Foto: Teun Spaans, CC BY 2.5 · bron
Vaste plant · Lamiaceae
Valse salie
Teucrium scorodonia
In andere talen: Germandrée scorodoine (Français) · Wood sage (English)
Valse salie is een inheemse vaste plant van droge heide, zandige bosranden, duinen en rotshellingen in West- en Midden-Europa. Hij vormt een losse pol van 30–40 cm hoog met gerimpeld, zacht behaard blad dat op salie lijkt, al is hij geen echte salie maar een gamander. Van juli tot september staan er slanke aren met kleine, groengele lipbloemen op, die vooral hommels en andere bijen aantrekken. Op arme, zure zandgrond waar weinig anders wil groeien, is hij sterk en droogtebestendig. Het ras ‘Crispum’ heeft opvallend gekruld blad en ‘Crispum Marginatum’ heeft daarbij nog een romige rand.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een valse salie?
- Groeivorm
- Losse, rechtopgaande pol van 30–40 cm hoog en ongeveer even breed, aan de voet wat houtig, die zich met korte wortelstokken uitbreidt.
- Blad
- Eirond tot hartvormig, 3–7 cm, gerimpeld en zacht behaard met een gekartelde rand, in paren tegenover elkaar. Bij wrijven ruikt het wat kruidig.
- Bloem
- Kleine groengele lipbloemen in paren, in slanke, eenzijdige aren, van juli tot september. Ze hebben alleen een onderlip; de meeldraden steken boven de bloem uit.
- Vrucht
- Vier kleine nootjes in de blijvende kelk.
- Wortels
- Fijn vertakt, met korte wortelstokken; hij verdraagt droogte goed.
Bloei: juli–september · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige bloeiende vaste planten die het goed doen op droge, zure en arme zandgrond.
- Bloeit van juli tot september, als veel voorjaarsbloeiers in de heidetuin al klaar zijn.
- Een goede bijenplant: hommels en andere bijen bezoeken de bloemen de hele nazomer.
- Inheems en droogtebestendig: na het eerste jaar hoef je bijna nooit water te geven.
- Het zachte, gerimpelde blad blijft fris en sierlijk, zeker bij de gekrulde vorm ‘Crispum’.
Waar staat een valse salie graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon blijft hij compacter en bloeit hij rijker.
- Zand- of leemgrond, zuur tot neutraal en liefst arm. Op kalkrijke grond groeit hij minder goed.
- Droge, goed doorlatende grond. Natte, zware klei in de winter vindt hij niets.
- Plant op 30–40 cm afstand, in groepjes tussen heideplanten of in een droge bosrand.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Struikhei: Paarse bloei in dezelfde nazomer, op dezelfde zure, droge zandgrond.
- Grasklokje: Lichtblauwe klokjes tussen de groengele aren.
- Zandblauwtje: Blauwe bolletjes, ook een bijenplant van arme zandgrond.
- Bochtige smele: Een fijn, wuivend gras als losse achtergrond.
- Vingerhoedskruid: Hoge roze aren in de bosrand, vroeger in de zomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een valse salie?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng op zware grond wat grof zand door voor een goede afwatering. Geen mest of potgrond toevoegen.
- Graaf een plantgat iets groter dan de pot en zet de plant even diep als in de pot.
- Houd 30–40 cm tussen de planten.
- Druk aan en geef flink water. Het eerste jaar wekelijks water geven bij droogte, daarna nauwelijks nog.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich zelf, ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig. Op rijke grond wordt hij slap en valt hij uit elkaar.
- Mulchen
- Liever geen dikke laag compost; een dun laagje zand of fijn grind rond de voet houdt de stengelvoet droog.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze in de winter staan voor structuur en voor insecten die in de stengels overwinteren.
- Verjongen
- Om de drie à vier jaar scheuren als het midden van de pol kaal wordt.
Tip: Plant hem op droge, zandige en wat zure grond en bemest niet: hoe armer de grond, hoe steviger hij blijft. Het ras ‘Crispum’ heeft gekruld blad en is ook buiten de bloei sierlijk.
Wanneer snoei je een valse salie?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Eind februari tot eind maart, voor de nieuwe groei goed op gang komt.
Hoe:
- Knip de oude bloeistengels en het winterblad terug tot een paar centimeter boven de grond of tot boven de nieuwe scheutjes aan de voet.
- Wil je minder zaailingen, knip de uitgebloeide aren dan in september al weg.
- Snoei niet in de herfst: de oude stengels beschermen de voet in de winter.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april: graaf de pol op, steek hem in stukken met elk wortels en scheuten, en plant ze meteen opnieuw.
- Stekken
- In mei–juni: neem stekken van 5–8 cm van niet-bloeiende scheuten en zet ze in een zanderig stekmengsel. Zo houd je ‘Crispum’ zuiver.
- Zaad
- De soort zaait zich op open zandgrond zelf uit. Zaailingen kun je in het voorjaar verplanten.
Hoe komt een valse salie de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is meestal geen bescherming nodig.
- Natte voeten zijn een groter gevaar dan vorst. Zorg voor goed doorlatende grond.
- Laat de oude stengels tot maart staan: ze beschermen de voet en bieden insecten een schuilplaats.
Ziektes en plagen
- Natte voeten: Op natte, zware grond rotten de wortels in de winter. Plant op zand of verhoog de plek met zand en grind.
- Slappe groei: Op voedselrijke grond of in te diepe schaduw worden de stengels lang en vallen ze om. Niet bemesten en een zonnigere plek kiezen.
- Te sterke uitbreiding: Op losse zandgrond breidt hij zich met wortelstokken en zaad uit. Steek uitlopers af en trek zaailingen uit.
- Kale pol: Na enkele jaren wordt het midden open. Scheuren in het voorjaar verjongt de plant.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels terugknippen. Planten of scheuren.
- April: Planten. Nieuwe scheuten lopen uit.
- Mei: Stekken nemen van niet-bloeiende scheuten.
- Juli: Begin van de bloei. Hommels op de aren.
- Augustus: Volle bloei. Geen water nodig.
- September: Laatste bloemen. Eventueel uitgebloeide aren wegknippen.
- Oktober: Planten. Stengels laten staan voor de winter.
- December: Rust. De oude aren geven structuur in de heidetuin.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Ondanks de naam is hij geen echte salie: hij hoort bij de gamanders, het geslacht Teucrium, binnen dezelfde lipbloemenfamilie.
- De bloemen hebben geen bovenlip, alleen een grote onderlip. Daardoor steken de meeldraden vrij boven de bloem uit.
- Vroeger werd het blad in sommige streken, zoals op Jersey, gebruikt in plaats van hop om bier te brouwen.