
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Ranunculaceae
Poelruit
Thalictrum flavum
In andere talen: Pigamon jaune (Français) · Common meadow-rue (English)
Poelruit is een inheemse vaste plant van natte hooilanden, rivieroevers, moerassen en slootkanten in grote delen van Europa. Uit een kruipende wortelstok groeien stevige stengels van 1–1,2 m met fijn ingesneden, dofgroen blad dat wat aan akelei doet denken. Van juni tot augustus staan daarop luchtige, rechtopstaande pluimen van zachtgele, licht geurende bloemetjes, die vooral uit pluizige meeldraden bestaan. Hij brengt hoogte en een zachte kleur in een moerasborder of aan de vijverrand, zonder veel ruimte in te nemen. De vorm glaucum, uit Spanje, Portugal en Noord-Afrika, heeft opvallend blauwgrijs blad en wordt nog wat hoger.
Let op: Alle delen zijn giftig als ze worden gegeten, zoals bij veel planten uit de ranonkelfamilie. Kinderen, katten, honden en grazende dieren zoals paarden en koeien lopen risico als ze ervan eten. Plant hem niet in of aan een weide en draag handschoenen bij het snoeien en scheuren.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en september |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een poelruit?
- Groeivorm
- Rechtopgaande pol van 1–1,2 m hoog en ongeveer 50 cm breed, die zich met wortelstokken langzaam uitbreidt.
- Blad
- Twee- tot driemaal geveerd, met wigvormige, aan de top gelobde blaadjes; dofgroen, bij glaucum blauwgrijs.
- Bloem
- Kleine bloemetjes zonder echte kroonbladen, met talrijke zachtgele meeldraden, in dichte, rechtopstaande pluimen van juni tot augustus. Licht geurend.
- Vrucht
- Kleine, geribde nootjes in trosjes aan de uitgebloeide pluimen.
- Wortels
- Een kruipende, gele wortelstok waarmee hij langzaam een groep vormt.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zachtgele, luchtige bloempluimen van juni tot augustus, die licht geuren.
- Brengt hoogte in een natte border of aan de vijverrand, maar blijft slank en neemt weinig grondoppervlak in.
- Inheems; bijen en zweefvliegen verzamelen er stuifmeel.
- Het fijne, akeleiachtige blad is ook buiten de bloei sierlijk, zeker bij de blauwgrijze vorm glaucum.
- Groeit op natte, zware grond waar veel borderplanten het moeilijk hebben.
Waar staat een poelruit graag?
- Zon tot halfschaduw; in volle zon heeft hij natte grond nodig.
- Leem, klei of venige grond, zuur tot kalkrijk.
- Natte tot zeer vochtige grond: een moerasborder, een slootkant of de moeraszone van een vijver, net boven de waterlijn. Tijdelijk wat water op de grond verdraagt hij, permanent onder water staan niet.
- Liefst wat beschut tegen harde wind, want de hoge stengels kunnen omwaaien.
- Plant op 40–50 cm afstand, in groepjes van drie voor een mooi effect.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Moerasspirea: Romige, geurende pluimen in dezelfde natte grond en dezelfde maanden.
- Grote kattenstaart: Paarse aren als sterk contrast naast het zachte geel.
- Koninginnekruid: Roze schermen in de nazomer, geliefd bij vlinders.
- Echte koekoeksbloem: Lager, roze en eerder in bloei, vooraan aan de vijverrand.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een poelruit?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond vochtig is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er bij arme grond wat compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot; aan de vijver komt de wortelhals net boven de waterlijn.
- In een vijver met folie plant je in een grote vijvermand met schrale vijveraarde of leem, zonder potgrond of mest, en zet je hem in de moeraszone.
- Houd 40–50 cm tussen de planten.
- Druk aan en geef flink water. De eerste weken nat houden.
Verzorgen
- Water
- De grond mag niet uitdrogen. Buiten de natte zone in droge zomers wekelijks flink water geven.
- Bemesten
- In de border een laagje compost in maart. In of aan de vijver niet bemesten, om algen te voorkomen.
- Steun
- Op een open, winderige plek of op rijke grond zet je in mei een paar stokken of een ring rond de pol.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan voor zaad en winterstructuur, of knip ze in september weg als je geen zaailingen wilt.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond in een gewone border vochtig.
Tip: Geef hem natte grond langs een sloot of vijver en een beetje beschutting tegen wind. Wil je een blikvanger, kies dan de vorm glaucum met blauwgrijs blad.
Wanneer snoei je een poelruit?
Snoeimaanden: maart en september.
Wanneer: Eind februari–maart de oude stengels afknippen; eventueel in september de uitgebloeide pluimen weghalen.
Hoe:
- Knip in maart alle oude stengels af tot een paar centimeter boven de grond, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
- Wil je geen zaailingen, knip dan in september de uitgebloeide pluimen weg net boven het blad.
- Draag handschoenen en ruim het snoeisel op, zodat kinderen en dieren er niet aan knabbelen.
Let op: Knip niet te vroeg in het voorjaar in de nieuwe scheuten: ze zijn broos en lopen pas in april flink uit.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april: graaf de pol op of steek een stuk wortelstok met knoppen af aan de rand en plant het meteen elders. Zo blijft ook de blauwgrijze vorm glaucum zuiver.
- Zaad
- Zaai vers zaad in de herfst in een pot met zaaigrond die je buiten laat staan. Na de winterkou kiemt het in het voorjaar.
Hoe komt een poelruit de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De bovengrondse delen sterven af. Laat de stengels tot maart staan voor structuur en voor insecten.
- Natte grond in de winter verdraagt hij goed.
Ziektes en plagen
- Omvallen: De hoge stengels vallen om bij wind of na regen. Steun zetten in mei, minder bemesten en tussen andere hoge planten zetten.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in droge zomers. Water geven bij droogte en aangetast blad wegknippen.
- Slakken: Vreten aan de jonge scheuten in het voorjaar. ’s Avonds rapen of een ruwe laag rond de pol leggen.
- Bruine bladeren: Teken van droogte. Geef water of verplaats hem naar nattere grond.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Planten of scheuren.
- April: Planten. Nieuwe scheuten lopen uit; letten op slakken.
- Mei: Steun zetten op een open plek.
- Juni: Begin van de bloei. Bijen en zweefvliegen op de pluimen.
- Juli: Volle bloei. Water geven bij droogte buiten de natte zone.
- Augustus: Laatste bloemen. Het zaad rijpt.
- September: Eventueel uitgebloeide pluimen wegknippen. Planten.
- Oktober: Planten. Vers zaad zaaien in een pot buiten.
- December: Rust. De oude stengels laten staan.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van ruit (Thalictrum) zijn giftig bij inname: ze bevatten alkaloïden die braken, buikpijn en diarree geven, zoals bij veel planten uit de ranonkelfamilie. Ondanks de naam is dit geen keukenkruid en geen wijnruit, en het fijne blad lijkt op dat van akelei of van een varen: pluk het niet voor thee, salade of als kruid. Grazende dieren zoals paarden, koeien, schapen en geiten lopen risico als ze ervan eten; poelruit groeit in het wild in natte weiden. Plant ruit niet in of aan een weide en gooi snoeiafval nooit in een weide of hok. Houd jonge kinderen, katten en honden weg, en draag handschoenen bij het snoeien als je een gevoelige huid hebt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De bloemen hebben geen echte kroonbladen. De kleine kelkbladen vallen snel af, en wat je ziet, zijn de talrijke gele meeldraden.
- De namen poelruit en meadow-rue komen van het blad, dat lijkt op dat van de wijnruit, en van de natte plekken waar de plant groeit.
- Hij is familie van de akelei, wat je goed aan het fijn ingesneden blad kunt zien.