potgrond.
  3. Week de kluit voor het planten in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen en maak de wortels voorzichtig los.
  4. Zet de kluit zo dat de bovenkant even hoog of iets hoger ligt dan de grond: plant nooit dieper dan in de pot.
  5. Druk de grond aan en geef meteen water, liefst regenwater.
  6. Leg een laag van 5–8 cm bladaarde of naaldmulch rond de voet.

Verzorgen

Water
Geef bij droogte wekelijks een flinke gieter water, liefst regenwater: kraanwater bevat vaak kalk. Hij is iets minder kalkgevoelig dan andere azalea’s, maar blijft het best op zachte, zuurdere grond.
Bemesten
In april–mei een meststof voor zuurminnende planten of organische mest. Niet meer na juli.
Mulchen
Vernieuw elk voorjaar de laag bladaarde of naaldmulch. Spit of hak niet rond de struik: de wortels liggen vlak onder het oppervlak.
Uitgebloeide bloemen
Je mag uitgebloeide bloemen met de hand wegbreken, zonder de jonge knoppen eronder te beschadigen. Het is niet noodzakelijk.
Vorstbescherming
Hang bij aangekondigde nachtvorst in april een doek of wintervlies over de bloeiende struik, en haal het overdag weer weg.

Tip: Kies een beschutte plek zonder ochtendzon en dek de struik af bij nachtvorst in april: de grote bloemen zijn gevoelig voor vorst.

Wanneer snoei je een azalea?

Snoeimaanden: mei–juni.

Wanneer: Hij heeft weinig snoei nodig. Doe het vlak na de bloei, in mei–juni, want de bloemknoppen voor volgend jaar worden in de zomer gevormd.

Hoe:

  • Breek of knip uitgebloeide bloemen weg als je wilt.
  • Haal dode, zwakke en gekruiste takken aan de voet weg.
  • Knip te lange takken terug tot net boven een zijtak om de vorm bij te sturen.
  • Een oude, kale struik kun je in maart tot 30–50 cm boven de grond terugzetten: hij loopt meestal weer uit, maar bloeit dat jaar niet.

Let op: Snoei niet in de late zomer of herfst: dan knip je de bloemknoppen voor volgend jaar weg.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Afleggen
In het voorjaar een lage, buigzame tak naar beneden buigen, vastpinnen in zure, losse grond en een steen erop leggen. Na een of twee jaar met wortels loskoppelen.
Zaaien
Strooi het fijne zaad in januari–maart op vochtige zure zaaigrond, zonder af te dekken, en hou het licht en bij 15–20 °C. Zaailingen groeien traag en bloeien pas na enkele jaren.

Hoe komt een azalea de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
  • Een laag bladeren of naaldmulch rond de voet beschermt de ondiepe wortels, vooral bij jonge planten.
  • De bloemknoppen zijn gevoelig voor late nachtvorst in april; kies een beschutte plek of dek de bloeiende struik af bij vorst.
  • In een pot vriezen de wortels sneller door: zet de pot tegen een muur, wikkel hem in jute en geef water op vorstvrije dagen.

Ziektes en plagen

  • Vorstschade aan bloemen: Bruine, slappe bloemen na een nachtvorst in april. Plant beschut, niet op een plek met ochtendzon, en dek de struik af als vorst is voorspeld.
  • Bladchlorose: Geel blad met groene nerven op te kalkrijke grond. Verzuur de grond met naaldmulch en bladaarde, geef regenwater en een meststof voor zuurminnende planten.
  • Meeldauw: Wit poederachtig laagje op de bladeren, vooral in de late zomer bij droogte. Geef water aan de voet, hou ruimte tussen de planten en verwijder aangetaste bladeren.
  • Taxuskever: Halfronde happen uit de bladranden in de zomer; de larven eten de wortels. Zet in augustus–september aaltjes in de vochtige, warme grond.

Het jaar rond

  • Maart: Planten. Meststof voor zuurminnende planten. Oude struiken eventueel verjongen (geen bloei dat jaar).
  • April: Bloei. Bij nachtvorst afdekken. Mulch aanvullen.
  • Mei: Bloei en uitlopen van het blad. Na de bloei uitgebloeide bloemen verwijderen.
  • Juni: Licht snoeien na de bloei. Bij droogte water geven met regenwater.
  • Juli: Bij droogte water geven. Letten op aangevreten bladranden.
  • Augustus: Water geven bij droogte. Aaltjes tegen taxuskeverlarven inzetten.
  • September: Planten. Zaad oogsten als de doosvruchten openspringen.
  • Oktober: Planten. Oranje tot rode herfstkleur. Mulchlaag aanvullen.
  • November: Rust. Gevallen blad mag blijven liggen als mulch.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Rododendrons en azalea’s zijn in al hun delen giftig, ook de bloemen en de nectar: ze bevatten grayanotoxinen, die kwijlen, braken, zwakte, een trage hartslag en een lage bloeddruk geven. Vooral geiten, schapen en alpaca’s, maar ook paarden, runderen, konijnen en cavia’s worden er ernstig ziek van, soms al van een kleine hoeveelheid blad; ook honden en katten lopen risico. Gooi snoeiafval dus nooit over de afsluiting van een weide of in een hok, geef het niet aan dieren en pluk geen konijnenvoer tussen de struiken; bel bij twijfel meteen je dierenarts. Kinderen die een blad of bloem in de mond steken of nectar uit de bloemen zuigen, zoals bij dovenetel, krijgen meestal enkel een branderige mond en misselijkheid, maar leer hen het niet te doen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soort is genoemd naar baron Alexander von Schlippenbach, een Russische marineofficier die de plant in de 19e eeuw in Korea verzamelde.
  • Aan de takuiteinden staan meestal vijf bladeren samen in een krans: een herkenbaar kenmerk.
  • In het wild groeit hij in bergbossen en op rotsige hellingen.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…