Vroege sterhyacint (Scilla bifolia)

Foto: Andreas Eichler, CC BY-SA 4.0 · bron

Bol- of knolgewas · Asparagaceae

Vroege sterhyacint

Scilla bifolia

In andere talen: Scille à deux feuilles (Français) · Alpine squill (English)

De vroege sterhyacint is een klein bolgewas uit de loofbossen van Midden- en Zuid-Europa tot in Turkije. Ook in België komt hij van nature voor, maar in het wild is hij zeldzaam. In maart en april verschijnen tussen twee smalle bladeren korte trosjes stervormige, diep blauwviolette bloemen, amper 10–15 cm hoog. Tuiniers houden van hem omdat hij zo vroeg bloeit, de eerste bijen voedsel geeft en zich onder bomen en struiken langzaam tot een blauw tapijt uitbreidt. In de Lage Landen is hij ook bekend als stinzenplant op oude landgoederen en in parken. Er bestaan ook roze en witte vormen.

Let op: Alle delen, vooral de bolletjes, zijn giftig bij inslikken. Houd kinderen, honden en katten weg van de bolletjes bij het planten en laat grazende dieren niet grazen op plekken waar hij veel groeit.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Leem of klei

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,12 m

    hoog, 0,05 m breed

  • Bloei

    maart–april

Feiten op een rij
Hoogte0,12 m
Inheems in BelgiëJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeimaart–april

Herkennen

Hoe herken je een vroege sterhyacint?

Groeivorm
Klein bolgewas van 10–15 cm hoog, met twee bladeren en een kort bloemtrosje per bol.
Blad
Meestal twee smalle, lijn- tot lancetvormige bladeren, glanzend groen.
Bloem
Een losse tros van twee tot tien stervormige bloempjes van ongeveer 1 cm, diep blauwviolet en schuin naar boven gericht.
Vrucht
Een ronde doosvrucht met zaden die een vettig aanhangsel hebben, waardoor mieren ze meeslepen.
Bol
Kleine, eivormige bol van 1–2 cm, die zich traag deelt.

Bloei: maart–april · Planten: september–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de eerste bloeiers van het jaar, met een helder blauw dat je van ver ziet.
  • Vroeg voedsel voor bijen, hommels en andere bestuivers die in maart uitvliegen.
  • Een inheemse plant die thuishoort in een natuurlijke tuin onder loofbomen.
  • Verwildert langzaam: na enkele jaren vormt hij blauwe vlekken onder bomen en struiken.
  • Trekt zich na de bloei terug onder de grond en laat de plek vrij voor varens en andere schaduwplanten.

Waar staat een vroege sterhyacint graag?

  • Halfschaduw tot schaduw, het liefst onder bladverliezende bomen en struiken: in het voorjaar licht, in de zomer schaduw.
  • Humusrijke leem- of kleigrond, neutraal tot kalkrijk.
  • Normaal vochtig, zonder wateroverlast; in de zomer mag de grond wat droger zijn.
  • Plant in groepen van 25 of meer bollen, op ongeveer 5 cm van elkaar.
  • Kies een plek waar je zelden spit of schoffelt, zodat bolletjes en zaailingen ongestoord blijven.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Leem of klei
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Normaal
Grootte
0,12 m hoog, 0,05 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Sneeuwklokje: Bloeit net iets vroeger op dezelfde plek onder loofbomen.
  • Bosanemoon: Een witte, inheemse voorjaarsbloeier die tegelijk bloeit en hetzelfde bostapijt vormt.
  • Holwortel: Paarse of witte trosjes in dezelfde humusrijke grond.
  • Longkruid: Roze en blauwe bloemen en gevlekt blad dat de plek na de bloei bedekt.
  • Varens: Vullen de plek in de zomer, als de sterhyacint ondergronds rust.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een vroege sterhyacint?

Planten in september–oktober.

  1. Plant de bollen in september–oktober, zo snel mogelijk na aankoop, want kleine bolletjes drogen snel uit.
  2. Werk wat bladaarde of compost door de bovenste laag van de grond.
  3. Plant de bollen 5–8 cm diep, met de punt naar boven.
  4. Houd ongeveer 5 cm tussen de bollen en plant ze in losse groepen.
  5. Geef water als de grond droog is.
  6. Dek de plantplek af met een laagje bladaarde, zoals in een bos.

Verzorgen

Water
In de tuin niet nodig; geef een jonge aanplant eventueel water in een droog voorjaar.
Bemesten
Niet nodig. Een laagje bladaarde of gehakseld blad in de herfst volstaat.
Blad
Laat het blad staan tot het in mei–juni geel wordt: zo laadt de bol zich op.
Zaad
Laat de zaaddozen rijpen: zo zaait hij zich uit en verwildert hij langzaam.
Maaien
Groeit hij in gras, maai dan pas als blad en zaaddozen zijn afgestorven, vanaf half juni.

Tip: Laat blad en zaaddozen na de bloei rustig afsterven en maai niet voor half juni: dan breidt hij zich elk jaar wat verder uit.

Wanneer snoei je een vroege sterhyacint?

Wanneer: De vroege sterhyacint wordt niet gesnoeid. Laat bloemen, zaaddozen en blad na de bloei gewoon staan.

Hoe:

  • Laat uitgebloeide bloemen staan: de zaden zorgen ervoor dat hij langzaam verwildert.
  • Ruim het blad pas op als het helemaal geel en slap is.
  • Maai een plek in gras pas vanaf half juni.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
De makkelijkste manier: laat de zaden ter plaatse rijpen en vallen. Je kunt rijp zaad in juni ook elders uitstrooien of in een pot zaaien; zaailingen bloeien na drie à vier jaar.
Scheuren
Neem een dichte groep na het afsterven van het blad op en verdeel de bolletjes. Plant ze meteen opnieuw, want ze drogen snel uit.

Hoe komt een vroege sterhyacint de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: geen bescherming nodig.
  • Laat gevallen blad in de herfst op de plantplek liggen: het beschermt en voedt de bollen, zoals in een bos.
  • In een pot: zet de pot tegen een muur en houd de grond in de winter licht vochtig, niet nat.

Ziektes en plagen

  • Bolrot: In natte, slecht doorlatende grond rotten de bolletjes. Kies een plek zonder stilstaand water.
  • Verdwijnen: Hij verdwijnt als het blad te vroeg wordt gemaaid of als dichte bodembedekkers zoals klimop hem verstikken. Maai later en houd de plek wat open.
  • Slakken: In een vochtig voorjaar vreten ze soms aan blad en bloemen. Raap ze ’s avonds weg.
  • Woelmuizen: Ze eten soms de bolletjes. Plant in een korf van fijn gaas als ze in je tuin veel voorkomen.

Het jaar rond

  • Februari: De eerste bladpunten komen boven.
  • Maart: Bloei. Bijen vliegen af en aan.
  • April: Laatste bloei. Bloemen laten staan voor zaad.
  • Mei: Zaaddozen rijpen. Blad laten staan.
  • Juni: Blad sterft af. Vanaf half juni mag je maaien. Te dichte groepen verdelen.
  • September: Bollen planten, 5–8 cm diep.
  • Oktober: Planten. Een laagje bladaarde geven.
  • November: Gevallen blad laten liggen als natuurlijke mulch.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van sterhyacinten en sneeuwroem (Chionodoxa, nu bij Scilla) zijn giftig, vooral de bolletjes: ze kunnen braken, buikpijn en diarree geven, bij kinderen en ook bij honden en katten. De bolletjes lijken op kleine uitjes: bewaar ze nooit bij de groenten of de keukenuien, en houd losse bolletjes buiten het bereik van kinderen en huisdieren. Ze zaaien zich vlot uit, in borders, onder struiken en in het gazon: plant ze niet waar je hond graaft, en laat paarden, schapen of geiten niet grazen waar ze in grote groepen groeien. Was je handen na het planten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De zaden hebben een vettig aanhangsel dat mieren graag eten: ze slepen de zaden mee en helpen de plant zo zich te verspreiden.
  • De soortnaam bifolia betekent tweebladig: de meeste bollen maken precies twee bladeren.
  • Hij is een typische voorjaarsbloeier van het bos: hij groeit en bloeit voor de bomen hun blad krijgen en rust de rest van het jaar onder de grond.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…