
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Korenbloemaster
Stokesia laevis
In andere talen: Stokésia (Français) · Stokes' aster (English)
De korenbloemaster komt uit het zuidoosten van de Verenigde Staten, waar hij in open, vochtige en zandige vegetaties groeit. Het is een compacte vaste plant met een rozet van lancetvormig blad en van juli tot in september grote bloemen van 5–10 cm breed, blauw tot lavendelpaars. De buitenste lintbloemen zijn groter en gefranjerd, waardoor de bloem op een korenbloem of een grote aster lijkt. Bekende rassen zijn de blauwe ‘Blue Danube’ en ‘Klaus Jelitto’ en het lichtgele ‘Mary Gregory’; ook witte vormen bestaan. Hij is een prima snijbloem en geeft bijen en vlinders aan het einde van de zomer nectar. Natte winters verdraagt hij slecht, dus een goed doorlatende grond is belangrijk.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,45 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een korenbloemaster?
- Groeivorm
- Compacte, losse pol van 30–50 cm hoog en 40–45 cm breed, met rechtopstaande, vertakte bloemstengels.
- Blad
- Lancetvormig, 10–20 cm lang, donkergroen en lichtjes glanzend, met een opvallende witte middennerf; blijft in zachte winters deels groen.
- Bloem
- Bloemhoofdjes van 5–10 cm breed, van juli tot september. De buitenste lintbloemen zijn groot en gefranjerd.
- Kleur
- Meestal blauw tot lavendelpaars; er zijn ook witte en lichtgele rassen.
- Wortels
- Vezelig wortelgestel dat in natte winters snel rot; goede drainage is daarom nodig.
Bloei: juli–september · Planten: april–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juli tot in september, in een periode waarin veel borders vermoeid raken.
- Grote, blauwe bloemen brengen de kleur van korenbloemen in de border; er zijn ook witte en lichtgele rassen.
- Bijen en vlinders zoeken de bloemen op aan het einde van de zomer.
- Goede snijbloem: knip halfopen bloemen voor een boeket.
- Compacte, nette pol van ongeveer 40 cm die weinig onderhoud vraagt.
Waar staat een korenbloemaster graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij veel schaarser.
- Goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot neutraal. Een matig voedselrijke grond is ideaal.
- Normaal vochtig in de zomer, maar nooit nat in de winter. Meng op zware grond zand of fijn grind door het plantgat.
- Reken op 40–45 cm tussen de planten.
- Een beschutte plek voorkomt dat de zware bloemen omvallen.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,45 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Zonnehoed: Paarsroze bloemen op dezelfde plek in volle zon en in dezelfde periode.
- Rudbeckia: Gele bloemen vormen een mooi kleurcontrast met het blauw.
- Steppesalie: Blauwe aren in de eerste zomerhelft, op dezelfde droge, zonnige plek.
- Lampenpoetsersgras: Een los siergras dat de bloemen zacht omlijst.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een korenbloemaster?
Planten in april–mei.
- Plant in april–mei: zo heeft de plant tijd om te wortelen voor de eerste natte winter.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng op zware grond een paar handen zand of grind en wat compost door de aarde.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de top van de kluit gelijk met de grond. Niet dieper: de kroon rot dan makkelijk.
- Houd 40–45 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste seizoen licht vochtig.
- Strooi een dun laagje compost of fijn grind rond de plant, maar laat de kroon vrij.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks water geven. Daarna redt hij zich bij normale zomers; bij langdurige droogte geef je water aan de voet.
- Bemesten
- In maart een handvol compost of organische mest. Niet te rijk: dan worden de stengels slap.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verwelkte bloemhoofdjes weg: dat verlengt de bloei met enkele weken.
- Steun
- Meestal niet nodig. Bij wind of op rijke grond helpt een steuntje van twijgen.
- Delen
- Om de 3–4 jaar in het voorjaar de pol delen houdt de plant vitaal en bloeiend.
Tip: Zorg voor droge voeten in de winter: plant op een lichte verhoging of meng zand door de grond. Knip verwelkte bloemen consequent weg, dan bloeit hij weken langer.
Wanneer snoei je een korenbloemaster?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor het nieuwe blad uitloopt. Tijdens de zomer knip je verwelkte bloemen weg.
Hoe:
- Knip in maart dode bladeren en oude bloemstengels weg tot net boven de bladrozet.
- Knip in de zomer verwelkte bloemen met een stukje steel weg tot boven een zijknop.
- Laat het groene blad staan: het beschermt de kroon in de winter.
Let op: Knip niet in de herfst terug: het blad beschermt de kroon tegen natte winterkou.
Vermeerderen
- Delen
- In april, als de plant weer groeit: steek de pol met een spade in stukken met wortels en scheuten en plant ze meteen terug. Doe dit om de 3–4 jaar.
- Zaaien
- In het voorjaar in zaaitrays op een lichte, warme plek binnen. Zet de jonge planten na de ijsheiligen uit. Rassen komen niet altijd echt uit zaad.
Hoe komt een korenbloemaster de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: de vorst is zelden het probleem, wel de natte grond in de Belgische winter.
- Zorg voor goede drainage. Op zware klei plant je op een lichte verhoging of meng je zand door het plantgat.
- Laat het blad in de winter staan en bedek de kroon niet met natte bladeren of een dikke mulchlaag.
- In een pot: zet hem onder een dakrand zodat regen de kluit niet doordrenkt, en wikkel de pot bij strenge vorst in jute.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: Na een natte winter komt de plant niet meer op of het blad wordt geel en de kroon zacht. Voorkom het met doorlatende grond en een lichte verhoging.
- Slakken: Ze vreten jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds op en bescherm jonge planten met een slakkenrand of grind.
- Bladluis: Op jonge knoppen en scheuten in de zomer. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes helpen mee.
- Omvallende stengels: Op te rijke grond of bij wind. Minder bemesten en eventueel steunen met twijgen.
Het jaar rond
- Maart: Dode bladeren en oude stengels wegknippen. Compost geven.
- April: Planten of delen. Op slakken letten.
- Mei: Planten. Een dun laagje compost of grind rond de voet leggen.
- Juni: Knoppen vormen zich. Water geven bij droogte.
- Juli: Bloei begint. Verwelkte bloemen wegknippen, bloemen snijden voor een boeket.
- Augustus: Volle bloei. Verwelkte bloemen wegknippen. Water geven bij droogte.
- September: Laatste bloemen. Bijen en vlinders genieten mee.
- Oktober: Blad laten staan. Controleren of de grond goed afwatert.
- November: Rust. De kroon droog houden.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De geslachtsnaam Stokesia eert de Engelse arts en plantkundige Jonathan Stokes (1755–1831).
- Stokesia is een geslacht met maar één soort: Stokesia laevis.
- Wat op één bloem lijkt, is een bloemhoofdje met tientallen kleine bloempjes, zoals bij alle composieten.