
Foto: Franz Xaver, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Ranunculaceae
Kleine ruit
Thalictrum minus
In andere talen: Petit pigamon (Français) · Lesser meadow-rue (English)
De kleine ruit (Thalictrum minus) is een wilde plant uit Europa en gematigd Azië, waar hij op kalkrijke, droge graslanden en in duinen groeit. Hij wordt vooral gekweekt voor zijn blad: fijn, blauwgroen en sterk verdeeld, bijna als dat van een venushaar of varen. De bloemen zijn klein en niet opvallend, groengeel met hangende gele meeldraden, in losse pluimen van juni tot juli. In de border is hij een prima vulling tussen bloeiers, zeker op een zonnige plek waar veel fijn blad droogte slecht verdraagt. Een bekend ras is ‘Adiantifolium’, genoemd naar het venushaar (Adiantum). Eenmaal gevestigd verdraagt hij droogte goed.
Let op: Giftig bij het opeten. Houd kinderen, katten, honden en graasdieren weg van de plant en eet er nooit van; draag handschoenen bij het snoeien.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een kleine ruit?
- Groeivorm
- Luchtige, rechtopstaande pol van 40–80 cm hoog en ongeveer 50 cm breed, met dunne, vertakte stengels.
- Blad
- Fijn, blauwgroen, twee tot drie keer geveerd met kleine, ronde tot gelobde deelblaadjes, zoals bij venushaar.
- Bloem
- Kleine, groengele bloemetjes met hangende gele meeldraden, in losse pluimen van juni tot juli; zonder bloemblaadjes.
- Wortels
- Korte, vertakte wortelstok die langzaam een pol vormt; hij houdt niet van verplanten.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Fijn, blauwgroen blad dat zonder bloemen al sierlijk is en een luchtige textuur geeft.
- Verdraagt droogte en een zonnige plek, waar veel varenachtig blad het moeilijk heeft.
- Mooie vulling tussen bloeiers in een zonnige border.
- Inheemse soort, mooi in een natuurlijke of wilde tuin.
- Weinig werk: één snoeibeurt per jaar volstaat.
Waar staat een kleine ruit graag?
- Zon tot halfschaduw; in volle zon blijft hij compacter.
- Goed doorlatende grond: zand of leem, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; eenmaal gevestigd verdraagt hij droogte goed.
- Reken op ongeveer 40–50 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Steppesalie: Paarse aren boven het fijne, blauwgroene blad.
- Zonnehoed: Stevige bloemen vormen een mooi contrast met het fijne blad.
- Vedergras: Een ander luchtig gras in dezelfde droge, zonnige plek.
- Ooievaarsbek: Bloeit in dezelfde periode en vult de ruimte tussen de pollen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kleine ruit?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er een beetje compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de top van de kluit gelijk met de grond.
- Houd 40–50 cm afstand tussen de planten.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste seizoen licht vochtig.
- Leg een dun laagje compost rond de plant, maar laat de kroon vrij.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks water geven. Daarna verdraagt hij droogte goed; geef alleen in lange droge periodes water.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Te rijke grond geeft lange, slappe stengels.
- Steun
- Meestal niet nodig; op een winderige plek of in rijke grond helpen twijgen.
- Uitgebloeide bloemen
- Je kunt de pluimen laten staan of na de bloei wegknippen voor vers blad.
- Delen
- Zelden nodig en alleen in het voorjaar: hij verdraagt verstoring slecht.
Tip: Zet hem als vulling tussen bloeiers voor luchtige textuur. Knip na de bloei de stengels weg als het blad verdroogt: er komt vers blad. Draag handschoenen: de plant is giftig.
Wanneer snoei je een kleine ruit?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe scheuten uitlopen.
Hoe:
- Knip alle oude stengels tot ongeveer 5–10 cm boven de grond.
- Wie wil, knipt na de bloei de bloemstengels weg om vers blad te stimuleren.
- Haal tussendoor dode of gebroken stengels aan de voet weg.
Let op: Draag handschoenen: de plant is giftig.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de herfst buiten, of koel in het voorjaar; het zaad kiemt het best na een koude periode. Zaailingen kunnen afwijken.
- Delen
- In maart–april: steek voorzichtig een stuk van de pol af met wortels en scheuten en plant het meteen terug. Hij verdraagt dit slecht, doe het alleen als het nodig is.
Hoe komt een kleine ruit de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Laat de oude stengels staan tot maart: ze beschermen de voet tegen vorst.
- In een pot: gebruik doorlatende potgrond en wikkel de pot in jute bij strenge vorst.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte en bij te dicht planten. Geef ruimte en water aan de voet; knip aangetaste bladeren weg.
- Slakken: Ze vreten jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds op en bescherm jonge planten.
- Roest: Oranje tot bruine bultjes onder het blad. Knip aangetaste bladeren weg en gooi ze bij het huisvuil.
- Omvallende stengels: Op te rijke grond of bij wind. Minder bemesten en eventueel steunen met twijgen.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels terugknippen tot 5–10 cm. Planten. Compost geven.
- April: Planten. Op slakken letten.
- Mei: Planten. Stengels groeien uit.
- Juni: Bloei begint. Water geven in het eerste jaar bij droogte.
- Juli: Bloei. Eventueel na de bloei terugknippen voor vers blad.
- Augustus: Water geven bij langdurige droogte.
- September: Planten. Op meeldauw letten.
- Oktober: Planten. Stengels laten staan.
- November: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van ruit (Thalictrum) zijn giftig bij inname: ze bevatten alkaloïden die braken, buikpijn en diarree geven, zoals bij veel planten uit de ranonkelfamilie. Ondanks de naam is dit geen keukenkruid en geen wijnruit, en het fijne blad lijkt op dat van akelei of van een varen: pluk het niet voor thee, salade of als kruid. Grazende dieren zoals paarden, koeien, schapen en geiten lopen risico als ze ervan eten; poelruit groeit in het wild in natte weiden. Plant ruit niet in of aan een weide en gooi snoeiafval nooit in een weide of hok. Houd jonge kinderen, katten en honden weg, en draag handschoenen bij het snoeien als je een gevoelige huid hebt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De bloemen hebben geen bloemblaadjes: wat je ziet zijn hangende gele meeldraden.
- Het ras ‘Adiantifolium’ is genoemd naar venushaar (Adiantum), dat een vergelijkbaar blad heeft.
- Thalictrum minus is een veranderlijke soort die in het wild op kalkrijke graslanden en in duinen groeit.