Foto: Menchi at English Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Pinaceae
Westerse hemlockspar
Tsuga heterophylla
In andere talen: Pruche de l’Ouest (Français) · Western hemlock (English)
De westerse hemlockspar is een sierlijke naaldboom uit het westen van Noord-Amerika, waar hij langs de kust en in vochtige bergbossen zeer hoog wordt. Hij heeft een slanke, kegelvormige kroon met een typisch overhangende top en zachte, hangende takken met platte spuiten van fijne, groenblijvende naalden. In tuinen gebruik je hem als snelgroeiende solitair of als haag die snoei goed verdraagt, ook op schaduwrijke plekken. Hij wil vochtige lucht en zure, humusrijke grond.
Let op: Hij wordt zeer hoog (tot 30 m): alleen geschikt als solitair in een grote tuin of als regelmatig geknipte haag. Plant hem niet op droge of kalkrijke grond.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
30 m
hoog, 10 m breed
| Snoeimaanden | juni en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 30 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een westerse hemlockspar?
- Groeivorm
- Slanke, kegelvormige naaldboom tot 30 m hoog en 8–10 m breed, met afhangende takken en een overhangende top.
- Naalden
- Plat, 0,5–2 cm lang en van ongelijke lengte aan dezelfde twijg; donkergroen boven, met twee witte strepen onderaan.
- Kegels
- Kleine, hangende kegeltjes van 2–2,5 cm, die in de herfst rijpen.
- Schors
- Donkerbruin en diep gegroefd bij oudere bomen.
- Wortels
- Ondiep en wijd uitlopend: bij harde wind kan een vrijstaande boom omwaaien.
Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: juni en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvend en sierlijk: zachte, fijne naalden en een bevallige, overhangende top.
- Verdraagt veel schaduw, meer dan de meeste andere naaldbomen.
- Groeit snel en vormt na knippen een dichte, groene haag.
- Dichte takken bieden vogels beschutting het hele jaar door.
- Een indrukwekkende solitair in een grote tuin of park.
Waar staat een westerse hemlockspar graag?
- Halfschaduw of schaduw is ideaal; in de zon alleen als de grond vochtig blijft en de lucht niet te droog is.
- Zand of leem, zuur tot neutraal en rijk aan humus. Niet op kalkrijke of zeer droge grond.
- Normaal tot vochtige grond; hij wil een koele, vochtige standplaats, maar geen stilstaand water.
- Beschut tegen harde, droge wind, zeker tegen koude oostenwind in de winter.
- Solitair: 6–8 m ruimte. Haag: 2–3 planten per meter, dus op 40–50 cm afstand.
- Licht
- Zon, halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 30 m hoog, 10 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Rododendron: Houdt van dezelfde zure, humusrijke grond en halfschaduw.
- Varens: Een frisse, groene onderbeplanting in de schaduw.
- Hosta: Grote bladeren in de schaduw onder de takken.
- Japanse esdoorn: Kleurrijk blad in de lichte schaduw naast de donkere naalden.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een westerse hemlockspar?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond vochtig en niet bevroren is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit, maar even diep, en maak de wand los.
- Werk wat bladcompost of zure compost door de uitgegraven grond, zonder verse mest.
- Zet de plant even diep als in de pot of kluit en druk de grond rondom licht aan.
- Geef meteen ruim water, ook als het regent.
- Leg een laag mulch van 5–8 cm schors of bladcompost rond de voet om de wortels koel en vochtig te houden.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar wekelijks bij droogte, ook in het voorjaar. Een volgroeide boom wil in droge zomers ruim water; schommelingen verdraagt hij slecht.
- Bemesten
- In april of mei een organische meststof voor naaldbomen of een laag zure compost.
- Mulchen
- Een mulchlaag van schors of bladcompost houdt de wortels koel; vernieuw hem elk voorjaar.
- Haag knippen
- Een haag knip je 1–2 keer per jaar (zie snoeien). Een solitair laat je zijn natuurlijke vorm.
- Luchtvochtigheid
- Hij houdt van een koele, vochtige luchtstreek. Plant hem niet naast een warme gevel of op een verharde, droge plek.
Tip: Zet hem op een beschutte, vochtige plek en geef een dikke mulchlaag: hij verdraagt droge wind en droge lucht slecht. Kies voor een haag liever jonge planten, die groeien beter aan dan grote.
Wanneer snoei je een westerse hemlockspar?
Snoeimaanden: juni en augustus.
Wanneer: Een solitaire boom hoeft niet gesnoeid te worden. Een haag knip je in juni en eventueel nog eens eind augustus.
Hoe:
- Knip een haag licht trapeziumvormig: onderaan breder dan bovenaan, zodat het licht ook de onderste takken bereikt.
- Knip alleen in het jonge, groene hout; snoei nooit diep in oud, kaal hout, want daar loopt hij meestal niet meer uit.
- Laat bij een solitair één doorgaande top staan en haal dubbele toppen weg.
- Verwijder dode of beschadigde takken, ook buiten het snoeiseizoen.
Let op: Knip de top van een solitaire boom nooit af: hij verliest dan zijn typische overhangende top. Knip niet bij vorst of in felle zon.
Vermeerderen
- Zaad
- Oogst de kegels in de herfst, laat ze open drogen en bewaar het zaad koud. Zaai in het voorjaar in zure, vochtige potgrond in halfschaduw. De zaailingen groeien eerst traag.
- Stekken
- Stekken wortelen traag en lukken thuis zelden; kwekers gebruiken ze vooral voor haagplanten.
Hoe komt een westerse hemlockspar de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België zonder bescherming geschikt.
- Droge, koude oostenwind en winterzon kunnen naalden bruin maken. Geef bij langdurige droogte zonder vorst water en zet jonge planten beschut.
- Een dikke mulchlaag in november beschermt de wortels van jonge bomen.
- Schud bij natte, zware sneeuw de takken af, zodat ze niet breken.
Ziektes en plagen
- Bruine naalden: Naalden die in het voorjaar of na een hete zomer bruin worden: droogte, winterzon of koude wind. Geef water, mulch en kies een beschutte plek.
- Wortelrot: Geelkleurende naalden en een kwijnende boom op natte, dichte grond. Verbeter de drainage of plant hoger; een aangetaste boom is moeilijk te redden.
- Spint: Fijne spinseltjes en dof, bleek worden van de naalden in warme, droge periodes. Spuit de boom regelmatig af met water en zorg voor vocht rond de wortels.
- Omwaaien: Door zijn ondiepe wortels kan een hoge, vrijstaande boom omwaaien. Plant hem beschut of in groep.
Het jaar rond
- Maart: Plantplek voorbereiden. Verse kluiten niet laten uitdrogen.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Planten. Organisch bemesten.
- Juni: Haag voor het eerst knippen. Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte. Controle op spint.
- Augustus: Haag nog eens knippen (laat in de maand).
- September: Planten.
- Oktober: Planten. Mulch vernieuwen.
- November: Mulch aanbrengen bij jonge bomen.
- December: Rust. Bij natte sneeuw takken schudden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam heterophylla betekent ‘met verschillende bladeren’: de naalden aan één twijg zijn van ongelijke lengte.
- Hij is de staatsboom van Washington in de Verenigde Staten.
- In de natuurlijke bossen kiemt het zaad vaak op rottend hout van omgevallen bomen.