
Foto: Bruce Marlin, CC BY-SA 3.0 · bron
Heester · Anacardiaceae
Rhus
Rhus aromatica
In andere talen: Sumac aromatique (Français) · Fragrant sumac (English)
Rhus aromatica (aromatische sumak) komt uit het oosten van Noord-Amerika en is een lage, breed uitgroeiende heester uit dezelfde familie als de pruikenboom. De bladeren bestaan uit drie deelblaadjes en geven een frisse, harsachtige geur af als je ze kneust. In april verschijnen kleine geelgroene bloemaren, nog voor het blad, en in de herfst kleurt de struik oranje, rood en purper. Lage selecties zoals ‘Gro-Low’ zijn gewild als bodembedekker op droge hellingen. De struik is volledig winterhard, droogtebestendig en vraagt na het aanslaan bijna geen onderhoud.
Let op: Vormt uitlopers en kan na verloop van tijd een brede, dichte kolonie vormen. Geef hem ruimte of steek de uitlopers regelmatig af.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1 m
hoog, 2 m breed
Bloei
april
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april |
Herkennen
Hoe herken je een rhus?
- Groeivorm
- Lage, brede, dichte heester van ongeveer 1 m hoog en 2 m breed met overhangende takken. Selecties als ‘Gro-Low’ blijven lager.
- Blad
- Drietallig: drie deelblaadjes van 3–8 cm, grof gelobd, glanzend donkergroen en aromatisch bij kneuzen.
- Bloem
- Kleine geelgroene bloemaren in april, voor het blad. Mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten meestal op aparte planten.
- Vrucht
- Kleine rode, behaarde steenvruchtjes in trosjes in de zomer, alleen op vrouwelijke planten.
- Herfstkleur
- Oranje, rood tot purper, vaak vurig en lang aanhoudend.
Bloei: april · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Prachtige herfstkleur in oranje, rood en purper, ook op arme, droge grond.
- Droogtebestendig en weinig veeleisend: ideaal voor zonnige, droge plekken en hellingen.
- Lage vormen zijn goede bodembedekkers die onkruid onderdrukken en een talud vastleggen.
- Bloeit al in april, vóór het blad, en geeft bijen in het vroege voorjaar iets te halen.
- Het blad ruikt fris en harsachtig als je het kneust.
- Volledig winterhard en onderhoudsarm.
Waar staat een rhus graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon is de herfstkleur het mooist.
- Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, ook arm en kalkrijk. Hij houdt niet van natte voeten.
- Droog tot normaal vochtig; als hij is aangeslagen, is hij zeer droogtebestendig.
- Uitstekend voor hellingen, randen en plekken waar niets anders wil groeien.
- Reken op 1–1,5 m tussen de planten als bodembedekker en 1,5–2 m voor een losse struik.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Houdt van dezelfde zonnige, droge plek en bloeit in de zomer.
- Siergrassen: Zachte pluimen, zoals struisgras of Stipa, voor een natuurlijke look op een talud.
- Hemelsleutel: Vetplant die ook droogte aankan, met bloemen in de nazomer.
- Zonnehoed: Grote bloemen in de zomer op een zonnige, goed doorlatende plek.
- Salie: Paarse bloemaren in de zomer in een droge, zonnige border.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een rhus?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Maak de plek onkruidvrij: jonge planten kunnen weinig concurrentie aan.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en even diep.
- Zet de plant even diep als in de pot, vul aan met grond en druk die goed aan.
- Geef meteen een flinke gieter water, ook als het regent.
- Leg een laag schors of compost rond de planten tegen onkruid; zet bodembedekkers op 1–1,5 m, dichter geeft sneller een gesloten bedekking.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks een flinke gieter. Daarna redt hij zich zelf, ook in droge zomers.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Een handvol compost in het voorjaar is genoeg, zeker op arme grond.
- Mulchen
- Houd de grond de eerste jaren afgedekt met schors of compost tegen onkruid en uitdroging.
- Onkruid
- Wied de eerste twee jaar, tot de struiken sluiten. Daarna onderdrukken ze het onkruid zelf.
- Uitlopers
- Steek uitlopers die buiten de gewenste plek komen met een spade af.
Tip: Voor een droge helling plant je hem het best in het voorjaar en houd je het onkruid de eerste twee jaar weg: daarna sluit hij zichzelf en onderdrukt hij nieuw onkruid. Kies een lage selectie zoals ‘Gro-Low’ als je geen struik van 1 m wilt.
Wanneer snoei je een rhus?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Hij hoeft nauwelijks gesnoeid te worden. Doe een onderhoudsbeurt eind februari–maart, voor het blad uitloopt.
Hoe:
- Haal dode, beschadigde of kruisende takken weg.
- Knip om de paar jaar de oudste stengels aan de voet weg om de struik te verjongen.
- Is hij te breed geworden, snijd hem dan langs de rand bij of steek de uitlopers af.
- Voor een grondige verjonging kun je hem in maart tot dicht bij de grond terugknippen; hij loopt van onderaf weer uit.
Let op: Snoei niet in de herfst: je verliest de herfstkleur en de jonge scheuten kunnen bevriezen.
Vermeerderen
- Uitlopers afsteken
- In het voorjaar of najaar een bewortelde uitloper met een spade afsteken en meteen herplanten. Dit is de makkelijkste methode.
- Afleggen
- Takken die de grond raken, wortelen vaak vanzelf. Zo’n tak kun je in het najaar loskoppelen en verplanten.
- Zaaien
- Het kan, maar de harde zaadschil en de rustperiode maken het traag. Zaai in de herfst in een pot buiten, zodat de koude winter het werk doet. Zaailingen verschillen en kunnen mannelijk of vrouwelijk zijn.
Hoe komt een rhus de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De kale takken zijn laag en dicht; het blad valt na de herfstkleur.
- In een pot: zet hem tegen een beschutte muur en wikkel de pot bij strenge vorst in jute.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: In natte, zware grond kwijnt de struik en sterft hij af. Plant op een doorlatende plek en verhoog zware klei met zand of puin.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad op een te schaduwrijke, benauwde plek. Kies een zonnigere plek en laat ruimte tussen de planten.
- Bladluis: Zelden een probleem. Spuit ze af met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
- Woekeren: Via uitlopers en omgebogen takken breidt hij uit. Steek uitlopers af, of geef hem de ruimte als bodembedekker.
Het jaar rond
- Februari: Onderhoudsbeurt: dode takken wegknippen.
- Maart: Snoeien of verjongen. Planten. Mulch aanbrengen.
- April: Bloei, voor het blad. Planten.
- Mei: Het blad loopt uit. Onkruid wieden bij jonge planten.
- Juni: Water geven bij jonge planten bij droogte.
- Juli: Rode vruchtjes op de vrouwelijke planten.
- September: Het blad begint te kleuren.
- Oktober: Herfstkleur in oranje en rood. Planten.
- November: Planten. Het blad valt.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De struik is meestal tweehuizig: alleen de vrouwelijke planten dragen de rode vruchtjes.
- Het zure kruid ‘sumak’ uit de Midden-Oosterse keuken komt van een verwante soort, Rhus coriaria, niet van deze struik.
- De bloemen verschijnen voor de bladeren, zodat ze al in april bijen en andere insecten voeden.