Lavendelwilg (Salix eleagnos)

Foto: HermannSchachner, CC0 · bron

Heester · Salicaceae

Lavendelwilg

Salix eleagnos

In andere talen: Saule drapé (Français) · Hoary willow (English)

De lavendelwilg, ook rozemarijnwilg genoemd, groeit in het wild langs bergbeken en op grindbanken in de bergen van Zuid- en Midden-Europa. Het is een brede, losse struik van 3–4 m met slanke, buigzame twijgen en smalle bladeren die van boven donkergroen en van onder zilverwit viltig zijn, zodat hij vanuit de verte aan lavendel doet denken. In april, samen met het blad, verschijnen de smalle, gele katjes die door bijen en andere insecten druk bezocht worden. Hij verdraagt kalk en droogte beter dan de meeste wilgen en is dus een goede keuze voor grindachtige of kalkrijke tuinen. Door zijn lichte, zilvergrijze gestalte past hij goed in een natuurlijke tuin of als losse, bloeiende haag.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    4 m

    hoog, 4 m breed

  • Bloei

    april

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte4 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiapril

Herkennen

Hoe herken je een lavendelwilg?

Groeivorm
Brede, losse struik van 3–4 m hoog en breed, met slanke, buigzame, roodbruine twijgen.
Blad
Smal, lijnvormig tot lancetvormig, 6–12 cm lang; boven donkergroen, onder zilverwit viltig, met licht omgerolde rand.
Bloem
Smalle, gele katjes in april, tegelijk met het blad. Mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten op verschillende planten.
Vrucht
Kleine doosvruchtjes met zaden met witte, donzige pluizen, die in het voorjaar door de wind verspreid worden.
Wortels
Dicht en uitgestrekt: ze zoeken water en kunnen leidingen en funderingen opzoeken.

Bloei: april · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Zilvergrijs, lavendelachtig blad dat licht en luchtig oogt en mooi contrasteert met donkere struiken.
  • Katjes in april die vroeg nectar en stuifmeel geven aan bijen en andere insecten.
  • Verdraagt kalk en tijdelijke droogte beter dan de meeste wilgen.
  • Groeit snel en is eenvoudig te verjongen door te knippen.
  • Geschikt voor een losse haag, een natuurlijke oever of een groot gemengd heesterperk.

Waar staat een lavendelwilg graag?

  • Zon tot halfschaduw; in de zon blijft het blad zilveriger.
  • Gewone tuingrond, ook grindachtig of kalkrijk: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
  • Normaal tot vochtig; hij verdraagt droogte beter dan de meeste wilgen, maar groeit het best met regelmatig vocht.
  • Winterhard en goed bestand tegen wind; de buigzame takken breken niet snel.
  • Reken op 3–4 m ruimte per plant, en op minstens 4–5 m afstand van huis, riolering en drainage.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal of nat
Grootte
4 m hoog, 4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Rode kornoelje: Rode twijgen in de winter naast de zilverkleurige wilg.
  • Wederik: Paarse bloemen in de zomer bij een vochtiger plek.
  • Gele lis: Gele bloemen langs een waterkant, bij hetzelfde vochtige milieu.
  • Dotterbloem: Gele voorjaarsbloemen in de vochtige grond onder de wilg.
  • Gelderse roos: Samen in een natuurlijke haag met bessen voor vogels.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een lavendelwilg?

Planten in maart–april en oktober–november.

  1. Plant in oktober–november of in maart–april, als de grond niet bevroren of kletsnat is.
  2. Graaf een plantgat dat dubbel zo breed is als de kluit en meng er een paar scheppen compost door.
  3. Zet de plant even diep als in de pot of kwekerij en vul aan met de eigen grond.
  4. Houd 3–4 m afstand tussen de planten; voor een losse haag 1,5–2 m.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en druk de grond goed aan.
  6. Leg een laag mulch van compost of schors rond de voet.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar bij droogte wekelijks flink water geven. Daarna redt hij zich, behalve in lange droge zomers.
Bemesten
Weinig nodig. Een laag compost in het voorjaar volstaat.
Mulchen
Een laag compost of schors in maart houdt de grond vochtig en onkruidvrij.
Verjongen
Zet hem om de 2–3 jaar flink terug om compact te blijven en jonge, zilvergrijze scheuten te krijgen.
Afgevallen blad
Laat het blad in de herfst liggen onder de struik als natuurlijke mulch.

Tip: Zet hem om de paar jaar in maart flink terug: dan blijft hij compact en krijg je jonge, zilvergrijze scheuten. Plant hem op minstens 4–5 m van huis en leidingen.

Wanneer snoei je een lavendelwilg?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, voor hij uitloopt. Wil je de katjes ook zien, snoei dan maar de helft van de takken en doe de rest na de bloei.

Hoe:

  • Knip om de 2–3 jaar alle takken terug tot 30–50 cm boven de grond of tot een knotkop.
  • Haal dode, beschadigde en kruisende takken helemaal weg.
  • Knip uitlopers en zwakke scheuten aan de voet weg.
  • Een jonge struik hoeft nog niet gesnoeid: laat hem eerst een vorm krijgen.

Let op: Snoei je elk jaar helemaal terug, dan krijg je weinig katjes: die zitten aan het hout van vorig jaar. Een grote snoeibeurt kost dus een jaar bloei, wacht 2–3 jaar tussen de grote beurten.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Houtstekken
In november–februari stekken van 25–30 cm van gerijpte takken, de onderste 15 cm in vochtige grond. Wilgenstekken wortelen heel makkelijk; ze kunnen zelfs in water.
Zaaien
Het zaad is maar enkele dagen kiemkrachtig. Zaai het meteen na het rijpen in mei–juni op vochtige grond; het is daarom niet de gemakkelijkste weg.

Hoe komt een lavendelwilg de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
  • De kale, slanke, roodbruine twijgen blijven mooi in de winter.
  • In een pot is hij minder geschikt, want hij wordt groot en heeft veel water nodig; plant hem liever in de volle grond.

Ziektes en plagen

  • Roest: Oranje puistjes onder de bladeren in de zomer. Ruim aangetaste bladeren op en zorg voor lucht in de struik.
  • Bladluis: Kolonies op jonge scheuten, soms met kleverige honingdauw. Spuit ze af met water of laat lieveheersbeestjes en zweefvliegen hun werk doen.
  • Wilgenbladkevers: Kleine, glanzende kevers en larven vreten gaatjes in het blad. Lees ze af en snoei zwaar aangetaste takken.
  • Wortelschade: De wortels zoeken water en kunnen leidingen verstoppen. Plant hem ver van riolering, drainage en huis.

Het jaar rond

  • Maart: Snoeien en planten. Compost geven.
  • April: Bloei: katjes voor bijen. Planten.
  • Mei: Eventueel snoeien na de bloei. Water geven aan jonge planten.
  • Juni: Op bladluis letten. Water geven bij droogte.
  • Juli: Droge perioden: jonge planten water geven.
  • September: Bladkevers en roest controleren.
  • Oktober: Planten. Het blad valt.
  • November: Planten. Stekken nemen.
  • December: Rust. De kale twijgen sieren de tuin.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam eleagnos verwijst naar de gelijkenis met de olijfwilg (Elaeagnus), die ook zilverkleurig blad heeft.
  • In de natuur is hij een pionier op grindbanken langs rivieren en kan hij tegen overstroming en overgroeiing met grind.
  • Wilgenkatjes in het vroege voorjaar zijn voor bijen en hommels een belangrijke bron van stuifmeel en nectar.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…