
Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron
Siergras · Poaceae
Schizachyrium scoparium
In andere talen: Little bluestem (English)
Schizachyrium scoparium, in het Engels little bluestem, is een van de bekendste grassen van de Noord-Amerikaanse prairie, die van nature voorkomt van Canada tot Mexico. Hij vormt smalle, rechtopgaande pollen van blauwgroen blad. In augustus–september verschijnen fijne aartjes langs de bovenste stengels, die in de herfst uitgroeien tot zilverwitte, pluizige zaadjes die oplichten in het tegenlicht. Het mooist is de herfstkleur: het blad kleurt oranjerood, koperkleurig of paarsig en blijft de hele winter warm roodbruin staan. Bekende rassen zijn ‘Blaze’ en ‘The Blues’, dat extra blauw blad heeft.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
augustus–september
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–september |
Herkennen
Hoe herken je een Schizachyrium scoparium?
- Groeivorm
- Smalle, rechtopgaande pol van 60–90 cm hoog en 30–40 cm breed.
- Blad
- Smal, blauwgroen tot grijsblauw; in de herfst oranjerood, koperkleurig of paarsig, in de winter roodbruin.
- Bloem
- Kleine, onopvallende aartjes langs de bovenste stengels in augustus–september.
- Zaad
- Zilverwitte, pluizige zaadjes in de herfst, mooi in tegenlicht.
- Wortels
- Diep en vezelig, tot meer dan een meter diep: daardoor is hij zo droogtebestendig.
- Groeiritme
- Warmteminnend gras dat pas laat in het voorjaar uitloopt, vaak pas in mei.
Bloei: augustus–september · Planten: april–mei · Snoeien: februari–maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Spectaculaire herfstkleur in oranje, koper en rood, tot diep in de winter.
- Een smalle, rechte pol die weinig plaats inneemt.
- Uitstekend voor droge, arme grond waar andere planten het moeilijk hebben.
- Zaadetende vogels eten van de zaden en de pollen geven in de winter beschutting.
- Prachtig in tegenlicht met zijn zilverige zaadpluisjes.
Waar staat een Schizachyrium scoparium graag?
- Volle zon; in de schaduw valt hij open en kleurt hij minder mooi.
- Arme, goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk. Op rijke grond valt hij om.
- Droog; natte, zware grond in de winter verdraagt hij slecht.
- Plant op 30–40 cm, liefst in groepen of in een prairieborder.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Zonnehoed: Roze bloemen in de zomer, een klassieker uit dezelfde prairie.
- Herfstaster: Blauwe of paarse bloemen in september–oktober naast het oranje blad.
- Kogeldistel: Staalblauwe bollen op dezelfde droge grond.
- Hemelsleutel: Roze tot roestrode schermen in de herfst, die meekleuren met het gras.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Schizachyrium scoparium?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei, als de grond opwarmt: dit warmteminnende gras wortelt dan het best.
- Maak de grond los, maar voeg geen compost of mest toe.
- Zet de plant even diep als in de pot.
- Plant op 30–40 cm afstand, in groepjes van drie tot zeven.
- Geef goed water bij het planten en de eerste weken bij droogte.
- Mulch met grind of laat de grond open; geen compost als mulch.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste seizoen bij droogte. Daarna niet meer nodig.
- Bemesten
- Nooit: mest maakt hem slap en dan valt hij om.
- Geduld
- Hij loopt pas laat uit en lijkt tot in mei dood. Dat is normaal.
- Winterstand
- Laat de pollen de hele winter staan, voor de kleur, voor de zaden voor vogels en als schuilplek voor insecten.
Tip: Plant hem in arme grond zonder compost of mest en geef na het eerste jaar geen water meer: hoe schraler de grond, hoe steviger hij rechtop blijft staan.
Wanneer snoei je een Schizachyrium scoparium?
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Eén keer per jaar, van eind februari tot in maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
Hoe:
- Knip alle stengels en het oude blad terug tot 10–15 cm boven de grond.
- Een heggenschaar gaat sneller dan een snoeischaar.
- Leg de afgeknipte halmen op een hoopje in een hoek van de tuin of composteer ze.
Vermeerderen
- Scheuren
- In april–mei, als de nieuwe groei begint: een pol opgraven en met een scherpe spade in stukken delen. Warmteminnende grassen scheur je niet in de herfst.
- Zaad
- Zaai in het voorjaar in potjes in een koude bak of serre; zaailingen kunnen in kleur verschillen van het ras.
Hoe komt een Schizachyrium scoparium de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Zeer winterhard tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
- De roodbruine pollen zijn de hele winter mooi; laat ze staan tot eind februari.
- Het grootste risico is natte grond: zorg voor een goede afwatering.
Ziektes en plagen
- Omvallen: Op rijke, vochtige grond of in de schaduw valt de pol open. Kies arme grond en volle zon en geef geen mest.
- Late uitloop: In april nog geen groen: geduld, hij start pas als de grond warm is.
- Rot: De pol sterft na een natte winter. Plant hem in doorlatende grond, eventueel wat verhoogd.
- Kaal hart: Oude pollen sterven in het midden af. Scheur ze in het voorjaar en plant de jonge randstukken opnieuw.
Het jaar rond
- Januari: Roodbruine pollen in de winter.
- Februari: Eind februari: pollen terugknippen tot 10–15 cm.
- Maart: Terugknippen als dat nog niet gebeurde.
- April: Planten en scheuren.
- Mei: Nieuwe scheuten verschijnen. Planten.
- Juni: Blauwgroen blad. Geen water of mest nodig.
- Augustus: Bloei begint.
- September: Bloei. De herfstkleur begint.
- Oktober: Oranjerode herfstkleur en zilveren zaadpluis.
- November: Pollen laten staan voor vogels en insecten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Little bluestem is het officiële staatsgras van Kansas en Nebraska.
- ‘Scoparium’ komt van het Latijnse scopa, bezem, en verwijst naar de bezemachtige bundels stijve stengels.
- Zijn wortels gaan meer dan een meter diep, waardoor hij in de prairie lange droogteperiodes overleeft.