
Foto: No machine-readable author provided. MPF assumed (based on copyright claims)., CC BY 2.5 · bron
Boom · Sciadopityaceae
Japanse parasolden
Sciadopitys verticillata
In andere talen: Pin parasol du Japon (Français) · Japanese umbrella pine (English)
De Japanse parasolden is een bijzondere conifeer uit Japan en de enige soort van zijn familie. Zijn lange, glanzend donkergroene naalden staan in kransen rond de takuiteinden, als de baleinen van een parasol, vandaar de naam. Hij groeit heel traag: na tientallen jaren wordt hij in een tuin 8–10 m hoog en 4–5 m breed, met een smalle, kegelvormige gestalte. Hij is groenblijvend, winterhard en vraagt zure, humusrijke grond die nooit uitdroogt. Een blikvanger voor een beschutte plek, ook als solitair in een Japanse tuin.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
10 m
hoog, 5 m breed
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 10 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een Japanse parasolden?
- Groeivorm
- Smalle, kegelvormige boom, tot 8–10 m hoog en 4–5 m breed, maar pas na tientallen jaren.
- Blad
- ‘Naalden’ van 8–12 cm lang, glanzend donkergroen en leerachtig, in kransen van 10–30 aan de takuiteinden.
- Kegels
- Eivormige kegels van 6–11 cm, eerst groen, later bruin; ze verschijnen pas op oudere bomen.
- Schors
- Roodbruin, in lange, dunne repen afschilferend.
- Wortels
- Fijn en vezelig. Hij verplant niet graag: kies de plek meteen goed.
Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Uniek naaldblad in kransen: geen enkele andere tuinconifeer ziet er zo uit.
- Groenblijvend en donkergroen: de hele winter een rustpunt in de tuin.
- Groeit traag en blijft jarenlang compact, dus ook geschikt voor een kleinere tuin of een grote pot.
- Weinig onderhoud: nauwelijks snoei nodig en weinig last van ziekten en plagen.
- Roodbruine, in repen afschilferende schors bij oudere bomen.
Waar staat een Japanse parasolden graag?
- Zon tot halfschaduw; liefst ochtendzon en wat schaduw tijdens de felle middagzon, zeker op droge plekken.
- Zure tot neutrale, humusrijke zand- of leemgrond. Verbeter arme of zware grond met bladcompost. Mijd kalkrijke grond: de naalden worden dan geel.
- Vochthoudend maar goed doorlatend: de grond mag nooit uitdrogen, maar ook geen natte voeten.
- Beschut tegen koude, droge oostenwind. Geef hem 4–5 m ruimte.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 10 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Japanse esdoorn: Fijn, vaak rood blad dat contrasteert met de donkere naalden.
- Rododendron: Houdt van dezelfde zure, humusrijke grond.
- Hosta: Grote bladeren in de lichte schaduw aan de voet.
- Varens: Een frisse, groene onderbeplanting voor vochtige schaduw.
- Azalea: Een lage, zuurminnende heester met bloei in het voorjaar.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Japanse parasolden?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet te droog en niet bevroren is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en even diep. Meng de uitgegraven grond met bladcompost of zure potgrond (rododendronaarde).
- Zet de plant even diep als in de pot: de wortelhals blijft op grondniveau.
- Houd 4–5 m afstand tot gebouwen en andere bomen; als solitair komt hij het mooist uit.
- Geef meteen 10–15 liter water.
- Leg een laag van 5–8 cm bladcompost of dennenschors rond de voet, zonder tegen de stam.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar wekelijks bij droogte. Houd de grond altijd licht vochtig en geef ook later extra water in een droge zomer.
- Bemesten
- In maart–april spaarzaam een meststof voor zuurminnende planten of organische mest.
- Mulchen
- Elk jaar een laag bladcompost of dennenschors: de wortels blijven koel en vochtig.
- In een pot
- Gebruik een ruime pot met gaten in de bodem en zure, humusrijke potgrond. Elke 3–4 jaar in een grotere pot zetten. Houd de pot in de zomer vochtig.
- Verplanten
- Liefst niet: hij wortelt na verplanten moeilijk opnieuw. Doe het alleen bij een jonge plant.
Tip: Zet hem op een beschutte plek met zure, humusrijke grond en geef extra water in droge zomers. Hij groeit traag: koop liever meteen een iets grotere plant dan te hopen op snelle groei.
Wanneer snoei je een Japanse parasolden?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: Hij heeft nauwelijks snoei nodig en vormt vanzelf een mooie, kegelvormige boom. Doe het kleine werk in april.
Hoe:
- Haal dode of beschadigde takken weg tot aan de stam.
- Bij een dubbele top kies je één leider en neem je de concurrerende top in het voorjaar weg, zolang hij nog jong is.
- Snoei niet in kaal hout: coniferen lopen daar meestal niet opnieuw uit.
Let op: Neem de top niet weg: dan verlies je de typische kegelvorm.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai in oktober–november in een bak met zure, zandige zaaigrond en laat de bak buiten overwinteren. De zaden kiemen traag, soms pas na een jaar, en de plantjes groeien langzaam.
- Stekken
- Stekken wortelen moeilijk. Dit is werk voor kwekers: koop liever een plant.
Hoe komt een Japanse parasolden de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: volgroeide planten hebben in Belgische winters geen bescherming nodig.
- Jonge planten beschut je tegen koude, droge oostenwind en felle winterzon, bijvoorbeeld met een scherm van jute; de naaldtoppen kunnen anders bruin worden.
- In een pot: wikkel de pot in jute of zet hem tegen een muur en geef water bij vorstvrij weer.
Ziektes en plagen
- Bruine naaldtoppen: Door droge wind, droogte of winterzon. Zorg voor een beschutte plek, mulch en water in droge periodes. Bruine toppen groeien er meestal uit.
- Gele naalden: Kalkrijke grond of te weinig voedingsstoffen (chlorose). Mulch met bladcompost en gebruik een meststof voor zuurminnende planten. Kies bij kalkrijke grond een pot met zure grond.
- Wortelrot: Bij te natte grond verwelkt de plant of vergeelt hij. Plant op doorlatende grond; geef een pot gaten in de bodem.
- Trage groei: Dit is normaal: hij groeit van nature traag. Zure, vochthoudende grond en geduld helpen.
Het jaar rond
- Maart: Spaarzaam bemesten met meststof voor zuurminnende planten. Winterschade bekijken.
- April: Planten. Dode takken of een dubbele top wegnemen. Mulchen.
- Mei: Planten. Regelmatig water geven.
- Juni: Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte. Mulchlaag aanvullen.
- Augustus: Water geven bij droogte.
- September: Planten. Water geven bij droogte.
- Oktober: Planten. Mulch aanbrengen. Zaad zaaien.
- November: Jonge planten beschutten tegen oostenwind.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij is de enige soort van zijn familie (Sciadopityaceae): er zijn geen nauwe verwanten meer.
- Fossielen van verwante bomen zijn ook in Europa gevonden; daarom noemt men hem een levend fossiel.
- In Japan heet hij kōyamaki en staat hij vaak bij tempels en in tuinen.