Foto: Me, Public domain · bron
Vaste plant · Lamiaceae
Kleverige salie
Salvia glutinosa
In andere talen: Sauge glutineuse (Français) · Jupiter's distaff (English)
De kleverige salie komt uit de bergbossen van Midden- en Zuid-Europa tot in West-Azië en is een van de weinige salies die in halfschaduw tot schaduw groeien. Hij vormt een brede, losse pol van 0,9 m hoog met grote, pijlvormige, zachtbehaarde bladeren. In juli tot september verschijnen er bloemtrossen met lichtgele bloemen met bruine tekening in de keel. De stengels en het blad voelen kleverig aan door klierharen, vandaar de naam. Bijen en hommels bezoeken de bloemen. Hij is goed winterhard en zaait zich in losse grond een beetje uit.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een kleverige salie?
- Groeivorm
- Brede, losse, bossige pol van 0,9 m hoog en 0,6 m breed, met opgaande bloemstengels.
- Blad
- Groot, pijl- tot hartvormig, 10–20 cm lang, zachtbehaard; het blad voelt kleverig aan door klierharen.
- Bloem
- Lichtgele lipbloemen met bruine vlekjes in de keel, in losse kransen aan vertakte aren, van juli tot september.
- Kleverigheid
- Klierharen op stengels en blad scheiden een plakkerig vocht af; wie de plant aanraakt, heeft kleverige vingers.
- Wortels
- Vezelig, houdt van losse, humusrijke grond; de pol breidt langzaam uit.
Bloei: juli–september · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige salies voor halfschaduw en schaduw: ideaal voor een bosrand of een schaduwborder.
- Bloeit van juli tot september met lichtgele bloemen, wanneer veel schaduwplanten uitgebloeid zijn.
- Groot, decoratief blad dat de hele zomer mooi blijft.
- Bijen en hommels bezoeken de bloemen.
- Winterhard en makkelijk: zonder veel onderhoud elk jaar terug.
- Vult een kale plek in schaduw snel op.
Waar staat een kleverige salie graag?
- Halfschaduw tot schaduw; in volle zon droogt hij uit en wordt het blad slap.
- Humusrijke, losse leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Normaal vochtig; hij verdraagt in de schaduw korte droge periodes, maar niet langdurige droogte.
- Een beschutte plek onder bomen of struiken of op een noordelijk gelegen border.
- Reken op 50–60 cm ruimte per plant.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Hosta: Grote bladeren aan de voet, in dezelfde halfschaduw.
- Varens: Een frisse, groene onderbeplanting voor een schaduwborder.
- Ooievaarsbek: Lage bladeren en bloemen die het kale onderste deel van de stengels bedekken.
- Japanse anemoon: Bloeit door in september en oktober, als de salie uitgebloeid is.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kleverige salie?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en meng er compost of bladaarde door.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 50–60 cm afstand tot andere planten, zodat de pol kan uitgroeien.
- Geef meteen water en leg een laag mulch van bladcompost rond de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks. Daarna in langere droge periodes ruim water geven, vooral als hij onder bomen staat.
- Bemesten
- In het voorjaar een schep compost of bladaarde. Meer is niet nodig.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
- Zaailingen
- Hij zaait zich uit in losse grond. Haal overtollige zaailingen in het voorjaar weg of verplant ze.
- Delen
- Om de 3–4 jaar in het voorjaar de pol delen als het midden kaal wordt.
Tip: Gebruik hem op plekken waar andere salies niet willen groeien: halfschaduw en humusrijke grond. Haal de zaailingen in het voorjaar weg als je niet wilt dat hij zich uitzaait.
Wanneer snoei je een kleverige salie?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In februari–maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
Hoe:
- Knip de afgestorven stengels en bladeren van vorig jaar tot vlak boven de grond af.
- Wil je geen zaailingen, knip dan de uitgebloeide bloemstengels in september weg.
- Haal in de zomer verdorde bladeren aan de basis weg.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september–oktober de pol uitgraven en met een spade in stukken met wortels en scheuten verdelen. Meteen herplanten en water geven.
- Zaaien
- In het najaar of voorjaar in een zaaibak zaaien, of zaailingen die vanzelf opkomen met een schepje verplanten. Hij zaait zich gemakkelijk uit.
Hoe komt een kleverige salie de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Het blad sterft in de herfst af; laat het liggen of knip het in de late winter weg.
- Houd de grond rond de pol vochtig maar niet drassig; langdurige natte winters kunnen de wortels aantasten.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte onder bomen. Geef meer water, ruimte en luchtstroom en knip aangetaste bladeren weg.
- Slakken: Jonge scheuten en bladeren worden aangevreten. Raap slakken ’s avonds op of leg een barrière van grof zand.
- Bladluis: Op jonge scheuten en bloemknoppen. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
- Slap blad door droogte: Het blad hangt op een te droge of zonnige plek. Geef water en zoek een schaduwrijkere plek.
Het jaar rond
- Februari: Afgestorven stengels tot vlak boven de grond afknippen.
- Maart: Planten of delen. Compost geven.
- April: Planten. Letten op slakken.
- Mei: Planten. Mulch aanbrengen.
- Juni: Water geven bij droogte.
- Juli: Start van de bloei. Water geven bij droogte.
- Augustus: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- September: Einde van de bloei. Uitgebloeide stengels eventueel wegknippen. Planten.
- Oktober: Planten. Dode bladeren verwijderen.
- November: Rust. Het blad mag blijven liggen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam glutinosa komt van het Latijnse glutinosus, ‘kleverig’, naar de klierharen op stengels en bladeren.
- De bloemen werken met een hefboommechanisme: een hommel die de bloem binnenkruipt, drukt de meeldraden met stuifmeel op zijn rug.
- Dit is een van de weinige Salvia-soorten die van schaduw houden; de meeste ruiken en bloeien het best in volle zon.