
Foto: Stanislav Doronenko, CC BY 2.5 · bron
Kruid · Asteraceae
Balsemwormkruid
Tanacetum balsamita
In andere talen: Menthe-coq (Français) · Costmary (English)
Het balsemwormkruid (Tanacetum balsamita) is een oud kloosterkruid uit West-Azië, dat al eeuwen in Europese tuinen groeit. Het vormt een pol van grijsgroene, langwerpige, getande bladeren die naar munt en balsem geuren. In augustus–september verschijnen kleine gele, knoopvormige bloemhoofdjes, al bloeit hij bij ons soms schaars. Vroeger legde men het blad als bladwijzer in de bijbel. Het is een stevige, onopvallende vaste plant voor een zonnige kruidentuin, die jaren op dezelfde plek blijft staan.
Let op: Hij breidt zich via wortelstokken steeds verder uit. Steek uitlopers tijdig af of beperk de wortels met een barrière.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
augustus–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | augustus–september |
Herkennen
Hoe herken je een balsemwormkruid?
- Groeivorm
- Overblijvende kruidachtige plant van 0,8–1 m hoog en 50 cm breed, met rechte, bladrijke stengels.
- Blad
- Grijsgroen, langwerpig, 10–20 cm, met een getande rand; de onderste bladeren hebben een steel, de hogere zitten direct aan de stengel.
- Bloem
- Kleine gele, knoopvormige bloemhoofdjes in losse schermen, in augustus–september.
- Geur
- Sterk en frisgeurend, tussen munt en balsem.
- Wortels
- Kruipende wortelstokken waarmee de plant zich langzaam uitbreidt.
Bloei: augustus–september · Oogst en vruchten: mei–september · Planten: april–mei en september · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Aromatisch blad met een frisse geur van munt en balsem, het hele seizoen te plukken.
- Sterke, onverwoestbare vaste plant die weinig zorg vraagt.
- Een historisch kruid met een mooi verhaal, ideaal voor een kloostertuin of een kruidenborder.
- De gele knoopbloemetjes in het late zomerseizoen trekken insecten aan.
- Gebruik het blad spaarzaam in de keuken, voor thee of in een geurzakje.
Waar staat een balsemwormkruid graag?
- Zon is ideaal; in lichte halfschaduw groeit hij ook, maar iets slapper.
- Gewone tuingrond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Normaal vochtig tot iets droog; in zware, natte grond lijdt hij in de winter.
- Reken op 40–50 cm tussen de planten: ze breiden zich langzaam uit.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,8 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Salie: Grijsgroen blad naast het grijsgroene balsemwormkruid, dezelfde zonnige plek.
- Lavendel: Een mediterrane geur ernaast en dezelfde droge zon.
- Rode zonnehoed: Grote roze bloemen als contrast met de gele knoopjes.
- Oregano: Een kruidenhoek die in dezelfde grond goed groeit en bijen aantrekt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een balsemwormkruid?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei of in september, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat dat ruim twee keer zo breed is als de kluit.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 40–50 cm tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar wekelijks bij droogte. Daarna redt hij zich meestal zelf; geef alleen water bij lange droogte.
- Bemesten
- Weinig nodig: een schep compost in het voorjaar volstaat.
- Uitbreiding
- Houd hem in de gaten: hij verspreidt zich via wortelstokken. Steek uitlopers af die te ver gaan.
- Oogsten
- Pluk jonge bladeren vanaf mei, zolang de plant blijft groeien. Vers zijn ze het sterkst van smaak.
- Delen
- Deel de pol om de 3–4 jaar om hem vitaal te houden.
Tip: Plant hem met een wortelbarrière of in een emmer zonder bodem als je de wortelstokken in bedwang wil houden. Gebruik het blad spaarzaam: de smaak is sterk.
Wanneer snoei je een balsemwormkruid?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Eind februari tot maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Knip de dode stengels van vorig jaar tot vlak boven de grond weg.
- Verwijder verwelkte bloemstengels in de loop van het seizoen als je een nette pol wil.
- Haal oude, houtige of dode delen aan de voet weg en steek uitlopers die te ver gaan af.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of september de pol uitgraven en in stukken met wortels en scheuten verdelen. Meteen terugplanten en water geven.
- Uitlopers
- In het voorjaar een stuk met wortels van de rand afsteken en elders planten. Bij ons zet hij zelden zaad, dus delen is de beste methode.
Hoe komt een balsemwormkruid de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Vlaanderen is geen bescherming nodig.
- De bovengrondse delen sterven in de winter af; de plant loopt in het voorjaar opnieuw uit.
- In een pot: zet de pot op een beschutte plek en houd de grond niet te nat.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte en weinig lucht. Meer ruimte geven en aangetaste bladeren wegknippen.
- Bladluis: Op jonge scheuten in mei–juni. Afspuiten met water of lieveheersbeestjes hun werk laten doen.
- Omvallen: In rijke grond of halfschaduw wordt hij lang en slap. Plant hem zonniger of snoei de stengels in juni een stuk in.
- Woekeren: De wortelstokken kruipen weg. Steek ze tijdig af of plant hem in een pot of met een wortelbarrière.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels wegknippen. Delen en herplanten kan ook.
- April: Planten of delen. Compost geven.
- Mei: Planten. Jonge bladeren plukken.
- Juni: Oogsten. Op bladluis letten.
- Juli: Oogsten. Water geven bij lange droogte.
- Augustus: Begin van de bloei. Eventueel bloemen snijden.
- September: Bloei. Planten of delen in het najaar.
- Oktober: Laatste kans om te planten. Dode stengels laten staan.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Blad (mei–september)
- Pluk de jonge bladeren van mei tot september, zolang de plant groeit; vers zijn ze het sterkst. Ze geuren naar munt en balsem, met een citroenachtige toets, en smaken sterk en wat bitter: één of twee blaadjes is genoeg. Vroeger kruidde men er bier mee, vandaar de Engelse naam alecost. Gebruik een blaadje fijngehakt in een salade, een soep of een vulling voor gevogelte, voor thee, of om een cake te parfumeren.
- Bewaring
- Droog de bladeren los op een rooster op een luchtige, donkere plek en bewaar ze in een gesloten pot, tot een jaar. Gedroogd blad houdt zijn balsemgeur lang en is mooi in een geurzakje of, zoals vroeger, als bladwijzer.
Let op: Gebruik balsemwormkruid spaarzaam, als kruid: het is familie van boerenwormkruid en bevat sterk geurende stoffen die in grote hoeveelheden niet gezond zijn. Niet tijdens zwangerschap of borstvoeding. Wie allergisch is voor composieten, kan erop reageren. Verwar het niet met boerenwormkruid (Tanacetum vulgare), dat giftig is: dat heeft diep ingesneden, varenachtige bladeren, balsemwormkruid lange, ongedeelde bladeren met een getande rand.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Balsemwormkruidthee (Thee · 1 kop · 10 min)
- Cake met balsemwormkruid (Gerecht · 1 cake (± 10 sneden) · 1 uur 15)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Volgens de overlevering legde men het blad als bladwijzer in de bijbel: de geur zou lezers tijdens lange diensten wakker houden. Daarom heet hij ook wel bijbelblad.
- De Engelse naam costmary combineert costus (een oosterse specerij) met Maria; het kruid is in de middeleeuwen aan Maria gewijd.
- Hij werd gebruikt om bier te kruiden, vandaar de Engelse naam alecost.