Meelsalie (Salvia farinacea)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Eenjarige plant · Lamiaceae

Meelsalie

Salvia farinacea

In andere talen: Sauge farineuse (Français) · Mealycup sage (English)

Meelsalie komt uit Texas, New Mexico en het noorden van Mexico, waar ze op droge, kalkrijke prairies en hellingen groeit. In haar thuisland is het een vaste plant, maar bij ons is ze niet winterhard en kweek je haar als eenjarige. Ze vormt een rechtopgaande pol van 40–60 cm met smal, grijsgroen blad en slanke aren vol kleine, blauwviolette lipbloemen. De bloemkelken en stengels zijn bedekt met een wit, meelachtig laagje, waaraan ze haar naam dankt. Bekende rassen zijn ‘Victoria’, diep blauwviolet, en ‘Strata’, met blauwe bloemen in zilverwitte kelken.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot -2 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,5 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    juni–oktober

Feiten op een rij
Hoogte0,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vlinders
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–oktober

Herkennen

Hoe herken je een meelsalie?

Groeivorm
Rechtopgaande, vertakte pol van 40–60 cm hoog en 25–35 cm breed.
Blad
Smal lancetvormig, 4–8 cm lang, grijsgroen, met een licht getande rand.
Bloem
Kleine lipbloemen in slanke, rechte aren van 15–20 cm, van juni tot oktober.
Kleur
Diep blauwviolet, lichtblauw of wit; de kelken zijn vaak blauw of zilverwit en meelachtig behaard.
Stengel
Vierkant, zoals bij alle lipbloemen; bij sommige rassen donkerblauw gekleurd.

Bloei: juni–oktober · Zaaien: februari–maart · Planten: mei

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit onafgebroken van juni tot de eerste vorst.
  • Verdraagt droogte en hitte goed, ideaal voor potten op een zonnig terras.
  • Een magneet voor bijen, hommels en vlinders.
  • Mooi als snijbloem en om te drogen: de aren houden hun kleur.
  • Het koele blauw combineert met bijna alle zomerkleuren.

Waar staat een meelsalie graag?

  • Volle zon, zo warm mogelijk.
  • Goed doorlatende grond: zand, leem of klei met wat grind; zuur, neutraal of kalkrijk.
  • Droog tot normaal vochtig; ze verdraagt droogte beter dan natte voeten.
  • Plant 25–30 cm uit elkaar; in een pot volstaan 3 planten per pot van 30 cm.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,5 m hoog, 0,3 m breed
Winterhard
Verdraagt lichte vorst (tot -2 °C)

Mooi samen met

  • Afrikaantje: Oranje en geel naast het blauw, een klassiek zomerperk.
  • Zinnia: Felle, warme kleuren en dezelfde lange bloei.
  • Cosmea: Luchtige roze en witte bloemen boven de blauwe aren.
  • Lampenpoetsersgras: Zachte pluimen die mooi bewegen tussen de rechte aren.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een meelsalie?

Planten in mei.

  1. Zaai in februari–maart binnen bij 20–22 °C en dek het zaad licht af; de kiemplantjes groeien traag.
  2. Verspeen de zaailingen in aparte potjes en zet ze op een licht, niet te warm plekje.
  3. Laat de plantjes in mei een week wennen aan buiten.
  4. Plant na half mei, na de ijsheiligen, als het ’s nachts niet meer vriest, even diep als in de pot.
  5. Houd 25–30 cm afstand en geef meteen goed water.
  6. Gebruik in potten potgrond met wat zand of perliet voor een goede afwatering.

Verzorgen

Water
In de grond enkel bij lange droogte; in potten bij warm weer om de 2–3 dagen, als de bovenste centimeters droog zijn.
Bemesten
In potten om de 2–3 weken wat vloeibare mest voor bloeiende planten; in de border is dat niet nodig.
Uitgebloeide aren
Knip uitgebloeide aren weg tot boven een paar zijscheuten; zo komen er nieuwe.
Plukken en drogen
Snijd aren als de meeste bloemen open zijn en hang ze ondersteboven op een donkere, droge plek.
Steun
Meestal niet nodig; op een winderige plek kan een paar takjes helpen.

Tip: Zaai vroeg binnen of koop jonge planten en plant in mei op een zonnige plek. Ze verdraagt droogte goed en bloeit tot de vorst; de aren drogen mooi.

Wanneer snoei je een meelsalie?

Wanneer: Echt snoeien is niet nodig. Van juni tot oktober knip je alleen uitgebloeide aren weg.

Hoe:

  • Knip uitgebloeide aren af tot net boven een paar gezonde blaadjes of zijscheuten.
  • Is de plant in de zomer wat slordig, knip dan de langste stengels een derde in.
  • Wil je een plant overwinteren, knip haar dan in oktober terug tot 10–15 cm voor je ze binnenhaalt.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
In februari–maart binnen bij 20–22 °C. Kiemt in 1–3 weken. Vroeg zaaien is nodig voor een bloei vanaf juni.
Stekken
In augustus–september stekken van 8 cm van niet-bloeiende scheuten in zanderige stekgrond; vorstvrij overwinteren op een lichte plek.

Hoe komt een meelsalie de winter door?

Winterhard tot −2 °C: beschermen in strenge winters.

  • Niet winterhard: ze verdraagt maar een paar graden vorst, tot ongeveer −2 °C.
  • Meestal behandel je haar als eenjarige en ruim je ze op na de eerste nachtvorst.
  • Een plant in een pot kan overwinteren op een lichte, koele en vorstvrije plek van 5–10 °C, met heel weinig water.
  • Eenvoudiger is stekken nemen in augustus–september en die binnen overwinteren.

Ziektes en plagen

  • Bladluis: Op jonge scheuten en bloemaren. Spuit af met water; lieveheersbeestjes en sluipwespen helpen mee.
  • Witte vlieg: Kleine witte vliegjes onder het blad, vooral bij binnen opgekweekte planten. Hang gele vangplaten en zorg voor goede verluchting.
  • Slakken: Vreten jonge plantjes aan na het uitplanten. Controleer ’s avonds en raap ze weg.
  • Wortelrot: De plant verwelkt in koude, natte grond of in een pot zonder afvoer. Plant op een doorlatende plek en laat potten niet in water staan.

Het jaar rond

  • Februari: Binnen zaaien bij 20–22 °C.
  • Maart: Binnen zaaien. Zaailingen verspenen.
  • Mei: Plantjes laten wennen. Na de ijsheiligen uitplanten.
  • Juni: Begin van de bloei. Uitgebloeide aren wegknippen.
  • Juli: Bloei. Plukken en drogen. Potten geregeld water geven.
  • Augustus: Bloei. Stekken nemen.
  • September: Bloei. Aren drogen voor boeketten.
  • Oktober: Laatste bloei tot de vorst. Planten in pot binnenhalen om te overwinteren.
  • November: Uitgebloeide planten opruimen.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vlinders
Nectar voor dagvlinders.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam farinacea komt van het Latijnse ‘farina’, meel, naar het witte laagje op de bloemkelken en stengels.
  • In Texas en Mexico is meelsalie een vaste plant die elk jaar opnieuw uitloopt; bij ons is het daarvoor te koud en te nat.
  • Het geslacht Salvia telt honderden soorten, waaronder ook de echte salie uit de keuken.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…